Oog en bril theorie lensfouten herhaling

Oog en bril theorie lensfouten herhaling

Learning objective

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWiskundeHBOMBOStudiejaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Oog en bril theorie lensfouten herhaling

Learning objective

Wat zijn alle lensfouten die we besproken hadden?

Wat is het effect van een gedraaide cilinder in een bril?

A

A. Beeld lijkt wazig

B

B. Rechte lijnen lijken scheef

C

C. Beeld wordt dubbel

D

D. Kleuren veranderen

Welke verschijnselen horen bij sferische aberratie?

A

Lichtstralen met verschillende kleuren breken verschillend sterk.

B

Lichtstralen verder van de hoofdas breken sterker.

C

De lens vervormt rechte lijnen tot kromme lijnen.

D

De brandpunten liggen op een cirkelvormige lijn.

Wat is het verschil tussen sferische aberratie en coma?

A

Coma komt alleen voor bij negatieve lenzen.

B

Coma is een sferische aberratie van scheef invallende lichtbundels.

C

Sferische aberratie is een kleurfout, coma niet.

D

Sferische aberratie treedt alleen op bij scheef invallend licht.

Bij welke beweging draaien beide ogen naar de temporale kant?

A

C. Dextrocycloversie

B

A. Incyclovergentie

C

B. Excyclovergentie

D

D. Levocycloversie

Een achromaat bestaat uit:

A

Twee lenzen van gelijke sterkte maar tegengestelde richting.

B

Eén bolle en één holle lens van hetzelfde materiaal.

C

Twee lenzen van verschillende glassoorten.

D

Eén plano-convexe lens met een asferisch vlak.

Bij excycloductie verrolt één oog:

A

Naar de nasale kant

B

Naar de temporale kant

C

Naar beneden

D

Naar boven

Welke combinatie vermindert sferische aberratie het meest?

A

Een lens met een hoge brekingsindex.

B

Verhouding van voor- en achtercurve 6 : 1.

C

Een diafragma vóór de lens.

D

Gelijke kromming aan beide lensvlakken.

Een prisma veroorzaakt vertekening omdat:

A

De lichtstralen aan de randen meer worden afgeweken.

B

De brekingsindex in het midden hoger is.

C

Het prisma de lichtintensiteit ongelijk verdeelt.

D

Het verschillende kleuren licht ongelijk breekt.

Hoe kun je coma tot een minimum beperken?

A

Alleen door gebruik van flintglas

B

Doorbuiging aanpassen, asferisch grensvlak gebruiken of diafragma plaatsen

C

Door het brandpunt te verplaatsen

D

Door een achromatisch doublet te gebruiken

Wat is het verschil tussen tonvormige en kussenvormige vertekening?

A

Tonvormig: geen vertekening; kussenvormig: verkleind beeld

B

Tonvormig: lijnen naar buiten; kussenvormig: lijnen naar binnen

C

Tonvormig: lijnen naar binnen; kussenvormig: lijnen naar buiten

D

Tonvormig: puntig beeld; kussenvormig: afgerond beeld

Hoe kun je beeldveldwelving verminderen?

A

Gebruik van een achromatisch doublet

B

Gebruik van een asferisch grensvlak

C

Gebruik van een anastigmaat

D

Gebruik van een diafragma voor de lens

Wat is een verschil tussen kroonglas en flintglas?

A

Kroonglas veroorzaakt meer kleurschifting

B

Kroonglas: hogere brekingsindex, lager Abbe-getal

C

Beide hebben hetzelfde Abbe-getal

D

Kroonglas: lagere brekingsindex, hoger Abbe-getal

Wat kenmerkt flintglas ten opzichte van kroonglas?

A

Flintglas: lagere brekingsindex, hoger Abbe-getal

B

Flintglas veroorzaakt minder kleurschifting

C

Flintglas: hogere brekingsindex, lager Abbe-getal

D

Beide hebben dezelfde brekingsindex

Is je presentatie al af?