Pluriforme samenleving - vwo - 4.1/4.2

Pluriforme samenleving
1 / 23
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 3 min

Items in this lesson

Pluriforme samenleving

Slide 1 - Slide

Programma
Huiswerkcheck - opdracht 7, 8, 9, 10, 11
Bespreken - opdracht 8a, 8b, 11a, 11b
Voorkennis ophalen
Filmpje kijken 


Slide 2 - Slide

Beschrijf socialisatie in je eigen woorden

Slide 3 - Open question

Wat is het verband tussen socialisatie, cultuur en identiteit?

Slide 4 - Open question

De overheidscampagne NIX18 is een voorbeeld van
A
Sociale controle
B
Expliciete socialisatie
C
Impliciete socialisatie
D
Sanctie

Slide 5 - Quiz

Welke uitleg van nature-nurture is het beste?
A
nature-nurture is alles wat je krijgt aangeleerd
B
nature is dingen die je ziet, nurture is dingen die je leest
C
het is een vorm van cultuur
D
nature is aangeboren, nurture is aangeleerd

Slide 6 - Quiz

Hoort dit bij nature/ nurture?
> Ouderen aanspreken met u
A
Nature
B
Nurture

Slide 7 - Quiz

Poppenexperiment

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Poppenexperiment

Slide 10 - Slide

Leerdoelen paragraaf 2
  • Je kunt uitleggen hoe discriminatie, stereotypen en vooroordelen met elkaar samenhangen.
  • Je kunt verschillende vormen van discriminatie met elkaar vergelijken en categoriseren naar meer of minder directe discriminatie en meer of minder bewuste discriminatie.
  • Je kunt het verband aangeven tussen xenofobie en intolerantie aan de ene kant en discriminatie aan de andere kant.

Slide 11 - Slide

Een vader en zijn zoon krijgen een vreselijk auto-ongeluk. De vader sterft ter plekke, zijn zoon wordt met loeiende sirenes naar het ziekenhuis vervoerd. Hij wordt de operatiekamer ingereden en de chirurg zegt: ik kan hem niet opereren, hij is mijn zoon! Hoe kan dit?

Slide 12 - Slide

Zijn de uitspraken een vooroordeel of stereotype?
1. Esther kan goed leren, want haar vader is arts.
2. Limburgers kun je niet verstaan.
A
1 is een vooroordeel, 2 is een stereotype
B
1 en 2 zijn vooroordelen.
C
1 is een stereotype, 2 is een vooroordeel
D
1 en 2 zijn stereotypen.

Slide 13 - Quiz

Discriminatie
A
Onterecht verschil maken in de behandeling van mensen
B
Overdreven beeld van een groep mensen
C
Passen nieuwkomers zich aan de dominante cultuur, maar houden ook hun eigen
D
Een oordeel over iemand of iets zonder dat je feiten of de persoon kent.

Slide 14 - Quiz

Stereotype
Stereotype
A
Overdreven beeld van een groep mensen
B
Passen nieuwkomers zich aan de dominante cultuur, maar houden ook hun eigen
C
Een oordeel over iemand of iets zonder dat je feiten of de persoon kent.
D
Onterecht verschil maken in de behandeling van mensen

Slide 15 - Quiz

Vooroordeel
Vooroordeel 
A
Onterecht verschil maken in de behandeling van mensen
B
Overdreven beeld van een groep mensen
C
Passen nieuwkomers zich aan de dominante cultuur, maar houden ook hun eigen
D
Een oordeel over iemand of iets zonder dat je feiten of de persoon kent.

Slide 16 - Quiz

Racisme is discriminatie, maar discriminatie is niet altijd racisme.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quiz

Het poppenexperiment liet zien dat vooroordelen..
A
een vorm zijn van impliciete socialisatie
B
aangeleerd zijn op school
C
onderdeel zijn van aangeboren gedrag
D
een vorm zijn van expliciete socialisatie

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Wat is het verband tussen xenofobie, intolerantie en discriminatie?

Slide 22 - Open question

Aan de slag
Opdracht 2, 3, 4 (kennis en begrip)
Opdracht 7, 8, 9 (toepassing)
Opdracht 11 (vaardigheden/analyseren)

Of 2, 4, 11 en een artikel samenvatten van de Correspondent (zie Teams).

Slide 23 - Slide