dienstverlening en zorg

Taalklas 
Numo
Boek
samen lezen
(spellingboekje)
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Taalklas 
Numo
Boek
samen lezen
(spellingboekje)

Slide 1 - Slide

Welke dag en datum is het vandaag?

Slide 2 - Open question

Welk jaargetijde is het nu?
A
zomer
B
herfst
C
winter
D
lente

Slide 3 - Quiz

Doel van de les

Ik leer meer over de sector dienstverlening en zorg

( ik kan 5 beroepen noemen)

Slide 4 - Slide

Boek
Bladzijde 13

We kijken en luisteren naar een fragment en vullen woorden in.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Tekst
waar denk je aan
bij zorg?

Slide 7 - Mind map

dienstverlening en zorg

Slide 8 - Slide

waar denk je aan
bij dienstverlening?

Slide 9 - Mind map

We kijken filmpjes van beroepen in de dienstverlening en zorg.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Video

Slide 13 - Video

Binnen de sector Dienstverlening en Zorg kan ik werken bij:
A
Een sportschool
B
Een restaurant
C
Een kapsalon
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 14 - Quiz

Bij welke sector past dit beroep?
A
Verkoop en logistiek
B
Horeca
C
Techniek
D
Zorg en dienstverlening

Slide 15 - Quiz

Bij welke sector past dit beroep?
A
Verkoop en logistiek
B
Horeca
C
Techniek
D
Zorg en dienstverlening

Slide 16 - Quiz

Bij welke sector zou je hiermee kunnen werken?
A
Verkoop en logistiek
B
Zorg en dienstverlening
C
Techniek
D
Horeca

Slide 17 - Quiz





Deze jongeren leren voor een beroep
in de Zorg en Dienstverlening
timer
0:30
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quiz

Bij welke sector zou je hiermee kunnen werken?
A
Verkoop en logistiek
B
Zorg en dienstverlening
C
Techniek
D
Horeca

Slide 19 - Quiz

Bij welke sector past dit plaatje?
A
Verkoop en logistiek
B
Zorg en dienstverlening
C
Techniek
D
Horeca

Slide 20 - Quiz

Bij welke sector zou je assistent in de keuken kunnen worden?
A
Verkoop en logistiek
B
Techniek
C
Horeca
D
Zorg en dienstverlening

Slide 21 - Quiz

Wat betekent dit symbool?
A
Let op: botten in de grond
B
Let op: Gevaar
C
Let op: Giftig

Slide 22 - Quiz

deze vrouw werkt in de .........................
A
dienstverlening
B
zorg

Slide 23 - Quiz

Deze man werkt in de ................................
A
dienstverlening
B
zorg

Slide 24 - Quiz

deze vrouw werkt in de .....................
A
dienstverlening
B
zorg

Slide 25 - Quiz

Noem 5 beroepen uit de sector dienstverlening en zorg

Slide 26 - Open question

We gaan samen lezen

Slide 27 - Slide

Spelling werkboekje

Slide 28 - Slide

we werken nog op Numo

Slide 29 - Slide