GT3/M3 Nask1 H4 Stoffen Nova Max

H4: Stoffen
1 / 57
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeNatuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 57 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

H4: Stoffen

Slide 1 - Slide

Nu maak je de voorkennistoets
Bladzijde 184 en 185
timer
10:00

Slide 2 - Slide

4.1 Stofeigenschappen
Een zuivere stof: bestaat uit één soort molecuul (deeltje)
Een mengsel: bestaat uit twee of meerdere soorten moleculen (verschillende deeltjes)
Zuivere stof                                     Mengsel 

Slide 3 - Slide

Damp = fase van vloeistof+gas
Gas = fase van alleen gas

Slide 4 - Slide

zuivere stoffen


Slide 5 - Slide

Zuivere stoffen en mengsels
Een zuivere stof bestaat uit 1 soort molecuul.
Een mengsel bestaat uit meerdere soorten moleculen

Slide 6 - Slide

Wat is het doel van filtreren?
A
Het bezinken van deeltjes
B
Het uittrekken van stoffen uit een mengsel
C
Het scheiden van vaste stoffen en vloeistoffen
D
Het verdampen van vloeistoffen

Slide 7 - Quiz

Wat is geen voorbeeld van filtreren
A
Thee zetten
B
Koffie maken
C
Pasta afgieten
D
Het tegenhouden van gif in een gasmasker

Slide 8 - Quiz

Je kunt een oplossing indampen.

Als je een oplossing indampt:

A
houd je de oplossing over
B
laat je de opgeloste stof verdampen.
C
houd je het oplosmiddel over.
D
laat je het oplosmiddel verdampen.

Slide 9 - Quiz

4.1 Stofeigenschappen
De eigenschappen waaraan je een stof kan herkennen noemen we stofeigenschappen.
Voorbeelden van stofeigenschappen zijn:

  • Geur
  • Kleur
  • Smaak
  • Brandbaarheid
  • Oplosbaarheid
  • Geleiding
  • Dichtheid

Slide 10 - Slide

Corrosie
Wat is corrosie?
  • Aantasting van metalen door water en zuurstof

Beschermen tegen corrosie?
  • met een laagje tin of kunststof
  • Verzinken of verchromen (galvaniseren), 
  • Verf

Welke edelmetalen heb je
  • Zilver, Goud en Platina

Slide 11 - Slide

Edele metalen - Onedele metalen
Edelmetalen: Reageren NIET met zuurstof en vocht
  • Platina, Goud, (Zilver)

Onedele metalen reageren makkelijk met zuurstof en vocht
Dit noem je vrijwel altijd CORROSIE

Behalve bij ijzer: dan mag je ook zeggen Roest (=corrosie)


Slide 12 - Slide

Paragraaf 1
Bladzijde 186 t/m 189 lezen
Blz 190-196: opgave 1 t/m 11

Slide 13 - Slide

3.2 Smeltpunt en kookpunt
Stolpunt = smeltpunt

Hogere druk --> kookpunt omhoog

Vluchtige stof heeft laag kookpunt

Slide 14 - Slide

3.2 Smeltpunt en kookpunt
De hoogte van het kookpunt is afhankelijk van de luchtdruk. 

Hoe hoger de luchtdruk, des te hoger het kookpunt. 

Dat komt doordat er zich minder gemakkelijk dampbellen vormen als de druk op de vloeistof groter is.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

3.2 Smeltpunt en kookpunt
Mengsel: Smelttraject
Temperatuur loopt op tijdens het smelten

Slide 17 - Slide

Zuivere stoffen
Deze bestaan uit één soort moleculen. Zuiver water bestaat alleen uit watermoleculen.


Slide 18 - Slide

Mengsels
Stoffen komen zelden zuiver voor. 

Zuiver betekend dat de stof alleen bestaat uit moleculen van die stof.

In de natuur komen Goud en Diamant zuiver voor. 

We spreken van een mengsel als er minimaal van 2 stoffen moleculen erin zitten. 

Slide 19 - Slide

§1.3 Zuivere stoffen en mengsels 
Hoofdstuk 1 Stoffen en mengsels
Moleculen en atomen
Moleculen zijn opgebouwd uit atomen
Er zijn ongeveer 100 verschillende atomen, hiermee kunnen miljoenen verschillende atomen gemaakt worden






Hoofdstuk 2 Stoffen
§2.2 Zuivere stoffen en mengsels

Slide 20 - Slide

 Zuivere stoffen en mengsels
Alle stoffen die we kennen bestaan uit hele kleine deeltjes. Die deeltjes noemen we moleculen. 

Een molecuul koolstofdioxide is anders 
dan een molecuul water. Dat kan 
liggen aan de vorm of de grootte.

Slide 21 - Slide

mengsel:
meerdere soorten moleculen

zuivere stof:
één soort moleculen

Slide 22 - Slide

Paragraaf 2
Bladzijde 197 t/m 200 lezen
Blz 201-207: opgave 1 t/m 11

Slide 23 - Slide

3.3 Veilig werken met stoffen
Irriterend?
Corrosief?
Gifwijzer

Concentratie


Slide 24 - Slide

3.3 Veilig werken met stoffen
Symbolen/pictogrammen

Slide 25 - Slide

3.3 Veilig werken met stoffen
H-zinnen (hazard)
  - Gezondheidsgevaren
P-zinnen (precaution)
- Voorkomen van ongelukken


Slide 26 - Slide

H- en P-zinnen
  • H-zin is hazard, Het gevaar, dus wat mis kan gaan
Veroorzaakt brandwonden / giftig bij inademen / houder onder druk

  • P- zin is preventie, Pas op dus hoe je het kan voorkomen
Bij gebruik handschoenen dragen / draag een mondmasker / koel bewaren

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

3.3 Veilig werken met stoffen
Klein chemisch afval (KCA)

Voorbeelden:
Nagellak
Medicijnen
Batterijen
Lampen
Elektronica

Slide 29 - Slide

0

Slide 30 - Video

Wat betekent KCA
A
Klein Chemisch Afval
B
Koper, Chloor en Aluminium afval
C
Kortbestaand Chemisch Afval
D
Kleine Chemische Aanwinst

Slide 31 - Quiz

Wat is de eerste handeling om een brander veilig aan te zetten.
A
De gasregelknop een beetje opendraaien
B
De gaskraan open zetten voordat de brander is aangesloten
C
Alleen de luchtschijf dicht zetten.
D
Controleren of de gasregelknop en de luchtschijf dicht staan

Slide 32 - Quiz

Hoe noem je zinnen die aangeven wat je moet doen om veilig met een gevaarlijke stof om te gaan.
A
V-zinnen
B
H-zinnen
C
P-zinnen
D
X-zinnen

Slide 33 - Quiz

Je bindt je lange haren vast in een knot.
A
veilig
B
niet veilig

Slide 34 - Quiz

Je proeft even aan de stof die je gebruikt.
A
veilig
B
niet veilig

Slide 35 - Quiz

Je schudt de reageerbuis met je duim bovenop de reageerbuisopening.
A
veilig
B
niet veilig

Slide 36 - Quiz

Wanneer je de brander niet gebruikt om iets te verhitten, staat deze op de
A
ruizende vlam
B
gele vlam
C
blauwe vlam
D
veilige vlam

Slide 37 - Quiz

Wat moet je niet doen bij een practicum in het lab?
A
Altijd een veiligheidsbril dragen
B
Lang haar in een staart dragen
C
Je tas onder de tafel opbergen
D
Je labjas dragen en dichtknopen

Slide 38 - Quiz

Tijdens het practicum gebruik je
A
pauze vlam
B
gele vlam
C
blauwe vlam
D
veilige vlam

Slide 39 - Quiz

Dit symbool betekent:
A
corrosief
B
ontvlambaar
C
irriterend
D
ontplofbaar

Slide 40 - Quiz

Dit symbool betekent:
A
corrosief
B
milieugevaarlijk
C
schadelijk
D
explosief

Slide 41 - Quiz

Dit symbool betekent:
A
acuut gezondheidsgevaarlijk
B
lange termijn gezondheidsgevaarlijk

Slide 42 - Quiz

Wat is de betekenis
van dit symbool:
A
Schadelijke of irriterende stoffen
B
Giftige stoffen
C
Corrosieve stoffen
D
Gevaar voor de gezondheid

Slide 43 - Quiz

Dit symbool betekent:
A
schadelijk
B
giftig
C
brandbaar
D
onhoudbaar

Slide 44 - Quiz

Dit symbool betekent:
A
licht ontvlambaar
B
corrosief
C
giftig
D
explosief

Slide 45 - Quiz

Dit symbool betekent:
A
brandbevorderend
B
licht ontvlambaar
C
onbrandbaar
D
corrosief

Slide 46 - Quiz

Welk pictogram is voor 'Licht ontvlambaar'?
A
B
C
D

Slide 47 - Quiz

Paragraaf 3
Bladzijde 208 t/m 212 lezen
Blz 212-219: opgave 1 t/m 11
Oefen P.O.


Slide 48 - Slide

4.4 Chemische reacties
reactieschema

Slide 49 - Slide

4.4 Chemische reacties
Bij een ontledingsreactie ontstaan uit één beginstof verschillende andere stoffen. 
Het ontleden van water is een chemische reactie. Het reactieschema is:
water → waterstof + zuurstof

Let erop dat er maar één stof voor de pijl staat. Dat is zo bij elke ontledingsreactie.


Slide 50 - Slide

4.4 Chemische reacties


verbranding VS ontleding
Welke reactie is de verbrandingsreactie?
Reactie 1
Water --> waterstof + zuurstof

Reactie 2
Koper + zuurstof --> koperoxide



Slide 51 - Slide

4.4 Chemische reacties
  •  een verbrandingsreactie bestaat altijd uit drie dingen:
  • een brandbare stof
  • zuurstof
  • voldoende temperatuur
  • en er ontstaan verbrandingsproducten, zoals bijvoorbeeld koolstofdioxide 

Slide 52 - Slide

4.4 Chemische reacties

Metalen reageren met zuurstof en water. Er ontstaat corrosie. Een voorbeeld van corrosie is roest bij ijzer of koperoxide bij koper.

Slide 53 - Slide

Paragraaf 4
Bladzijde 220 t/m 224 lezen
Blz 225-231: opgave 1 t/m 12

Slide 54 - Slide

PAS OP!
Volgende hoofdstuk zit in boek B

Slide 55 - Slide

Het P.O.
Veilig werken met stoffen 
Je krijgt de video van een proef te zien en je gaat een instructie maken voor een leerling uit klas 2, die nog nooit scheikunde heeft gedaan.
Zorg ervoor dat de leerling veilig werkt vanaf de klas binnenlopen tot de klas verlaten.
 

Slide 56 - Slide

Slide 57 - Video