Paragraaf 2.3 In beweging

Paragraaf 2.3 In beweging
1 / 41
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Paragraaf 2.3 In beweging

Slide 1 - Slide

Startopdracht:
Start je laptop op, ga naar its learning-vak-bronnen- antwoorden H2- kijk je antwoorden na van 2.2: 1 t/m 14. Klaar? Lees theorie 2.3

Slide 2 - Slide

Herhaling.....
Hoe vangt de wervelkolom schokken op?

Slide 3 - Slide

Je wervelkolom bestaat uit verschillende onderdelen. Welke zijn dit?
A
wervels, tussenwervelschijven, spieren en zenuwen
B
wervels
C
wervels, tussenwervelschijven en spieren
D
wervels en tussenwervelschijven

Slide 4 - Quiz

Wat voor speciale vorm heeft de wervelkolom?
A
s-vorm
B
dubbele s-vorm
C
o-vorm
D
dubbele o-vorm

Slide 5 - Quiz

Tussen de wervels zitten:
A
kraakbeenschijven
B
schokwervels
C
beenschijven
D
wervelschijven

Slide 6 - Quiz

In het wervelgat
A
ligt het ruggenmerg
B
liggen bloedvaten
C
ligt het wervellichaam
D
liggen zenuwen

Slide 7 - Quiz

Een hernia is
A
zenuwen die klem komen te zitten
B
bloedvaten die klem komen te zitten
C
Spieren die klem komen te zitten
D
Wervels die kapot zijn

Slide 8 - Quiz

Scoliose is
A
Vergroeiing van de wervelkolom
B
Slijtage van de tussenwervelsschijven
C
Verslapping van de spieren
D
zenuw die in de knel zit

Slide 9 - Quiz

Leerdoelen 2.3 
  • Je kunt de beenverbindingen in het skelet te benoemen en aangeven hoe beweeglijk ze zijn. 
  • Je kunt de onderdelen van een gewricht benoemen en hun functie geven. 
  • Je kunt drie soorten gewrichten in het skelet benoemen en omschrijven welke bewegingen ze kunnen maken.
  • Je kunt uitleggen hoe spieren botten laten bewegen
  • Je kunt de onderdelen van een spier benoemen en uitleggen hoe een spier samentrekt. 

Slide 10 - Slide

Kijkvragen filmpje:
  • Welke 4 soorten verbindingen heeft ons skelet?
  • Welke soorten gewrichten zijn er? 
  • Uit welke onderdelen bestaat een gewricht (voorbeeld schoudergewricht)
  • Wat gebeurt er als een spier aanspant? en ontspant?
  • Hoe heten spieren die een tegengestelde beweging maken?

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Beenverbindingen
  • Vergroeiing
  • naadverbinding
  • kraakbeenverbinding
  • gewrichten: welke?

Slide 13 - Slide

Bouw van een gewricht

  1. Gewrichtskogel en kom
  2. Kraakbeenlaagje
  3. Gewrichtskapsel
  4. Gewrichtssmeer
  5. Gewrichtsbanden

Slide 14 - Slide

De 3 gewrichten
  • Er zijn 3 soorten gewrichten
  • Met elk soort gewricht kun je een andere beweging maken.

  1. Kogelgewricht: zit in je schouder, je arm kan alle kanten op bewegen
  2. Scharniergewricht: verbinding tussen de ellepijp en opperarmbeen. Kan maar in 1 richting heen en weer bewegen
  3. Rolgewricht: verbinding tussen je spaakbeen en ellepijp. Rond draaien

Slide 15 - Slide

Typen gewrichten

Slide 16 - Slide


Samenstelling gewrichten
  1. gewrichtskom
  2. gewrichtskop
  3. kraakbeen
  4. gewrichtssmeer
  5. gewrichtskapsel
  6. kapselbanden
1
2
3
4
5
6

Slide 17 - Slide

Kniegewricht is extra verstevigd

Slide 18 - Slide

2.3 Les 1 
Nakijken 2.1 & 2.2 , zie its learning
Maken 2.3:  opdr 1 t/m 12 
timer
5:00

Slide 19 - Slide

Check Leerdoelen 2.3 
  • Je kunt de beenverbindingen in het skelet te benoemen en aangeven hoe beweeglijk ze zijn. 
  • Je kunt de onderdelen van een gewricht benoemen en hun functie geven. 
  • Je kunt drie soorten gewrichten in het skelet benoemen en omschrijven welke bewegingen ze kunnen maken.
  • Je kunt uitleggen hoe spieren botten laten bewegen
  • Je kunt de onderdelen van een spier benoemen en uitleggen hoe een spier samentrekt. 

Slide 20 - Slide

2.3 les 2 

Slide 21 - Slide

Startopdracht:
Pak je laptop, ga naar its learning- vak Bi- bronnen
Kijk je antwoorden na (2.3: 1 t/m 12)

Slide 22 - Slide

Leerdoelen 2.3 
  • Je kunt de beenverbindingen in het skelet te benoemen en aangeven hoe beweeglijk ze zijn. 
  • Je kunt de onderdelen van een gewricht benoemen en hun functie geven. 
  • Je kunt drie soorten gewrichten in het skelet benoemen en omschrijven welke bewegingen ze kunnen maken.
  • Je kunt uitleggen hoe spieren botten laten bewegen
  • Je kunt de onderdelen van een spier benoemen en uitleggen hoe een spier samentrekt. 

Slide 23 - Slide

Herhalen vorige les 

Slide 24 - Slide

Noem de 4 beenverbindingen

Slide 25 - Mind map

Op welke manier zitten borstbeen en ribben aan elkaar vast?
A
naadverbinding
B
vergroeiing
C
kraakbeen
D
gewricht

Slide 26 - Quiz

Bij je schoudergewricht vormt de bovenkant van je opperarmbeen...
A
De gewrichtskom
B
De gewrichtsknobbel
C
De gewrichtsband
D
Het gewrichtskapsel

Slide 27 - Quiz

Het onderdeel van het gewricht wat zorgt voor extra stevigheid is...
A
De gewrichtskom
B
De gewrichtsband
C
Het gewrichtskapsel
D
Het gewrichtssmeer

Slide 28 - Quiz

Het gewricht tussen je schouderblad en je opperarmbeen heet
A
Rolgewricht
B
Scharniergewricht
C
Kogelgewricht
D
Draaigewricht

Slide 29 - Quiz

Bouw van de spier

Slide 30 - Slide

Pezen
Verbinding van spier aan bot
Aanhechtingsplaats

Pezen zijn stug en niet elastisch
Hierdoor kunnen ze het bot meetrekken als de spier aanspant

Slide 31 - Slide

antagonisten
Antagonisten

Slide 32 - Slide

Samentrekken spier

Slide 33 - Slide

Training
- krachttraining - spiervezels krijgen scheurtjes
Lichaam herstelt het en maakt meer dikke draden, hierdoor kunnen de spieren meer kracht leveren bij samentrekken
- Door training kan je ook meer lenigheid krijgen -> spieren en pezen worden uitgerekt
- Coördinatie verbeteren: volgorde van samentrekken van spieren, hierdoor gaat het sneller en nauwkeuriger

Slide 34 - Slide

2.3 les 2 
Maken opdr 13 t/m 22
Nakijken 2.3 
timer
8:00

Slide 35 - Slide

Waar of niet? Pezen zijn elastisch
A
Waar
B
Niet waar

Slide 36 - Quiz

Wat zijn antagonisten?
Twee spieren die...
A
...met elkaar verbonden zijn door middel van een pees
B
...samenwerken om dezelfde beweging te maken
C
...dezelfde taak hebben aan twee kanten van het lichaam
D
...tegenovergestelde bewegingen maken

Slide 37 - Quiz

Waar of niet? Spiervezels bestaan alleen uit dunne draden
A
Waar
B
Niet waar

Slide 38 - Quiz

Waar of niet? Je kan door te trainen alleen je spieren langer maken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 39 - Quiz

Door coördinatie te trainen kan je...
A
Spieren verder uitrekken
B
Voorkomen dat spieren verkeerde bewegingen maken
C
Spieren sneller op bepaalde volgorde laten bewegen
D
Spieren sterker maken

Slide 40 - Quiz

Verder werken
Maak de opgaven in je werkboek of maak flash cards, samenvatting of mindmap. Succes!

Slide 41 - Slide