7/5 WKMA Code+ + Wat zeg je?

                                          Welkom!
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

                                          Welkom!

Slide 1 - Slide

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

Slide 2 - Slide

Hoe gaat het? Wat heb je gedaan in de vakantie?
Ik heb geslapen.
Ik heb ge......

Slide 3 - Slide

maken Code+ en Numo.nl->deze week afmaken!
  • Team Maysam/Solomiia: Code+ hoofdstuk 4 taak 1-3 boek en en online af.
  • Team Nathaniel: Code+ hoofdstuk 6 taak 1-3 boek en online 
  • Team Gordon: Code+ hoofdstuk 1 taak 1-3 boek en online af.
  • Team Jwana: Code+ hoofdstuk 4 boek en online af. Woordenlijst vertalen van taak 1 en 2 hoofdstuk 5.
  • Extra oefenen: Numo.nl

Slide 4 - Slide

Deze les: spreken!
  • filmpje 
  • uitleg wat zeg je in alledaagse situaties
  • oefenen
  • spel Wat zeg je? in teams
  • evaluatie

Slide 5 - Slide

 lesdoelen 
  • Ik weet wanneer en hoe ik sorry/het spijt me moet zeggen.
  • Ik weet wat ik moet zeggen als er iemand ziek is.
  • Ik weet wat ik moet zeggen als iemand jarig is of geslaagd is.
  • Ik weet hoe ik (beleefd) iets kan vragen.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Wat zeg je in deze situatie?

Slide 8 - Slide

Een leerling uit jouw klas is jarig. Wat zeg je?
A
Gezellig!
B
Fijne dag!
C
Gefeliciteerd!
D
Gecondoleerd!

Slide 9 - Quiz

feliciteren (ww)
  • iemand geluk wensen
  • dit werkwoord gebruik je als iemand jarig is, een baby heeft gekregen, gaat trouwen.

  • TT - ik feliciteer - jij feliciteert -
     wij feliciteren
  • zin: Van harte gefeliciteerd met je verjaardag! 
11

Slide 10 - Slide

In de tram loop je tegen iemand aan. Wat zeg je?
A
Kijk uit!
B
Sorry!
C
Het spijt me!
D
Loop door!

Slide 11 - Quiz

Het spijt me/sorry
  • Betekenis: als je excuses maakt, sorry zegt
  • Voorbeeldzin: Het spijt me dat ik te laat ben. 
  • Sorry dat ik je verjaardag ben vergeten.

Slide 12 - Slide

Je klasgenoot is ziek. Wat zeg je?
A
Gecondoleerd!
B
Beterschap!
C
Het spijt me!
D
Succes!

Slide 13 - Quiz

beterschap
  • wat je een zieke toewenst

  • zin: Veel beterschap!


Slide 14 - Slide

De opa van je klasgenoot is overleden (dood). Wat zeg je?
A
Gecondoleerd!
B
Beterschap!
C
Het spijt me!
D
Succes!

Slide 15 - Quiz

iemand is overleden: gecondoleerd
Gecondoleerd met het overlijden van ...
Gecondoleerd.
Heel veel sterkte.
Heel veel sterkte met dit grote verlies.

Slide 16 - Slide

Het is warm in de klas. Je wil het raam opendoen. Wat zeg je?
A
Open het raam!
B
Je zegt niks en doet het raam open.
C
Doe open, alstublieft!
D
Mag het raam open, alstublieft?

Slide 17 - Quiz

Iemand iets vragen
Mag ik......
Voorbeeld: 
  • Mag ik alstublieft/alsjeblieft een pen lenen?
  • Mag ik iets vragen?
  • In de winkel: Mag ik alstublieft twee broodjes?
Wilt u alstublieft......
  • Wilt u alstublieft mijn toets nakijken?
  • De weg vragen: Mag ik iets vragen? Weet u waar het station is?

Slide 18 - Slide

Wat zeg je?
  • Iemand is jarig: Gefeliciteerd! (of van harte gefeliciteerd)
  • Iemand is ziek: Beterschap! (of Sterkte!)
  • Iemand is overleden (dood): Geconcoleerd! (of Sterkte!)
  • Je maakt iets kapot. Je laat iets vallen: Sorry of Het spijt me.
  • Je wilt iets vragen: Mag ik alstublieft....?
  • Mag ik iets vragen? Weet u waar de.... is?

Slide 19 - Slide

Teams Wat zeg je?
Team 1: Yumer, Atai, Jwana, Aya, Hana
Team 2: Hussein, Saaldaldin, Dzehren, Aran
Team 3: Fai, Solomiia, Moustafa, Mohamed
Team 4: Nathaniel, Gordon, Maksym, Maysam, Yarina

Slide 20 - Slide

Opdracht: Wat zeg je?
  • Je pakt om en om een kaartje.
  • Je leest het kaartje voor.
  • Wat zeg je? Beantwoord de vraag.
  • Antwoord is goed, het kaartje is voor de persoon. 
  • Niet goed: het kaartje komt op de 'parkeerstapel'. Later kan je kiezen van welk stapel hij/zij het kaartje neemt.

Slide 21 - Slide

niet voorzeggen!

Slide 22 - Slide

Evaluatie
  • Wat ging goed?
  • Wat was moeilijk? 

Slide 23 - Slide

Ik vond de opdracht...
A
makkelijk
B
een beetje makkelijk
C
moeilijk
D
een beetje moeilijk

Slide 24 - Quiz

Hoeveel kaartjes heb je goed?
A
0
B
0-3
C
4-6
D
meer dan 6

Slide 25 - Quiz

Welke woorden heb je onthouden?

Slide 26 - Open question

Dankjewel! Tot maandag!

Slide 27 - Slide