W40 H3

1 / 40
next
Slide 1: Slide
SpaansBasisschoolMiddelbare schoolhavoGroep 1

This lesson contains 40 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

¿Que 
- ¿Qué día es hoy? 
- Hoy es .......
¿Qué tal?
- Hoy estoy .......
¿Qué tiempo hace hoy?
- Hoy........

Slide 2 - Slide

El programma: 
Semana 40 clase 1 (40)
  • Repaso
  • Vocabulario

Aan het eind van deze les:
  • Herhaal je de werkwoorden V.T.T & ser/ estar / hay

Slide 3 - Slide

Toetsen = Pruebas P1
w





Week 41 S.O: 9 Oktober

Slide 4 - Slide

S.O
Bij deze toets kun je het volgende verwachten:

  1. Een tekst om te lezen en daarover korte vragen in het Spaans te beantwoorden.
  2. Grammatica oefeningen.
  3. Zinnen die je zelf moet schrijven
  4. Woordenschat die je moet toepassen.

Woordenschat (QUIZLET): lijsten 1 t/m 4
Werkwoorden tegenwoordige tijd regelmatige 
ES/HAY/ESTÁ in context.
El Pretérito Perfecto : libro Fantástico capítulo 1 pg. 8 t/m 11

Slide 5 - Slide

BEGINTAAK
¿QUÉ HAS HECHO ESTE FIN DE SEMANA?

CUENTA 2 COSAS DIE JE DIT WEEKEND HEBT GEDAAN

ESCRIBE LAS FRASES EN TU CUADERNO
Gebruik minstens 2 voltooid van lijst 4
timer
1:00

Slide 6 - Slide

Repaso de la clase anterior

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide





Klaar?
Repaso ser/ estar/ hay

Slide 12 - Slide

Verschil hay, ser en estar

Slide 13 - Slide

QUIZLET
Ga naar Quizlet en oefen met de woordenschat
Lijst 1, 2, 3 & 4

klaar? Begin met lijst 6
Of lijst met voca Lj1 (herhaling)

Slide 14 - Slide

RepasoHerhaling
.

Slide 15 - Slide

Portátiles cerrados

Slide 16 - Slide

Los deberes
Vrijdag: Libro Fántastico A2 + woordenlijst


  1. Samenvatting Cap 1 + 2. Jan?
  2. Neem door document Toetsweek 1 Uitleg (vorige jaar)

Slide 17 - Slide

El programma: 
Semana 40 clase 2 (80)
  • Corregir 
  • Vocabulario
  • Gatentekst
  • Estudiar

Aan het eind van deze les:
  • herhaal je de stof voor de S.O , kan je leren en vragen stellen indien nodig.


Slide 18 - Slide

¡Bienvenidos a la clase de Español!
Hoy es _______, ____________ de__________

Slide 19 - Slide

Toetsen = Pruebas P1
w





Week 41 S.O: 9 Oktober

Slide 20 - Slide

S.O
Bij deze toets kun je het volgende verwachten:

  1. Een tekst om te lezen en daarover korte vragen in het Spaans te beantwoorden.
  2. Grammatica oefeningen.
  3. Zinnen die je zelf moet schrijven
  4. Woordenschat die je moet toepassen.

Woordenschat (QUIZLET): lijsten 1 t/m 4
Werkwoorden tegenwoordige tijd regelmatige 
ES/HAY/ESTÁ in context.
El Pretérito Perfecto : libro Fantástico capítulo 1 pg. 8 t/m 11

Slide 21 - Slide

BEGINTAAK
¿QUÉ HAS HECHO ESTA SEMANA?

CUENTA 2 COSAS DIE JE DIT WEEK HEBT GEDAAN

ESCRIBE LAS FRASES EN TU CUADERNO
Gebruik minstens 2 voltooid van lijst 4
timer
1:00

Slide 22 - Slide


¿Qué? ga leren met de lijsten 1 t/m 4.
¿Cómo? Individueel of in Quizlet of geprinte bladjes
¿Listos? klaar? overhoor elkaar (wel schriftelijk)
¿Después- Daarna? Quizlet-live spelen :)

timer
10:00

Slide 23 - Slide

Hay/estar/ser(zijn)
Bij 'zijn' altijd de top 3 volgen:

1. Hay (staat er letterlijk 'er is' of 'er zijn' in de zin?)

2. Estar (kun je 'zijn' vervangen door 'zich bevinden'?)

3. Ser (in de overige gevallen). 

Let op: je kunt je ook in een tijdelijke emotionele staat bevinden. Bijv. verdrietig, boos, verliefd etc. Ook dan gebruik je 'estar'.

Slide 24 - Slide

Wanneer
gebruik je 
HAY,
ESTAR,
SER?

Slide 25 - Slide

Corregir - Nakijken
Es, hay o está
Vul in elke zin in: es, hay of está.
Mi barrio 1.__________ bastante tranquilo. Cerca de mi casa 2.__________ un supermercado grande. El supermercado 3.__________ al lado de una farmacia.
En mi calle 4.__________ muchas casas y también 5.__________ un pequeño parque. El parque 6.__________ detrás de la escuela. La escuela 7.__________ muy moderna y 8.__________ cerca de mi casa.
En el centro del barrio 9. __________ una plaza. La plaza 10.__________ muy bonita y en el centro 11. __________ una fuente. También 12.__________ varios bancos y muchos árboles.
Mi restaurante favorito 13.__________ en la plaza. 14.__________ un restaurante pequeño, pero la comida 15. __________ muy buena. En el restaurante 16.__________ muchas personas los viernes.
Mi barrio 17._________ un lugar agradable para vivir.

Slide 26 - Slide

  1. es
  2. hay
  3. está
  4. hay
  5. hay
  6. está
  7. es
  8. está
  9. hay
  10. es
11. hay
12. hay
13. está
14. es
15. es
16. hay
17. es

Slide 27 - Slide

A practicar
Lessonup: Link
Oefen met quiz: Link
Vocabulario: lijst 1 t/m 4
timer
20:00

Slide 28 - Slide

Ejemplos
Presente:
"Vivo en Madrid"  -  ik woon in Madrid
"Ella trabaja en un hospital" - Ze werkt in een ziekenhuis
"Nosotros estudiamos español" - Wij studeren Spaans
Pretérito Perfecto:
"He vivido en Madrid" - Ik heb in Madrid gewoond
"Ella ha trabajado en un hospital" - Ze heeft in een ziekenhuis gewerkt
"Nosotros hemos estudiado español" - We hebben Spaans gestudeerd

Slide 29 - Slide

Presente: gebeurt nu of regelmatig
Presente Perfecto: recent voltooide acties
Presente: "como una manzana" (ik eet een appel)
Presente Perfecto: "he comido una manzana" (Ik heb een appel gegeten
Presente vs presente perfecto

Slide 30 - Slide

Presente gebruikt vaak:
Ahora (nu), siempre (altijd), cada día (elke dag)
Pretérito Perfecto gebruikt vaak:
Hoy (vandaag), esta semana (deze week), ya (al)

Tijdsaanduidingen / signaalwoorden

Slide 31 - Slide

perfecto vs presente
perfecto 
signaalwoorden + gebruik
presente 
signaalwoorden + gebruik
Hoy, esta mañana, esta semana, ya, aún, todavía (no), (no) nunca, jamás, alguna vez, últimamente, cinco años/ dos semanas, muchas/varias veces. 


Het heeft nog (emotionele) betrekking op het heden.
Siempre, Normalmente, A menudo, Frecuentemente, A veces, De vez en cuando, Todos los días / meses / años, Cada semana / año, Los lunes / los fines de semana, ahora 

gewoontes, feiten, feiten in het heden of acties die nu plaatsvinden

Slide 32 - Slide

Presente y presente perfecto
timer
15:00

Slide 33 - Slide

Gatentekst
Haz: Vul in de gatentekst met de goede werkwoorden
Klaar? 
Ga leren voor de toets
Kijk in Magister

Slide 34 - Slide

Quiz time!
Quiz time!

Slide 35 - Slide

Toets Inzien

Slide 36 - Slide

Exit Ticket
(ons doel van de les)


1. hoe voorbereid ben je voor de S.O?

Slide 37 - Slide

Blooket

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide