Grandes Lignes - Havo3 - Chapitre 1

Havo 3

Chapitre 1
1 / 41
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Havo 3

Chapitre 1

Slide 1 - Slide


Welk woord past het beste in de zin?

Sophie est méchante, pourtant / devant, elle est ma meilleure amie. 
A
pourtant
B
devant

Slide 2 - Quiz


Welk woord past het beste in de zin?

La fête, c'est nulle! Amuse-toi bien / J'y vais!
A
Amuse-toi bien
B
J'y vais

Slide 3 - Quiz


Welk woord past het beste in de zin?

Vous avez déjà gardé / téléchargé la nouvelle appli?.
A
gardé
B
téléchargé

Slide 4 - Quiz

les gens
pauvre
marrant
le cerveau
bavarder
la dent
j'ai vu

Slide 5 - Drag question


Vertaal het dikgedrukte woord naar het Frans.

Mijn broertje is heel gemeen.

Slide 6 - Open question


Vertaal het dikgedrukte woord naar het Frans.

Sophie is geboren in Amsterdam.

Slide 7 - Open question


Vertaal het dikgedrukte woord naar het Frans.

Het is al bijna Sinterklaas, leuk!

Slide 8 - Open question


Vertaal het dikgedrukte woord naar het Frans.

Dankzij mijn beste vriendin, mag ik vanavond toch mee naar het feest.

Slide 9 - Open question


Wat is de nous-vorm van het werkwoord avoir?
A
allons
B
avons
C
allez
D
avez

Slide 10 - Quiz


Wat is de ils-vorm van het werkwoord aller?
A
ont
B
sont
C
vont
D
font

Slide 11 - Quiz


Wat is de tu-vorm van het werkwoord être?
A
a
B
as
C
est
D
es

Slide 12 - Quiz


Wat is de vous-vorm van het werkwoord faire?
A
fairez
B
faires
C
faites
D
faitez

Slide 13 - Quiz


Wat is de elles-vorm van het werkwoord pouvoir?
A
pouvent
B
pouvont
C
peuvent
D
peuvont

Slide 14 - Quiz


Wat is de nous-vorm van het werkwoord rendre?
A
renons
B
rendons
C
renez
D
rendez

Slide 15 - Quiz

Vertaal:

Wij gaan hebben

Slide 16 - Open question

Vertaal:

Zij (vrl) pakken

Slide 17 - Open question

Vertaal:

Men is geweest

Slide 18 - Open question

Vertaal:

Hij verkoopt

Slide 19 - Open question

Vertaal:

Wij zijn gegaan

Slide 20 - Open question

Vertaal:

Ik ga vergeten

Slide 21 - Open question

Vertaal:

Wij hebben gehoord

Slide 22 - Open question

Vertaal:

Jij bent gevallen

Slide 23 - Open question

Zet bij bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm:

Tu as eu les ..... additions? (bon)

Slide 24 - Open question

Zet bij bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm:

C'était une très .... glace. (vieux)

Slide 25 - Open question

Zet bij bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm:

Les .... gens sont déjà arrivés. (premier)

Slide 26 - Open question

Zet bij bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm:

Sophie est vraiment .... en classe. (attentif)

Slide 27 - Open question

Zet bij bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm:

Parfois, il y a des applis .... (dangereux)

Slide 28 - Open question


Het bijvoeglijk naamwoord vieux komt voor/achter het zelfstandig naamwoord. 
A
voor
B
achter

Slide 29 - Quiz


Het bijvoeglijk naamwoord sportif komt voor/achter het zelfstandig naamwoord. 
A
voor
B
achter

Slide 30 - Quiz


Het bijvoeglijk naamwoord mauvais komt voor/achter het zelfstandig naamwoord. 
A
voor
B
achter

Slide 31 - Quiz


Het bijvoeglijk naamwoord premier komt voor/achter het zelfstandig naamwoord. 
A
voor
B
achter

Slide 32 - Quiz


Het bijvoeglijk naamwoord heureux komt voor/achter het zelfstandig naamwoord. 
A
voor
B
achter

Slide 33 - Quiz


Het bijvoeglijk naamwoord cher komt voor/achter het zelfstandig naamwoord. 
A
voor
B
achter

Slide 34 - Quiz


Het bijvoeglijk naamwoord jolikomt voor/achter het zelfstandig naamwoord. 
A
voor
B
achter

Slide 35 - Quiz

Vertaal de volgende zin naar het Frans:

Ik post ook stories.

Slide 36 - Open question

Vertaal de volgende zin naar het Frans:

Waarom is het je beste vriend?

Slide 37 - Open question

Vertaal de volgende zin naar het Frans:

Wat is de wificode?

Slide 38 - Open question

Vertaal de volgende zin naar het Frans:

Ik ken hem sinds tien jaar.

Slide 39 - Open question

Vertaal de volgende zin naar het Frans:

Nee, ik volg geen sterren.

Slide 40 - Open question

Merci 

Slide 41 - Slide