EHBO inwendige en uitwendige wonden

 EHBO Les 1 Verwondingen


Verbandleer
1 / 38
next
Slide 1: Slide
EHBOMBOStudiejaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

 EHBO Les 1 Verwondingen


Verbandleer

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wonden basis

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Soorten wonden
Snijwond
Schaafwond
Splinterwond
Prikwond
Bijt-, scheur- en krabwond
 brandwond  (apart)

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Soorten wonden 
Uitwendige wond
Uitwendige open wond
Inwendige wond
Te zien aan de buiten kant

Huid niet kapot
Te zien aan de buitenkant

Huid kapot
Niet te zien aan de buitenkant

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Snijwonden
  • Pijnlijk, scherp, diep, duidelijk begrensd
  • Bloedverlies (veel)
  • Bij grote snijwonden kunnen de wondranden wijken en is bloeden lastig te stelpen
  • Gebruik hechtstrips of zwaluwstaartjes om de wond te dichten
  • Grote, diepe snijwonden? of bloeden niet te stelpen -> naar de huisarts

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

EHBO bij een snijwond 
Bij  heftige bloeding: oefen druk uit op de wond en bel 1-1-2
Laat grote voorwerpen in een wond zitten(bv glas)
Een snijwond bloedt meestal flink en reinigt daardoor zichzelf
Droog de omgeving van de wond af met schone doek.
Dek de wond af: hechtstrip, pleister, gaasje of snelverband.


Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Bovenste huidlaag is beschadigd
Vaak een vieze wond (zand, steentje, straatvuil)
Kleine puntbloedingen

Spoelen met water - Als het kan aan de lucht laten drogen, anders niet-verklevend steriel verband
Bij grote schaafwond --> tetanusprik halen

Slide 7 - Slide

Tetanus is een infectieuze ziekte
Wat doe je bij een schaafwond?
  • Bij een schaafwond handel je als volgt. 
  • Spoel de schaafwond schoon met lauw stromend water. Is er geen water in de buurt?  
  • Droog de omgeving van de wond voorzichtig met een schone doek. 
  • Bij grote schaafwonden dek je de wond af met een niet-verklevend steriel verband. Bij een kleine schaafwond hoeft dit niet. Een kleine schaafwond kun je aan de lucht laten drogen

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

De prikwond, splinterwond
Een prikwond--> goed desinfecteren
Splinter--> proberen er met een pincet in de lengte richting uit te halen


Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Bijtwonden
Bij bijtwonden doe je het volgende: 
- Spoel de wond en reinig met ruim lauw water en zeep.
- Dek de wond zo mogelijk steriel af.
- Je neemt in elk geval z.s.m. contact op met de arts als:
- Men in het gezicht of de hand is gebeten.
- Laat de arts beslissen of er nog een injectie moet worden gezet tegen infecties/hondsdolheid

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Soorten brandwonden
- Eerstegraads brandwond (rode droge plek)
- Oppervlakkige tweedegraads brandwond (rozerood, glanzend, met blaren)
- Diepe tweedegraads brandwond (vlekkerig rozerood en witte plekken, blaren)
- Derdegraads brandwond (witgeel, bruin, zwart)

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Brandwonden

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Wat voor wond zie je hier?
A
Brandwond
B
Schaafwond
C
Doorligwond
D
Snijwond

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Welke graad brandwond is dit?
A
1e graads
B
2e graads
C
3e graads
D
4e graads

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Wat is dit voor wond?
A
Snijwond
B
Brandwond
C
Schaafwond
D
Schuifwond

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Naar de dokter…?
  • Diepe en/of grote wonden;
  • Vuile wonden;
  • Bijtwonden;
  • Wonden die blijven bloeden;
  • Niet goed sluitende/rafelige wonden;
  • De meeste brandwonden (2de en 3de graads).

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Je laat een uitgepakt steriel gaasje op de grond vallen. Wat doe je?
A
Oprapen en doorgaan met verbinden
B
Je pakt een nieuw verband
C
Dan maar zonder steriel gaas verder gaan
D
Het gaasje afvegen en gewoon gebruiken

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Waarom gebruik je soms Betadine Jodium?


A
Leuk rood kleurtje
B
Word het bloed mee verdund
C
Dood ziektekiemen
D
Spoelt de wond schoon

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Waarom moet een slachtoffer altijd zitten of liggen?
A
Anders word het slachtoffer snel moe
B
Dan kan het slachtoffer uitrusten
C
Vanwege het gevaar van flauwvallen
D
Kun je de wond sneller vinden

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Wat is er fout?
Als iemand een bloedneus heeft dan...
A
laat je hem zitten in schrijfhouding
B
knijp je zijn neus 10 minuten dicht onder het tussenschot
C
als het bloeden stopt laat je hem zachtjes snuiten
D
moet je hem eerst gerust stellen

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Een wonddrukverband wordt toegepast bij...
A
ernstig bloedende wonden
B
bij bijtwonden
C
bij snijwondjes
D
bij brandwonden

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Welk onderdeel zit n aan een snelverband?
A
Watten
B
Sluitpleister
C
Hydrofiel gaas
D
Hydrofiele zwachtel

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Waarom houd je een bloedende wond als het kan omhoog?
A
Dan word het bloeden minder
B
Dan zie je beter wat je doet
C
Dan kunnen er minder ziektekiemen binnen komen
D
Dan heb je meteen minder pijn

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Iemand heeft een tweedegraads brandwond. Wat hoort niet bij eerste hulp
A
Koelen met lauw stromend water
B
Het slachtoffer gerust stellen
C
Na het koelen losjes met metallineverband verbinden
D
Een dikke laag koele brandzalf er op smeren

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Waarom moet je voor iemand staan, als je aan zijn arm een verband aan legt?
A
Kun je zien of die persoon knap is
B
Dan kan die persoon zien wie jij bent
C
Dan kun je zien hoe die persoon reageert
D
Dan kan die persoon zien of je het goed doet

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Als je iets uit een verbanddoos gebruikt, moet je.....
A
er voor betalen
B
de verbanddoos goed afsluiten
C
de spullen eerst ontsmetten
D
het materiaal meteen aanvullen

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is een uitwendige wond gevaarlijk?
A
Er kunnen ziektekiemen naar binnen dringen
B
Er kan dan een harde korst op komen
C
Er kan veel vocht uit komen
D
Zo'n wond wordt makkelijk veel groter

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de eerste hulp bij kneuzing of verstuiking van voet?
A
Koelen, drukverband aanleggen en rust en steun geven aan getroffen lichaamsdeel (ICE)
B
Kijken, koelen, sieraden verwijderen en rust en steun geven aan getroffen lichaamsdeel
C
Drukverband en mitella aanleggen
D
Koelen en rust en steun geven aan getroffen lichaamsdeel

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Behandeling schaafwond
wat doe je wel?
Meerdere antwoorden zijn mogelijk
A
afspoelen met water
B
betadine gebruiken
C
afdekken met gaasje of pleister
D
zeggen:Stel je niet aan

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Een diepe wond is .....
A
altijd pijnlijk
B
bloed veel
C
is niet pijnlijk
D
bloed weinig

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Een bijtwond van dier en mens .
Wat klopt?
A
van een dier is gevaarlijker
B
behandelen als schaafwond
C
van een mens is gevaarlijker
D
behandelen als snijwond

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Wat doe je?Bij een brandwond
A
Koel de brandwond af met water tot de pijn verzacht.
B
Ontsmet de brandwond met een ontsmettingsmiddel.
C
Smeer een verkoelende zalf, boter of tandpasta op de wond.
D
Wrijf over de wond met een ijsblokje.

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Wat doe je bij een hard bloedende wond?
A
Ontsmet de wond met een ontsmettingsmiddel.
B
Laat het slachtoffer op de wond drukken met een drukverband.
C
Leg ijs op de wond. Dit zal de bloeding stelpen.
D
Laat de wond bloeden tot de bloeding vanzelf stopt.

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Hoe kan je slagaderlijke bloeding van een aderlijke bloeding onderscheiden?
A
slagaderlijk bloed is helder rood, aderlijk donderrood
B
slagaderlijk bloed is donker rood, aderlijk bloed helder rood
C
als het veel is het een slagaderlijke bloeding
D
het verschil is alleen voor een arts te zien

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Als iemand een flinke bloeding heeft hou je het getroffen lichaamsdeel naar beneden.
A
waar
B
niet waar
C
nooit

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Hoe kun je het beste een flinke bloeding stoppen?
A
lichaamsdeel hoog houden en afdrukken naast de wond
B
lichaamsdeel hoog houden en afdrukken in de wond
C
lichaamsdeel laag houden en afdrukken naast de wond
D
lichaamsdeel laag houden en afdrukken in de wond

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions