Hoofd- en bijzaken/ bedoeling van delen van teksten

NEDERLANDS
Basis/Kader

Lezen
 indeling van een tekst
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

NEDERLANDS
Basis/Kader

Lezen
 indeling van een tekst

Slide 1 - Slide

Lessen Nederlands
In de lessen Nederlands heb je het volgende bij je:
  1. Laptop
  2. Werkboek 
  3. Schrift
  4. Etui

Slide 2 - Slide

Herhaling:
Een zakelijke tekst heeft altijd dezelfde indeling:
Inleiding
Middendeel 
Slot

Slide 3 - Slide

DOEL

- je kunt kernzinnen van alinea's  herkennen 
- je kunt hoofdzaken herkennen
- je kunt het verschil zien tussen bijzaken en hoofdzaken
- je kunt de hoofdgedachte herkennen
KERNZINNEN, HOOFDZAKEN 
EN HOOFDGEDACHTE IN EEN TEKST 

Slide 4 - Slide

Hoofd- en bijzaken en kernzin
Hoofdzaken: het belangrijkste uit een tekst of alinea
Als je een samenvatting maakt, noteer je daarin de hoofzaken.

Bijzaken: alles wat minder belangrijk is (de voorbeelden, de uitleg, de rest van de tekst)

Kernzin: belangrijkste zin van de alinea. Vaak de 1e of de laatste.

Slide 5 - Slide

HOOFDZAKEN

- meestal aan het begin of het einde

- feiten, jaartallen of eigenschappen


Samenvatting:

alleen hoofdzaken opschrijven

BIJZAKEN

- extra uitleg en voorbeelden


- maken de tekst leuker, duidelijker en beter te begrijpen

Slide 6 - Slide

SAMENVATTEN
- een samenvatting is een zelfgemaakte, korte weergave van de belangrijkste dingen (de hoofdzaken) uit een tekst

- verwerk hoofdzaken in de samenvatting, laat bijzaken weg
- formuleer de samenvatting in je eigen woorden

Slide 7 - Slide

GELEERD?

HOOFDZAKEN, BIJZAKEN EN KERNZINNEN


- je kunt de kernzin van een alinea vinden

- je kunt hoofd- en bijzaken in een tekst vinden

- je kunt de hoofdzaken van een tekst kort samenvatten



Slide 8 - Slide

Leerdoelen
Je leert over de indeling van een tekst. 
Je legt relaties tussen tekstdelen (tekstverbanden).
Je leert over signaalwoorden.
Je herkent de bedoeling van delen van teksten. 

Slide 9 - Slide

Onderwerp en hoofdgedachte
Een tekst heeft natuurlijk altijd een ONDERWERP.
Daarnaast heeft elke tekst een HOOFDGEDACHTE.

Deze moet je zelf kunnen bepalen!

Slide 10 - Slide

Als je vraagt wat het van onderwerp van een tekst is, bedoel je dat je wilt weten waar de tekst over gaat.

Een alinea herken je aan deze dingen: het is een stukje van een tekst, begint op een nieuwe regel en gaat over een nieuw deel van het onderwerp.

Tussen alinea’s staat vaak een witregel.

Aan een tussenkopje kun je zien waar een alinea of groepje alinea's over gaat.

Slide 11 - Slide

Als je vraagt wat het onderwerp van een tekst is, bedoel je dat je wilt weten waar de tekst overgaat. Een alinea herken je aan deze dingen: het is een stukje van een tekst en begint op een nieuwe regel en gaat over een nieuw deel van het onderwerp. Tussen alinea's staat vaak een witregel. Aan een tussenkopje kun je zien waar een alinea of een groepje alinea's over gaat. 

Slide 12 - Slide

hoofdgedachte 
Hoofdgedachte is vaak te vinden:

  • in de inleiding of het slot van de tekst

Vraag bij hoofdgedachte:
Wat is het belangrijkste wat er in de hele tekst over het onderwerp wordt gezegd?



Slide 13 - Slide

Tekstverbanden en signaalwoorden

Slide 14 - Slide

Tekstverbanden
Tussen woorden, zinnen en alinea's bestaat een verband. Dit noemen we een tekstverband.
Zonder tekstverbanden is je tekst niet 'stevig'.

Slide 15 - Slide

Tekstverbanden

Slide 16 - Slide

Tekstverbanden

Slide 17 - Slide

Tekstverband
Signaalwoorden

Slide 18 - Slide

Tekstverband
Signaalwoorden

Slide 19 - Slide

Tekstverband
Signaalwoorden

Slide 20 - Slide

Tekstverband
Signaalwoorden

Slide 21 - Slide

Tekstverband
Signaalwoorden

Slide 22 - Slide

Tekstverband
Signaalwoorden

Slide 23 - Slide

Tekstverband
Signaalwoorden

Slide 24 - Slide

Tekstverband
Signaalwoorden

Slide 25 - Slide

Tekstverband
Signaalwoorden

Slide 26 - Slide