For Rosa

1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Ben jij al eens naar een theatervoorstelling gaan kijken in een schouwburg?
ja
nee

Slide 2 - Poll

Welke woorden roept het woord 'theater' bij jou op?

Slide 3 - Mind map

Wat vind jij van theater?
saai
boeiend
moeilijk
leerrijk
ontspannend

Slide 4 - Poll


KENMERKEN THEATER

Slide 5 - Slide

KENMERKEN THEATER

1 Er is een direct contact tussen...
2 De tekst wordt live...
3 Elke voorstelling is...

Slide 6 - Slide

VASTE ONDERDELEN THEATER
1 a___________________________ (spelers)
2 s___________________________ (tekst)
3 d___________________________ (ruimte)
4 b___________________________ (licht)
5 k___________________________ (kledij)
6 r___________________________ (belangrijke voorwerpen)
7 m___________________________ (geluid)
(8 c____________________________ (dansbewegingen)

Slide 7 - Slide

Als je intens van een theatervoorstelling wilt genieten, moet je aandachtig kijken (visuele tekens) en aandachtig luisteren (auditieve tekens). 
Niets is zomaar op scène, alles heeft een betekenis. 

Slide 8 - Slide

MEDEWERKERS

Slide 9 - Slide

BEGRIPPEN
Wat is het verschil tussen de begrippen ‘cour, jardin, coulissen, scène’? Bekijk het fragment en noteer de begrippen.

Slide 10 - Slide


THEATERETIQUETTE

Slide 11 - Slide



Hoe gedraag je je in een theaterzaal denk je? Wat zijn de verschillen met een bioscoopzaal?

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Kan jij de 9 aandachtspunten uit het filmpje noteren?

Slide 14 - Open question


FOR ROSA

Slide 15 - Slide

DE AFFICHE
Bekijk de affiche van de voorstelling. Wat kan je voorspellen over…
                                                     - de inhoud?
                                                     - het spel?

Slide 16 - Slide

DE TRAILER

Slide 17 - Slide

Welke thema's zullen aan bod komen?

Slide 18 - Mind map

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Wat wil je het liefst?
kortverhaal lezen en film erbij bekijken
verhalende thrillerpodcast beluisteren
graphic novel lezen

Slide 21 - Poll

oplosser
1 Er is een direct contact tussen de acteurs en het publiek
2 De tekst wordt live gebracht/gespeeld.
3 Elke voorstelling is uniek/anders.

Slide 22 - Slide

oplosser
1 acteurs (spelers)
2 script (tekst)
3 decor (ruimte)
4 belichting (licht)
5 kostuums (kledij)
6 rekwisieten (belangrijke voorwerpen)
7 muziek (geluid)
8 choreografie (dansbewegingen)

Slide 23 - Slide

oplosser
de choreograaf bedenkt de dansbewegingen.
de auteur is de schrijver van de theatertekst.
het grimeteam is verantwoordelijk voor make-up/kapsels van de spelers.
de dramaturg is de artistieke adviseur van een theatergezelschap.
de theatertechnicus houdt zich bezig met licht en geluid.
de kostumière ontwerpt, vervaardigt, vermaakt en onderhoudt de kostuums.
de regisseur is verantwoordelijk voor het tot stand komen van een stuk. 
de scenograaf ontwerpt het decor. 

Slide 24 - Slide

oplosser
scène = waar er gespeeld wordt, het podium
de coulissen = wat je niet ziet vanuit de zaal
jardin = links
cour = rechts

Slide 25 - Slide