ONLINE LES 7 januari 2026

ONLINE LES 7 de enero de 2026
1 / 32
next
Slide 1: Slide
SpaansHBOStudiejaar 3

This lesson contains 32 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

ONLINE LES 7 de enero de 2026

Slide 1 - Slide




Semana 2 - clase 1
 el 14 de febrero de 2023
¡Bienvenidos a todos!
Periodo 2
Semana 6 - clase 2 
el 7 de enero de 2026

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Imperativo negativo
Zie ook: p. 123 TB 6.9.1
Het persoonlijk voornaamwoord staat altijd voor de ontkennende Imperativo:
¡No lo comas!                                           No se preocupe
Bij de imperativo afirmativo MOETEN de voornaamwoorden achter de gebiedende wijs vorm geschreven worden!!!!

Slide 4 - Slide

WB Unidad 7 R&S p.75
Werkwoorden met klinkerwisseling
e-ie
o-ue
e-i
encender
probar
pedir
no enciendas 
no pruebes
no pidas
vosotros
no encendáis
no probéis
no pidáis!!
usted
no encienda
no pruebe
no pida
ustedes
no enciendan
no prueben
no pidan
u --> ue
jugar

Slide 5 - Slide

Stencil

Slide 6 - Slide

WB Unidad 7 R&S p.75
Werkwoorden met een -g- in de yo-vorm
yo t.t.
vosotros
usted
ustedes
decir
digo
no digas
no digáis
no diga
no digan
hacer
hago
no hagas
no hagáis
no haga
no hagan
poner
pongo
no pongas
no pongáis
no ponga
no pongan
salir
salgo
no salgas
no salgáis
no salga
no salgan
tener
tengo
no tengas
no tengáis
no tenga
no tengan
venir
vengo
no vengas
no vengáis
no venga
no vengan

Slide 7 - Slide

WB Unidad 7 R&S p.76
Onregelmatige werkwoorden 
dar
ir
ser
no  des
no  vayas
no  seas
vosotros
no  deis
no  vayáis
no   seáis
usted
no  dé
no  vaya
no  sea
ustedes
no  den
no  vayan
no  sean

Slide 8 - Slide

combinatie met pers.vnw
¡No os preocupéis! - (Maak jullie geen zorgen!)

¡No se preocupen! - (ustedes)
¡No lo abras! - (Maak het niet open!)
¡No se lo digas! - (Vertel het haar niet!)

  Wanneer je iemand vertelt om iets NIET TE DOEN dan komt het voornaamwoord direct vóór het werkwoord.
De ontkenning gaat daaraan vooraf.

Let op:
voornaamwoorden achter de imperativo afirmativo: dímelo
 maar vóór de imperativo negativo: no me lo digas

Slide 9 - Slide

¡No busques excusas! TB p. 66
Je werkt op een reclamebureau. Het team is nu bezig met een bewustmakingscampagne. Je mag de volgende onderwerpen in je campagne verwerken:
- Uso del agua
- El medio ambiente
- Ahorrar energía
- Uso del plástico
- Otras ideas
GEBRUIK DE IMPERATIVO NEGATIVO EN AFIRMATIVO
timer
8:00

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Link

Unidad 6

Slide 12 - Slide

Nr. 10d TB p.59       
Wat is normaal/gebruikelijk op een Nederlands feestje?

Es normal
Es usual                     +     hele werkwoord (infinitief)
Tienes que
No puedes

* Es normal llevar regalos a una fiesta de cumpleaños
* Tienes que llegar puntual 
advies geven, zie p. 62

Slide 13 - Slide

Wat is normaal/gebruikelijk?
maak 2 zinnen met voorgaande constructies:
a. En España..........
b. En Holanda ..........

Slide 14 - Mind map

Robert de Niro
es un gran actor
Will Smith
es un actor grande

Slide 15 - Slide

Nr. 12a TB p.59
Verkorte vormen van grande, bueno en malo
grande
bueno/a
malo/a
mannelijk
un gran vino
un buen amigo
hace mal tiempo
vrouwelijk
una gran sopresa
una buena idea
no es mala idea
Let op: Sommige bijvoeglijke nw krijgen een
andere betekenis als ze vóór het zelfst.nw staan
:
Un gran libro:        een geweldig boek       
Un libro grande:    een groot boek (dus dik boek)
un viejo amigo:      een oude vriend  (al lange tijd)
un amigo viejo:      een oude vriend (leeftijd)                  
                          

Reaccionar: 
¿De verdad?
¿Tú crees?
¡No me digas!
Sí, es verdad. 

Slide 16 - Slide

buen
1
buena
2
buenos
3
malos
4
mal
5
1. Arturo en un ____ chico (goede).
2. Alicia es una ____ chica (goede).
3. Los dos son ____ chicos (goede).
4. Esos perros son _______ (slecht).
5. Tienen _____ carácter (slecht).
6. Y una _____ conducta (slecht). 
7. Lucas hizo un _____ salto (groot).
8.  Y una ____ carrera (groot). 
9. Fue el atleta más ___ (groot).  
mala
6
gran
7
gran
8
grande
9

Slide 17 - Slide

ir/venir - traer/llevar WB p. 56 nr. 3b.
1. Ik heb mijn broer meegebracht. 
2. Vrijdag vier ik mijn verjaardag. Kom je langs?
3.  + Marta, ik ben in de keuken.  
Kun je even komen om te helpen? -- Ja, ik kom. 
4.  Ik wil graag een salade om mee te nemen. 
5.  + Dag mama, ik ga nu naar de bieb.  
   -- Kun je dit boek meenemen (om in te leveren)?
6.  + Ik ga zo naar de supermarkt, 
maar je hoeft niet per se met me mee te komen. 
-- Breng je chocola mee?  
He traído a mi hermano. 
1
El viernes celebro mi cumpleaños. ¿Vienes a mi casa?
2
Estoy en la cocina. ¿Puedes venir un momento a ayudarme?
-- Sí, ya voy. 
3
Quería una ensalada para llevar. 
4
Adiós mamá, voy ahora a la biblioteca. 
Por favor, ¿Puedes llevar este libro? 
5
Voy ahora al supermercado, pero no tienes que venir conmigo. 
¿Traes chocolate? 
6

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

El Parque Nacional de Doñana     
UNIDAD 7 Nr.2  TB p. 64
1. Leemos la información sobre el parque
2. haz ej. 2: Subraya las palabras relacionadas con paisajes y animales

Slide 20 - Slide

Reserva de visitas nr. 4a TB p. 65
4a
Fecha
Número de personas
Duración del recorrido
Medio de transporte
Precio
Reserva de visitas Parque Nacional de Doñana
  • el 4 de junio
  • 6
  • 4 horas
  • todo terreno 4 x4 
  • € 26 por persona

Slide 21 - Slide

Hacer la reserva para una excursión
Nr. 4b TB p.65
Añade dos preguntas más a la lista del ejercicio 4 b. 

Lastig?
Tip: bestudeer "een uitstapje organiseren" 
bij 'comunicación' op p. 72 TB

Slide 22 - Slide

Hacer la reserva para una excursión
Nr. 4b TB p.65
Quiero hacer una reserva para...
1. ¿Quedan plazas libres el dos de agosto?
2. ¿Cuánto tiempo dura el recorrido?
3. De dónde sale el todoterreno/el autobús/el barco?
4. ¿Cuánto cuesta la excursión?


Slide 23 - Slide

Chiapas

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

WB oef. 3b p. 68
WB. p 68 - 3b

Slide 26 - Slide

Hacer la reserva para una excursión
Nr. 4c TB p.65
Oefen samen het gesprekje onderaan de 
pagina. De antwoorden van 'Visita Aventura'
staan op p. 149. 

¿Listo? 
Maak oef. 1, 2, 3 WB p. 67
timer
9:00

Slide 27 - Slide

Wat fijn!
Wat ben ik daar blij om!
 Ik verheug me er al op!/ Ik kijk ernaar uit
 Geweldig!
Wat goed!
Wat jammer! 
Wat zonde!
Wat een pech!
Luister naar de fragmenten en geef aan hoe er wordt gereageerd en welke uitdrukkingen er worden gebruikt.
35
36
37
Nr. 5a TB p.66
WB pag. 67-68 oef. 4

Slide 28 - Slide

¡A practicar!    TB p. 66
5b: verbind de Spaanse zin met de 
juiste vertaling 
5c: vertaal en oefen samen de zinnen.



Slide 29 - Slide

Ejercicio 1
Ejercicio 2
Ga ook naar de website van: Parque de atracciones Madrid 
Schrijf 5 adviezen (u-vorm) over dit park a.d.h.v. TB p. 72 'Geboden en verboden' of TB p. 62 'Advies geven' . 

Werk dit gesprek uit en lever in digitaal in op Canvas. 

Slide 30 - Slide

Deberes
1.
Unidad 6: Alle opdrachten uit het WB + reglas y sistemas
2.
Zelfstandig: Tussentijdse Toets unidad 2 en 6 
3. 
Opdracht Parque de atracciones Madrid
4. 
Unidad 7: maak opdr. 1, 2, 3, 5 WB p. 67/68

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide