Lettergrepen en woorden afbreken

Splitsen in lettergrepen


1 / 30
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijsA-stroomLeerjaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Splitsen in lettergrepen


This item has no instructions

Wat is een lettergreep?

Een lettergreep is een klankgroep in een woord.


Voorbeelden:

  • ta-fel

  • bo-men

  • win-ter

Spreek de voorbeelden hardop uit om het verschil tussen horen en schrijven duidelijk te maken.

De hoofdregel

Je kunt een woord meestal afbreken op de plaats waar een nieuwe lettergreep begint.


Voorbeelden:

  • ta-fel

  • bo-men

  • in-ter-net

Zeg erbij dat 'meestal' belangrijk is: daarna volgen uitzonderingen en extra regels.

Waar breek je een woord meestal af?

A

Bij een klinker

B

Bij een nieuwe lettergreep

C

In het midden

D

Na elke klank

Toetst de hoofdregel uit slides 2-4. De afleiders passen bij veelgemaakte vereenvoudigingen.

Welk woord is hier juist gesplitst?

A

app-el

B

zo-nen

C

wag-en

D

pes-ten

Toetst de hoofdregel uit slides 2-4. De afleiders passen bij veelgemaakte vereenvoudigingen.

Welk woord is hier juist gesplitst?

A

vo-gel

B

to-ren

C

bor-en

D

lag-er

Toetst de hoofdregel uit slides 2-4. De afleiders passen bij veelgemaakte vereenvoudigingen.

Vul de regels aan

Een woord dat niet meer op het einde van een regel past, mag je afbreken. Meestal doe je dat waar een nieuwe lettergreep begint. Een lettergreep is een klankgroep in een woord.

afbreken
lettergreep
klankgroep
samenstellen
medeklinker
tweeklank
voorvoegsel

Alle blanks zijn kernwoorden uit de eerste uitleg: afbreken, lettergreep en klankgroep.

Samenstellingen

Je mag afbreken tussen twee woorden in een samenstelling.


Voorbeelden:

  • tegen-stelling

  • vogel-hut

  • buik-danser

Leg uit dat leerlingen in een samenstelling vaak de twee losse woorden kunnen herkennen.

Afleidingen

Je mag afbreken na een voorvoegsel of voor een achtervoegsel.


Voorbeelden:

  • on-diep

  • her-examen

  • boek-je

  • ver-te

Gebruik de woorden voorvoegsel en achtervoegsel bewust, maar houd de uitleg eenvoudig en functioneel.

Welke woord is juist gesplitst?

A

boekj-e

B

boe-kje

C

boek-je

D

bo-ekje

Toepassing van de regel bij afleidingen: afbreken voor een achtervoegsel.

Eén tussenmedeklinker

Staat er in een woord één medeklinker tussen twee klinkers?

Dan hoort die medeklinker bij de volgende lettergreep.


Voorbeelden:

  • kre-gen

  • tu-ren

  • bro-den

Koppel dit aan de hoorbare uitspraak: de nieuwe lettergreep begint bij die medeklinker.

Welk woord is juist gesplitst?

A

wer-eld-je

B

we-rel- dje

C

we-reld-je

D

wer-el-dje

Toepassing van de regel bij afleidingen: afbreken voor een achtervoegsel.

Twee medeklinkers naast elkaar

Staan er midden in het woord twee medeklinkers naast elkaar?

Dan mag je daartussen afbreken.


Voorbeelden:

  • kom-pas

  • hak-ken

  • in-ter-net

Laat leerlingen horen dat de grens tussen de lettergrepen vaak tussen die twee medeklinkers valt.

Welke afbreking is juist?

A

klas-sen

B

klass-en

C

kla-ssen

Toepassing van de regel bij afleidingen: afbreken voor een achtervoegsel.

Uitzondering: ch en th

De lettercombinaties ch en th vormen één klank.

Die blijven daarom samen.


Voorbeelden:

  • la-chen

  • apo-theek

Benadruk dat je niet mag splitsen binnen één klankgroep.

Welke afbreking is juist?

A

lach-en

B

la-chen

C

l-achen

D

lac-hen

Controleert de uitzondering dat ch één klank vormt en dus samen blijft.

Wat is het verschil tussen samenstelling en afleiding?

Verwachte elementen: een samenstelling bestaat uit twee woorden en je mag afbreken tussen die twee delen; een afleiding heeft een voor- of achtervoegsel en je mag afbreken na het voorvoegsel of voor het achtervoegsel. Laat leerlingen eventueel een voorbeeld geven.

ng en nk

Bij ng en nk breek je af na de n.


Voorbeelden:

  • vin-ger

  • wan-gen

  • han-gen

  • an-ker

  • win-ter-ko-nin-kje

Deze regel wijkt af van wat leerlingen soms verwachten. Spreek de woorden langzaam uit.

Twee klinkers naast elkaar

Je mag afbreken tussen twee klinkers die wel naast elkaar staan, maar geen tweeklank vormen.


Voorbeelden:

  • knoei-en

  • be-antwoorden

Noem alleen dat het niet om één gezamenlijke klank gaat; houd de uitleg compact.

Vul de juiste woorddelen in

Staan er midden in een woord twee medeklinkers naast elkaar, dan mag je daartussen afbreken. Bij ng en nk breek je af na de n. Staat er maar één tussenmedeklinker, dan hoort die bij de volgende lettergreep.

medeklinkers
ng
n
lettergreep
klinkers
ch
t
voorvoegsel

Bundelt de regels van slides 7-11 in één compacte toepassingsoefening.

Meer dan twee medeklinkers

Staan er meer dan twee medeklinkers midden in het woord?

Dan let je op de uitspraak.


Zet zo veel mogelijk medeklinkers in de volgende lettergreep, voor zover die aan het begin van een Nederlands woord kunnen staan.

Dit is de lastigste regel. Maak duidelijk dat uitspraak hier helpt bij het kiezen van de juiste afbreking.

Meer dan twee medeklinkers: voorbeelden

Voorbeelden:

  • pop-ster, niet pops-ter

  • mark-ten, niet markt-en

  • herf-stig, niet her-fstig


st kan aan het begin van een woord staan, fst niet.

Gebruik het voorbeeld 'st' versus 'fst' om de regel concreet te maken.

Niet afbreken na één letter

Bestaat de eerste lettergreep uit één letter?

Dan breek je het woord niet na die ene letter af.


Voorbeeld:

  • apo-theek

  • niet: a-potheek


Schrijf het woord dan liever op de volgende regel.

Benadruk leesbaarheid: een losse letter aan het einde van een regel is niet toegestaan.

Welke afbreking past bij de uitspraakregel?

A

markt-en

B

mar-kten

C

mark-ten

D

ma-rkten

Toetst de regel bij meer dan twee medeklinkers: zet zoveel mogelijk medeklinkers in de volgende lettergreep als aan het begin van een Nederlands woord kunnen staan.

Wat verandert bij afbreken?

Bij afbrekingen kunnen tekens of letters veranderen.


  • apostrofs verdwijnen

  • trema's verdwijnen

  • bij verkleinwoorden kan een dubbele letter verdwijnen

Vertel dat afbreken soms niet alleen een streepje toevoegen is, maar ook de schrijfwijze kan aanpassen.

Voorbeelden van veranderde schrijfwijze

Voorbeelden:

  • knie-en

  • ru-ine

  • cola-tje

  • baby-tje

Gebruik deze slide om de vorige regel visueel te verankeren.

Zo pak je het stap voor stap aan

  1. Lees het woord hardop.

  2. Zoek de lettergrepen.

  3. Kijk of er een speciale regel geldt.

  4. Breek pas dan het woord correct af.

Deze samenvattende aanpak helpt leerlingen regels toepassen zonder te gokken.

Welke afbreking is juist?

A

ruïne

B

rui-ne

C

ru-ine

D

ruin-e

Toetst de veranderde schrijfwijze: bij afbreken verdwijnt het trema.

Maak de stappen volledig

Lees het woord eerst hardop. Zoek daarna de lettergrepen. Kijk vervolgens of er een speciale regel geldt. Breek het woord pas dan correct af.

hardop
lettergrepen
regel
af
stil
klinkers
uitspraak
door

Verankert het stappenplan van slide 17 met vier kernwoorden.

Maak nu de oefeningen die de leerkracht uitdeelt.


This item has no instructions