Kapitel 3 Zürich VMBO GT Stunde 13 Klasse 3

Kapitel 3, Zürich!
Klasse 3 (GT)
Deutsch
Na Klar! VMBO GT


1 / 35
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Kapitel 3, Zürich!
Klasse 3 (GT)
Deutsch
Na Klar! VMBO GT


Slide 1 - Slide

Kapitel 3, Zürich!
-Grammatik wiederholen
-Hausaufgaben machen

Slide 2 - Slide

Leerdoel
  • Ik weet wanneer een woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is
  • Ik ken de vormen van der- en ein-groep in de 1e en 4e naamval.
  • Ik weet hoe ik de 1e en 4e naamval moet vinden in de zin.

Slide 3 - Slide

Wanneer is een zelfstandig naamwoord MANNELIJK?

Slide 4 - Open question

Wanneer is een zelfstandig naamwoord VROUWELIJK?

Slide 5 - Open question

Wanneer is een zelfstandig naamwoord ONZIJDIG?

Slide 6 - Open question

Alle bezittelijke voornaamwoorden behoren tot de ein-groep: mein, dein, sein, ihr, unser, euer, ihr, Ihr + kein = geen

Slide 7 - Slide

1e naamval

Slide 8 - Slide

Hoe vind ik het onderwerp (1e nv)?

Slide 9 - Open question

Hoe vind ik het lijdend voorwerp?

Slide 10 - Open question

4e naamval

Slide 11 - Slide


1e naamval = .......
A
onderwerp
B
lijdend voorwerp

Slide 12 - Quiz


4e naamval = ...........

A
onderwerp
B
lijdend voorwerp

Slide 13 - Quiz

Kennst du ihn gut?

Wat is het onderwerp in deze zin?
A
kennst
B
du
C
ihn
D
gut

Slide 14 - Quiz

Haben Sie den Mann angerufen?

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
A
Haben
B
Sie
C
den Mann
D
angerufen

Slide 15 - Quiz

Geef aan wat 1e en 4e naamval is in de zin:
"Ich habe das Kind nicht gesehen."

let op; kies 2 antwoorden!
A
Ich = 1e naamval
B
das Kind = 4e naamval
C
Ich = 4e naamval
D
das Kind = 1e naamval

Slide 16 - Quiz

bij de der en de ein- groep is de uitgang van de 1e en de 4e naamval anders, bij welke is dat het geval?
A
mannelijk woorden
B
onzijdig woorden
C
vrouwelijk woorden
D
meervoud woorden

Slide 17 - Quiz

De bezittelijke voornaamwoorden (mein, dein, sein,ihr,unser,euer,ihr,Ihr) horen bij de ...
A
der-Gruppe
B
ein-Gruppe

Slide 18 - Quiz

Kies het juiste lidwoord:
_____ Apfel(m) ist sehr lecker.
A
Die
B
Der
C
Den
D
Das

Slide 19 - Quiz

Kies het juiste lidwoord:
____ Kühlschrank(m) steht in der Küche.
A
Der
B
Die
C
Den
D
Das

Slide 20 - Quiz

Kies het juiste lidwoord:
Meine Schwester schliesst ____ Kühlschrank(m) nie!
A
der
B
die
C
den
D
das

Slide 21 - Quiz

Kies het juiste lidwoord:
Ich möchte gern ____ Fruchteis(o).
A
der
B
die
C
den
D
das

Slide 22 - Quiz

Kies het juiste lidwoord:
Ich habe ___________ Topf(m) gekauft.
A
ein
B
eine
C
einen

Slide 23 - Quiz

Kies het juiste lidwoord:
Ich finde ______ Film(m) Spiderman ganz toll.
A
der
B
die
C
das
D
den

Slide 24 - Quiz

Kies het juiste lidwoord:
___________ Film(m) Jumanji habe ich schon 3 mal gesehen.
A
Der
B
die
C
Das
D
Den

Slide 25 - Quiz

Kies het juiste lidwoord:
Wir nehmen _____ Cola(v).
A
ein
B
eine
C
einen

Slide 26 - Quiz

Vul het woord in de goede vorm in.
Kennst du (de) ___________ Freund(m) aus Berlin?

Slide 27 - Open question

Vul het woord in de goede vorm in.
Am liebsten esse ich (een) _____ Pizza(v).

Slide 28 - Open question

Vul het woord in de goede vorm in.
Wir brauchen (een) _______ Liter(m) Wasser um die Nudeln zu kochen.

Slide 29 - Open question

Vul het woord in de goede vorm in.
(het) ___ Buch(o) ist spannend.

Slide 30 - Open question

....... (de) Kino (o) ist geschlossen.

Slide 31 - Open question

Ich habe ...... (een) Cola (v) getrunken.

Slide 32 - Open question

Er hat ....... (een) Bruder (m).

Slide 33 - Open question

...... (mijn) Vater heißt Hans.

Slide 34 - Open question

Kapitel 3, Zürich!
Ga aan het werk met je opdrachten
Je gaat bezig met opgave 1,2,3 5,6,7,8,9,10 van Lektion 5 en 1,2,3 van Lektion 6.
Eerste 10 minuten in stilte, daarna mag je rustig overleggen.
Muziek luisteren= prima.
Ben je klaar? Steek dan je hand omhoog, ik kom controleren! Ga daarna verder met de woordtrainer van de licentie.
Niet af? = Huiswerk!

Slide 35 - Slide