20201203 2KA 2KB Kap 7 Bezittelijke voornaamwoorden

De bezittelijke voornaamwoorden
1 / 11
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

De bezittelijke voornaamwoorden

Slide 1 - Slide

Het bezittelijke voornaamwoord:

- geeft een bezit aan

- staat voor een zelfstandig naamwoord

Slide 2 - Slide

Voorbeelden bezittelijk voornaamwoord:

- ik eet mijn banaan / ich esse meine Banane

- dat is jouw huis / das ist dein Haus

- jij hebt zijn fiets / du hast sein Fahrrad

Slide 3 - Slide

ich
ik
du
jij
er
hij
sie
zij (ev)
wir
wij
ihr
jullie
sie
zij (mv)
Sie
U
mein(e)
mijn
dein(e)
jouw
sein(e)
zijn
ihr(e)
haar
unser(e)
ons/onze
euer(e)
jullie
Ihr(e)
hun
Uw
Persoonlijke voornaamwoorden
Bezittelijke voornaamwoorden

Slide 4 - Slide

Mannelijk
Vrouwelijk
Onzijdig
Meervoud
der_ Mann
die Frau
das_ Kind
die Autos
ein_ Mann
eine Frau
ein_ Kind
keine Autos
Het geslacht van de zelfstandige naamwoorden
die-woorden  krijgen zowel bij ein-, als bij bezittelijk voornaamwoorden, een -e erbij! 
die-woorden zijn vrouwelijk of meervoud!

Slide 5 - Slide

Mannelijk
Vrouwelijk
Onzijdig
Meervoud
der_ Mann
die Frau
das_ Kind
die Autos
ein_ Mann
eine Frau
ein_ Kind
keine Autos
Voorbeelden:
- Mein.. Bruder (m) hat Zahnschmerzen
- Unser.. Eltern (mv) sind sehr lieb
- Euer.. Lehrerin (v) hat hunger   Let op: euer -> eure 
- Ihr.. Baby (o) schläft

Slide 6 - Slide


M
V
O
MV
ein
eine
ein
keine
Sein.. Vater (m) ist krank
A
sein
B
seine

Slide 7 - Quiz


M
V
O
MV
ein
eine
ein
keine
Ihr.. Oma (v) hat Blumen gekauft
A
Ihr
B
Ihre

Slide 8 - Quiz


M
ein
V
eine
O
ein
MV
keine
Unser.. Handys (mv) sind kaputt

Slide 9 - Open question


M
ein
V
eine
O
ein
MV
keine
Euer.. Schule (v) hat zu

Slide 10 - Open question

Einde

Slide 11 - Slide