Format Halfjaarlijkse kwaliteitsevaluatie locatieleiders v1.0

1 / 18
next
Slide 1: Slide
WiskundeISK

This lesson contains 18 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doel & opzet van de halfjaarlijkse evaluatie
Wij sturen vanuit ambitie op kwaliteit, monitoren via het inspectiekader en verbeteren cyclisch.

Waarom doen we dit?
  • Om zicht te houden op onderwijskwaliteit per locatie
  • Om cyclisch te verbeteren volgens het inspectiekader
  • Om eigenaarschap en professionele dialoog te versterken
  • Om tijdig te signaleren waar extra ondersteuning nodig is

Opzet
  • Start schooljaar: Vaststellen jaarplan & Formuleren van 3 ambitiekaarten (focusgebieden)
  • Februari: Tussentijdse reflectie op 6 kwaliteitsstandaarden (OP0, OP2, OP3, OR1, VS1, SKA)
  • Juli: Terugblik op resultaten en uitvoering & Vooruitblik en bijstelling jaarplan

Kort en concreet: wat gaat goed, wat vraagt actie?

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

SKA 1-3
Kwaliteitszorg en verbetercultuur
SKA1 - Visie, ambities en doelen
  • Locatiejaarplan: Doelstellingen, succesbepalende factoren, Leiderschap (POP), etc.
  • Ambitiekaarten: Status huidige ambities

SKA 2 - Uitvoering en kwaliteitscultuur
  • Status Start- en volgnotities leerteams
  • Status Vaksuccesplannen 

SKA 3 - Evaluatie, verantwoording en dialoog
  • Samenwerking met PMR, werken in PLG, terugkoppeling metingen/ rapportages, samenwerking met mentoren.


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

OP0 Basisvaardigheden - Referentietoetsen

  • In alle leerjaren scoort 58–66% “erg onder niveau” op referentietoetsen.
  • Slechts 8–14% behaalt referentieniveau; “boven niveau” blijft beperkt 5–8%)
  • Nederlands structureel kwetsbaarste vak; Engels relatief sterker; rekenen wisselend maar onder niveau.
  • Beeld is consistent over leerjaren (ook in leerjaar 5 blijft meerderheid onder niveau).
  • Bijsturing P1: HDT, lezen in HWB-uur, Foutloos Rekenen.

Slide 4 - Slide

Wat we hier zien is een consistent beeld over alle leerjaren heen. Een meerderheid van onze leerlingen scoort onder het referentieniveau, met name op Nederlands. Dat is geen incident, maar een structureel patroon. Tegelijk zien we dat dit niet willekeurig is: het sluit aan bij de taalbelasting van onze populatie. Daarom zetten we gericht in op HDT, lezen in het HWB-uur en Foutloos Rekenen. De komende periodes moeten laten zien of deze interventies effect hebben op de verschuiving van ‘erg onder niveau’ naar ‘onder/op niveau’.
OP0
Basisvaardigheden - Burgerschap
  • Kenniscomponent laat substantiële hiaten zien (42–57% fout op meerdere thema’s)
  • Basale kennis democratie/rechtsstaat onder gewenst niveau.
  • Houding/schoolcultuur relatief positief (o.a. thuisgevoel en waarden hoog).
  • Vaardigheden (kritisch denken/invloed) blijven achter.

Slide 5 - Slide

Op burgerschap zien we een duidelijke tweedeling. De houding en het schoolklimaat zijn positief; leerlingen voelen zich thuis en onderschrijven de waarden van de school. Tegelijkertijd laat de kenniscomponent zien dat er nog hiaten zijn, met name in democratische en rechtsstatelijke kennis. Onze focus ligt daarom op versterking van de cognitieve kant van burgerschap, zonder de sterke cultuur te verliezen.
OP0
Basisvaardigheden - DG
  • Zelfperceptie hoog (78–82% voelt zich competent)
  • Objectieve kennis/vaardigheid lager (52–66%).
  • Duidelijke discrepantie tussen zelfbeeld en beheersing.
  • Domein B (digitale productie/gebruik) meest kwetsbaar.

Slide 6 - Slide

Wat hier opvalt is de discrepantie tussen zelfbeeld en daadwerkelijke beheersing. Leerlingen voelen zich digitaal vaardig, maar objectieve kennis en toepassing blijven achter, vooral in digitale productie. Dat vraagt om explicietere didactiek en minder impliciete aannames over digitale vaardigheden.
OP2
Zicht op ontwikkeling en begeleiding - Verzuim
Kernbeeld (totaal)
  • Totaal verzuim P1: 13,8% van alle lesuren (≈ 64.474 verzuimde lesuren).
  • Verzuim neemt toe per leerjaar
Verdeling naar reden (als % van alle lesuren)
  • Ziek: 7,55% (≈ 35.305 lesuren)
  • Ongeoorloofd verzuim: 3,84% (≈ 17.955 lesuren) 

Slide 7 - Slide

Verzuim is een van de belangrijkste risicofactoren voor leerresultaten. We zien een duidelijke toename richting de bovenbouw, waar het percentage rond de 17–18% ligt. Vooral ziek en ongeoorloofd verzuim zijn bepalend. Dit vraagt om gerichte aanwezigheidssturing, omdat aanwezigheid direct samenhangt met taalontwikkeling en examenvoorbereiding.
OP2
Zicht op ontwikkeling en begeleiding - Verwijderingen en Schorsingen
Geschorst
  • Schorsing: 138 lesuren in P1, verdeeld over 24 leerlingen (incidenten geconcentreerd, niet massaal).
  • Schorsingslesuren vooral in leerjaar 4 (54) en leerjaar 1 (39); overige leerjaren beperkt.
“Verwijderd”
  • Totaal verwijderd P1: 1.454 verwijderingen.
  • Concentratie in leerjaar 3 en 4:
  • lj3: 406 (≈ 1,95 per leerling)
  • lj4: 431 (≈ 1,45 per leerling)

Slide 8 - Slide

Het aantal schorsingen is beperkt, maar verwijderingen concentreren zich in een aantal specifieke klassen. Dat betekent dat dit geen schoolbreed klimaatprobleem is, maar een gerichte pedagogisch-didactische uitdaging. Hier ligt de koppeling met OP3: consistente routines en didactische variatie moeten escalatie voorkomen.
OP2
Zicht op ontwikkeling en begeleiding - Zorglijst + Groepsplannen
  • Ongeveer 25 OPP's opgesteld en door ouders ondertekend
  • 5 zorgwijzers (medisch)
  • Start gemaakt aan groepsplannen, nu één vastgesteld.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

OP2
Zicht op ontwikkeling en begeleiding - Status groepsplannen
  • Verzuim
  • Verwijderingen (eruitgestuurd, schorsingen, etc).
  • Zorglijst (incl. OPP's)
  • Status Groepsplannen


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

OP3
Peagogisch-didactisch handelen
  • Gemiddelde zelfscore: 2,72 (tussen Bekwaam en Gevorderd).
  • Startklaar sterkste bouwsteen (+/- 2,94)
  • Actieveverwerking (+/- 2,46).
  • Patroon stabiel t.o.v. vorig jaar (geen significante stijging/daling).
  • Verschillen hangen sterker samen met ervaring dan met locatie.

Slide 11 - Slide

Docenten beoordelen zichzelf gemiddeld tussen bekwaam en gevorderd. Wat positief is, is dat het zelfbeeld overeenkomt met het observatiebeeld. Startklaar en uitleg zijn sterk ontwikkeld. Afsluiting en formatief handelen blijven ontwikkelpunten. Dat geeft ons een betrouwbaar vertrekpunt voor gerichte professionalisering.
OP3
Peagogisch-didactisch handelen - Ontwikkeling P1
  • Lesstructuur en instructie stabiel zichtbaar.
  • Actieve verwerking en formatief handelen minder consistent.
  • Afsluiting structureel ontwikkelpunt.
  • Observatiebeeld bevestigt zelfevaluatie (consistent patroon).
  • Focus P2: versterken formatief handelen en leerdoelterugkoppeling.

Slide 12 - Slide

Observaties bevestigen dat de basisstructuur van lessen staat. De uitdaging zit in de didactische verdieping: actieve verwerking, feedback en expliciete leerdoelterugkoppeling. Dit is cruciaal, juist omdat onze basisvaardigheden onder druk staan. Hier ligt de focus voor P2.
OP3
Peagogisch-didactisch handelen - BSL 
  • Zelfevaluatie (n=226; respons 86%) laat zien dat BSL-niveau significant samenhangt met leskwaliteitsscore: startende docenten scoren aantoonbaar lager dan gevorderde docenten.
  • Grootste verschillen zichtbaar op formatief handelen en afsluiting – precies de bouwstenen die locatiebreed ontwikkelpunt zijn.
  • Observatiebeeld P1 (gem. 2,34) bevestigt dit patroon: basisstructuur op orde, maar verwerking/feedback minder consistent bij starters.
  • Begeleiding ingericht via BSL-structuur met observatiecyclus, coaching en intervisie

Slide 13 - Slide

Het BSL-niveau blijkt significant samen te hangen met leskwaliteit. Startende docenten scoren lager, vooral op formatief handelen en afsluiting. Dat betekent dat begeleiding geen randvoorwaarde is, maar een directe hefboom voor kwaliteitsverbetering. Onze coaching en observatiecycli zijn hier expliciet op gericht.
OR1
Resultaten - Periodieke Analyse P1
Leerjaar 1
  • Gemiddelde resultaten: stabiel rond voldoende niveau.
  • Opvallend: exacte vakken consistenter dan taalvakken.
  • Risico: 25% ‘te breed’ + referentiescores onder 2F/3F drukken op doorontwikkeling.
Middenbouw (mhv2–hv3)
  • Gemiddelde resultaten: stabiel rond voldoende niveau.
  • Opvallend: exacte vakken consistenter dan taalvakken.
  • Risico: 25% ‘te breed’ + referentiescores onder 2F/3F drukken op doorontwikkeling.
Glasblazerslaan (nieuwkomersprofiel)
  • Huidige resultaten: sterke variatie tussen klassen.
  • Opvallend: wiskunde relatief stabieler dan Nederlands.
  • Risico: ±87–90% ‘te breed’; taalontwikkeling bepalend voor verdere doorstroom.

Slide 14 - Slide

De resultaten verschillen per afdeling, maar volgen een logisch patroon. Taalvakken blijven het meest kwetsbaar, terwijl exacte vakken relatief stabieler zijn. De cijfers weerspiegelen onze populatie: ambitieus, maar taalintensief. Dat vraagt gerichte sturing per afdeling.
OR1
Resultaten - Periodieke Analyse P1
Mavo 3–4
  • Gemiddelden: mavo 3 ±5,9 | mavo 4 ±6,3.
  • Opvallend: Engels en wiskunde rond of boven 6,0.
  • Risico: Nederlands blijft achter (m3 ±4,9 | m4 ±5,3) + verzuim ±18–19%.
Havo 4–5
  • Huidige SE-stand 2025–2026: meerdere vakken rond of boven 6,0.
  • Opvallend: verbeteringen in exacte vakken en enkele profielvakken.
  • Risico: Taalvakken en kernvakken blijven kwetsbaar
Vwo 4–6
  • Huidige stand: exacte vakken rond 6,5–6,9.
  • Opvallend: wiskunde en natuurwetenschappen stabiel.
  • Risico: Nederlands rond 5,8–5,9; hoge profielzwaarte (NG/NT) verhoogt druk.

Slide 15 - Slide

De resultaten verschillen per afdeling, maar volgen een logisch patroon. Taalvakken blijven het meest kwetsbaar, terwijl exacte vakken relatief stabieler zijn. De cijfers weerspiegelen onze populatie: ambitieus, maar taalintensief. Dat vraagt gerichte sturing per afdeling.
OR1
Resultaten - Prognose examenklassen
Mavo
  • Kans: SE-stand laat duidelijke stijging zien in meerdere vakken (o.a. AK, Engels, kunstvakken).
  • Risico: Terugval in talen en Nederlands + historisch groot SE–CE-verschil bij o.a. Duits en wiskunde.
Havo
  • Kans: Brede SE-verbetering, met name in exacte vakken en kunstvakken.
  • Risico: Structurele CE-kwetsbaarheid (eerder groot SE–CE-gat bij o.a. Duits, wiskunde A, economie, Nederlands).
Vwo
  • Kans: Exacte vakken stabiel tot licht verbeterd (wiskunde, scheikunde, natuurkunde).
  • Risico: Kernvakken (o.a. Nederlands) blijven kwetsbaar + risico op CE-daling t.o.v. SE.

Slide 16 - Slide

De SE-stand dit jaar is overwegend positief, met name in exacte vakken. Tegelijk blijven taalvakken en het historische SE–CE-verschil een risico. Onze focus ligt daarom op examengerichte voorbereiding en realistische normering.
OR1
Resultaten - Doorstroom en Uitstroom ISK
  • Leerlingen met advies ‘te breed’ vormen een substantiële groep en laten een ambitieus doorstroomprofiel zien (kansrijk, hoge verwachtingen).
  • Op de Glasblazerslaan doen deze leerlingen het over het algemeen goed in ontwikkeling en schoolse prestaties, ondanks brede instroom en hoge diversiteit.
  • Nederlands blijft het grootste struikelpunt: taalontwikkeling bepaalt in hoge mate de haalbaarheid van doorstroom (en profielkeuzes) in vervolgleerjaren.
  • Verzuim is verhoogd binnen deze groep en werkt direct remmend op taalverwerving en leerwinst (aanwezigheid = leerwinst).
  • Doorstroom is daardoor kansrijk maar kwetsbaar: succes vraagt gerichte sturing op aanwezigheid en taalintensief onderwijs.

Slide 17 - Slide

Leerlingen met advies ‘te breed’ zijn ambitieus en laten potentie zien, zeker op de Glasblazerslaan. Tegelijk zien we dat verzuim en Nederlands bepalend zijn voor hun verdere succes. Doorstroom is kansrijk, maar kwetsbaar. Daarom koppelen we aanwezigheidsbeleid en taalintensivering nadrukkelijk aan deze groep.
VS1
Veiligheid
  • Pedagogisch klimaat (incl. inzet Schoolfit)
  • Incidenten 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions