Structuur van het middenstuk:
Alinea 1: Wat doet de persoon precies?
Alinea 2: Hoe is hij/zij begonnen?
Alinea 3: Leuke en moeilijke kanten + eigenschappen
Elke alinea heeft één hoofdgedachte.
Gebruik signaalwoorden: Eerst - Daarnaast - Ook - Verder - Tot slot
Gebruik maximaal 1 of 2 korte citaten.
Kies alleen een citaat als de woorden van de geïnterviewde echt iets toevoegen.