Clase 4.09 - Repaso tema 4

Clase 4.09
Hacer:
- clase 4.09 Lessonup 

Aprender:
- la hora, página 72 (TB) + aantekeningen
- het werkwoord ir in de tegenwoordige tijd, página 73 (TB) + aantekeningen
los meses (de maanden), página 29 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
los días (de dagen), página 75 (TB) + aantekeningen
los artículos (de lidwoorden), página 27 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- los pronombres interrogativos (de vragende voornaamwoorden), página 25 (TB) + aantekeningen
1 / 26
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Clase 4.09
Hacer:
- clase 4.09 Lessonup 

Aprender:
- la hora, página 72 (TB) + aantekeningen
- het werkwoord ir in de tegenwoordige tijd, página 73 (TB) + aantekeningen
los meses (de maanden), página 29 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
los días (de dagen), página 75 (TB) + aantekeningen
los artículos (de lidwoorden), página 27 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- los pronombres interrogativos (de vragende voornaamwoorden), página 25 (TB) + aantekeningen

Slide 1 - Slide

Planificación
1. Reglas de la clase 
2. Repaso
3. Leren voor de toets  
4. Evaluación & la próxima clase

Después de esta clase...
... heb je de onderwerpen voor de toets herhaald. 
... heb je de les af die op LessonUp staat. 
5 min
20 min
10 min
5 min

Slide 2 - Slide

Reglas de la clase
  1. Je telefoon is thuis of in de kluis.
  2. Bij binnenkomst op je plek zitten, jas uit, oortjes uit en tas van tafel.
  3. Je hebt altijd je spullen mee: boeken, schrift, pennen, opgeladen device.
  4. Als een ander praat, ben je stil en luister je.
  5. Wanneer de docente uitleg geeft, ben je stil en maak je aantekeningen in je schrift.
  6. We lachen elkaar niet uit en gaan met respect met elkaar om.
  7. Je ruimt pas op als de docente dat aangeeft.
  8. Heb je een les gemist? Vraag aantekeningen aan klasgenoten en kijk in Magister.Learn wat je moet maken en leren. 

Slide 3 - Slide

¡En marcha!
  1. Jullie gaan in stilte aan het werk.
  2. Ga naar de klas in LessonUp en open Clase 4.09
  3. 20 minuten om de verschillende opdrachten te maken.
  4. Heb je een vraag? Steek je hand op en ga door met volgende opdracht.
  5. Ben je klaar? Aprender para la prueba. 
timer
20:00

Slide 4 - Slide

Persoonlijk voornaamwoorden / Pronombres personales
ik
jij
hij
zij (enkelvoud)
u (enkelvoud)
wij
jullie
zij (meervoud)
(meervoud)
nosotros/-as
ellos
yo
usted
vosotros/-as
ellas
ella
ustedes
él

Slide 5 - Drag question

-AR
-ER
-IR
yo
él, ella, usted
nosotros/as
vosotros/as
ellos, ellas, ustedes
Sleep de uitgangen naar de juiste plaats in de tabel.
-o
-o
-o
-amos
-emos
-imos
-a
-e
-e
-es
-es
-as
-áis
-éis
-ís
-an
-en
-en

Slide 6 - Drag question

Vervoeg het werkwoord
"tener"

Slide 7 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"ser"

Slide 8 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"hacer"

Slide 9 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"poner"

Slide 10 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"ir"

Slide 11 - Open question

Practicamos
  1. Antes de dormir, su madre le ______ (contar(o>ue) un cuento.
  2. Yo ______ (preferir(e>ie) salir a correr temprano por las mañanas.
  3. Mario no ______ (entender(e>ie) este ejercicio de matemáticas.
  4. Ellos ______ (calentar(e>ie) siempre antes de salir al campo.
  5. No ______ (cerrar, ellos(e>ie) la puerta nunca y el gato se sale.
  6. Vosotros ______ (soñar(o>ue) mucho con el futuro.

Slide 12 - Slide

Practicamos
  1. Antes de dormir, su madre le cuenta un cuento.
  2. Yo prefiero salir a correr temprano por las mañanas.
  3. Mario no entiende este ejercicio de matemáticas.
  4. Ellos calientan siempre antes de salir al campo.
  5. No cierran la puerta nunca y el gato se sale.
  6. Vosotros soñáis mucho con el futuro.

Slide 13 - Slide

marzo
julio
mayo
enero
abril
febrero
junio
noviembre
agosto
octubre
diciembre
septiembre

Slide 14 - Drag question

Op welke dag vallen deze feesten? Schrijf de data op in het Spaans.
a. Sinterklaas
b. Nieuwjaarsdag
c. Koningsdag
d. Moederdag (11 mei)

Slide 15 - Open question

marzo
octubre
mayo
agosto
enero
julio
abril
diciembre
septiembre
febrero
noviembre
junio

Slide 16 - Drag question

ayer
hoy
mañana
martes
miércoles
jueves
domingo
viernes
sábado
lunes
viernes
martes
martes
lunes
miércoles
miércoles
jueves
domingo

Slide 17 - Drag question

Zet de letters van de dagen in de goede volgorde.
1. ramste
2. vuesej
3. neslu
4. mondigo
5. locimérse
6. ásbsoda

Slide 18 - Open question

La próxima clase
Vamos a...
... practicar para la prueba.

Gramática:
-de tegenwoordige tijd (el presente) van ser en tener, página 26 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
-de ontkenning, página 26 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
-regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd (el presente), página 40 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
-de tijd (la hora), página 72 (TB) + aantekeningen
-werkwoorden met een klinkerwisseling (cambios vocales), página 73 (TB) + aantekeningen
-het werkwoord ir in de tegenwoordige tijd, página 73 (TB) + aantekeningen

Vocabulario:
los números hasta 100, página 103 (TB) + aantekeningen
los meses (de maanden), página 29 (TB) + aantekeningen
los días (de dagen), página 75 (TB) + aantekeningen
woordenlijst Reporteros 1 – unidad 4 NL/SP & SP/NL

Slide 19 - Slide

Hasta la próxima clase
  • Stoel netjes aanschuiven.
  • Papieren van de grond / tafels. 

Slide 20 - Slide

Vervoeg het werkwoord
"tener"

Slide 21 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"ser"

Slide 22 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"hacer"

Slide 23 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"poner"

Slide 24 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"ir"

Slide 25 - Open question

La próxima clase
Vamos a...
... practicar para la prueba.

Gramática:
-de tegenwoordige tijd (el presente) van ser en tener, página 26 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
-de ontkenning, página 26 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
-regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd (el presente), página 40 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
-de tijd (la hora), página 72 (TB) + aantekeningen
-werkwoorden met een klinkerwisseling (cambios vocales), página 73 (TB) + aantekeningen
-het werkwoord ir in de tegenwoordige tijd, página 73 (TB) + aantekeningen

Vocabulario:
los números hasta 100, página 103 (TB) + aantekeningen
los meses (de maanden), página 29 (TB) + aantekeningen
los días (de dagen), página 75 (TB) + aantekeningen
woordenlijst Reporteros 1 – unidad 4 NL/SP & SP/NL

Slide 26 - Slide