Uitvoeringspraktijk (Muziek vmbo), les 3: Terugblik quiz

LUISTEREN · UITVOERING

QUIZ

Terugblik: Uitvoeringspraktijk

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3,4

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met quiz over uitvoeringspraktijk, met twee luistervragen en vragen over speeltechnieken, instrumenten en uitvoeringswijzen.

Items in this lesson

LUISTEREN · UITVOERING

QUIZ

Terugblik: Uitvoeringspraktijk

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Tatiana El-Bakri / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Video: Bach: Cellosuite nr. 1, Prélude, Yo-Yo Ma (cello) (kanaal: Yo-Yo Ma - Topic). Wat hoor je? Eén cello speelt alleen, zonder begeleiding. Goede antwoord: solo, één instrument speelt alleen.

Hoe is dit fragment uitgevoerd?

A

Tutti: het hele orkest speelt samen

B

Solo: één instrument speelt alleen

C

A capella: gezongen zonder instrumenten

D

Elektronisch: klank uit synthesizers

Eén cello alleen is een solo. Wie a capella kiest, let op het ontbreken van begeleiding, maar a capella gaat over zang.

Video: Kraftwerk: The Robots (2009 Remaster) (kanaal: Kraftwerk - Topic). Wat hoor je? De klank komt uit synthesizers en een elektronisch ritme, er speelt geen gewoon instrument. Goede antwoord: elektronisch.

Hoe klinkt de muziek in dit fragment?

A

Akoestisch: gewone instrumenten

B

A capella: alleen zang

C

Elektronisch: klank uit synthesizers

D

Tutti: een heel orkest tegelijk

De klank is elektronisch. Wie akoestisch kiest, hoort geen strijkers of blazers: de klank komt uit apparaten.

Welk rijtje past bij: aanslaan, raspen, schudden (in die volgorde)?

A

Triangel, guiro, maraca

B

Maraca, guiro, triangel

C

Guiro, triangel, maraca

D

Triangel, maraca, guiro

Triangel aanslaan, guiro raspen, maraca schudden. Let op de volgorde in de vraag.

Een speler glijdt in één beweging naar een hogere toon. Welk woord past?

A

Staccato

B

Glissando

C

Pizzicato

D

Fermate

Glijden van toon naar toon is glissando. Wie pizzicato kiest, denkt aan tokkelen.

Boven een noot staat een fermate. Wat doe je?

A

De noot korter en losser spelen

B

De noot harder spelen

C

De noot steeds herhalen

D

De noot langer aanhouden dan de notenwaarde

Een fermate verlengt de noot. Wie korter en losser kiest, verwart het met staccato.

Een band speelt een bekend nummer van een andere artiest na. Wat is dit?

A

Een cover

B

Een solo

C

Een tutti

D

Een glissando

Een nummer van een ander opnieuw uitvoeren is een cover. Cover wordt in het examen herkend, niet als antwoord gevraagd.

Wat doet een sologitaar in een band?

A

Speelt vooral akkoorden en ritme

B

Speelt de laagste tonen

C

Speelt de melodie of een solo

D

Speelt zonder versterker

De sologitaar speelt melodie of solo. Wie akkoorden en ritme kiest, bedoelt de slaggitaar.

Op welk instrument kun je slappen?

A

Dwarsfluit

B

Hobo

C

Basgitaar

D

Pauk

Slappen is slaan op de snaren van de basgitaar.

Welk apparaat gebruik je bij scratchen?

A

Draaitafel

B

Synthesizer

C

Drumstel

D

Microfoon

Een dj scratcht met een plaat op de draaitafel.

Op welk instrument kun je pizzicato spelen?

A

Trompet

B

Dwarsfluit

C

Pauk

D

Cello

Pizzicato is tokkelen op strijkinstrumenten zoals de cello.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ LUISTEREN · UITVOERING

GOED GEDAAN!

Je hoort nu hoe muziek wordt gespeeld en gezongen: legato of staccato, welke speeltechniek en welke uitvoeringswijze. Luister bij je volgende lievelingsnummer: welke techniek hoor je?

This item has no instructions