Spreekwoorden 1

Spreekwoorden & uitdrukkingen 
Intro
1 / 38
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Spreekwoorden & uitdrukkingen 
Intro

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
- Lezen leesboek -> 10 min
- Uitleg (formatief) SO
- Wat zijn spreekwoorden en uitdrukkingen?
- Spreekwoorden en uitdrukkingen opzoeken.

Slide 2 - Slide

timer
1:00

Slide 3 - Slide

Lesdoelen
Na deze les weet je:
- wat figuurlijk taalgebruik is
- wat het verschil is tussen een spreekwoord en uitdrukking (gezegde en zegswijzen)
- wat er van je wordt verwacht bij de (formatieve) toets

Slide 4 - Slide

Vorige les(sen)

Herhaling grammatica
zinsdelen & woordsoorten

Nog eens naar kijken? Lessen zijn gedeeld in LessonUp!

Slide 5 - Slide

Toets over deze lesstof:

- Formatief (wat is dat?)
 - 20 speekwoorden/uitdrukkingen (deze lijst stellen we samen vast)
- Wanneer? vrijdag 22 maart (tijdens de les)

Slide 6 - Slide

Figuurlijk taalgebruik


Wat is figuurlijk taalgebruik?

Slide 7 - Slide

Letterlijk / figuurlijk taalgebruik 
Figuurlijk taalgebruik betekent niet precies wat je zegt:
Ik schrok me dood!
Tamara struikelde over haar woorden.

Letterlijk taalgebruik is bedoelen wat je zegt:
Ik ben nu op school.
Hij gaat in de pauze naar de supermarkt


Slide 8 - Slide

Figuurlijk taalgebruik wordt letterlijk genomen.

Slide 9 - Slide

Figuurlijk taalgebruik wordt letterlijk genomen.

Slide 10 - Slide

Spreekwoorden & uitdrukkingen (gezegde & gezegswijze)
Wat zijn de verschillen?

Slide 11 - Slide

Spreekwoorden
- altijd dezelfde woorden in dezelfde volgorde
- het is een mededeling, geen vraag
- het werkwoord (als die er is) staat in de tegenwoordige tijd
- meestal een algemene levenswijsheid

Achter de wolken schijnt de zon / Hoge bomen vangen veel wind / De appel valt niet ver van de boom / De hond in de pot vinden

Slide 12 - Slide

Uitdrukkingen


Gezegde & gezegswijze

Slide 13 - Slide

Gezegde
- onveranderlijk
- vaste uitdrukking
- de woorden hebben een figuurlijke betekenis
- bevat geen werkwoord
- vormt geen volledige zin

Met hart en ziel/ Appeltje-eitje / Een nieuwsgierig Aagje

Slide 14 - Slide

Zegswijze
- figuurlijke uitspraak
- bevat een werkwoord
- moet je nog in een zin plaatsen

De spuigaten uitlopen / De benen nemen 

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

REBUS!

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Lijst samenstellen 1e
  • Ga in tweetallen op zoek naar (bekende) spreekwoorden en uitdrukkingen waarvan jullie vinden dat deze op de lijst moet komen. Maak dus een duidelijke afweging of hij leerzaam en leerbaar is.
  • Plaats de door jullie uitgekozen spreekwoorden/uitdrukkingen SAMEN MET hun betekenis & vermelding spreekwoord/gezegde/ of zegswijze in de Padlet (via QR-code)
  • Natuurlijk houd je het netjes; let ook op spelling!
  • Tip: gebruik Google


timer
1:00

Slide 24 - Slide

Lijst samenstellen 1f
  • Ga in tweetallen op zoek naar (bekende) spreekwoorden en uitdrukkingen waarvan jullie vinden dat deze op de lijst moet komen. Maak dus een duidelijke afweging of hij leerzaam en leerbaar is.
  • Plaats de door jullie uitgekozen spreekwoorden/uitdrukkingen SAMEN MET hun betekenis & vermelding spreekwoord/gezegde/ of zegswijze in de Padlet (via QR-code)
  • Natuurlijk houd je het netjes; let ook op spelling!
  • Tip: gebruik Google


timer
1:00

Slide 25 - Slide

Lesdoelen
Na deze les weet je:
- wat figuurlijk taalgebruik is
- wat het verschil is tussen een spreekwoord en uitdrukking (gezegde en zegswijze)
- wat er van je wordt verwacht bij de (formatieve) toets

Slide 26 - Slide

Volgende les 1E:
Donderdag:
Verder met gezegdes & uitdrukkingen (spelletjes)

Leesboek & schrift mee, lesboek is niet nodig!

Slide 27 - Slide

Volgende les 1F:
Donderdag:
Grammatica zinsdelen

Leesboek mee!

Slide 28 - Slide

Zoek minimaal 3 spreekwoorden of gezegden.

Slide 29 - Slide

Posteropdrachtje
Zoek in tweetallen zoveel mogelijk 
spreekwoorden en gezegdes.
timer
7:00

Slide 30 - Slide

Kies er een eentje uit en leg uit wat het betekent.









*Na veel vijven en zessen betekent dat je veel bezwaren hebt

Slide 31 - Slide

Spreekwoordenspel
  • maak groepjes van vier
  • pak omstebeurt een kaartje van de stapel
  • raad het spreekwoord of gezegde
  • goed = houden fout = onderop de grote stapel
  • wie heeft er na 10 minuten de meeste kaartjes?


Slide 32 - Slide

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens

Slide 33 - Open question

Door de bomen het bos niet meer zien

Slide 34 - Open question

Geen bericht, goed bericht

Slide 35 - Open question

Opdracht
Wat: Verzamel 10 spreekwoorden of gezegdes. Dit kun je zelf bedenken of opzoeken op het internet. 
Hoe: in groepjes van 3 of 4 personen. 
Hulpmiddel: iPad
Tijd: 10 minuten
Uitkomst: je hebt als groep 10 spreekwoorden. 
Klaar?: Zoek uit waar het spreekwoord vandaan komt. 
timer
10:00

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Video

Slide 38 - Slide