Stijlfiguren

5V Grieks
Stijlfiguren
1 / 19
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

5V Grieks
Stijlfiguren

Slide 1 - Slide

Anafora
Antithese
Chiasme
Enallage
Pleonasme
Bijv. nw. congrueert met een ander zelfst. nw. dan waar het qua betekenis bij hoort 
Het dicht bij elkaar geplaatst staan van inhoudelijk tegengestelde begrippen 
Herhaling van tekstelement aan het begin van opeenvolgende (delen van) zinnen of versregels 
Kruisstelling; kruisgewijze plaatsing van grammaticaal en/of inhoudelijk gelijkwaardige tekstelementen (ABBA) 
Het aan een begrip toekennen van een kwalificatie die reeds in het begrip zelf besloten ligt (groen gras) 

Slide 2 - Drag question

Tautologie
Hyperbaton
Sententia/γνωμη
Tricolon
Polysyndeton
Uiteenplaatsing van woorden die een grammaticale eenheid vormen; eenheid wordt onderbroken door tekstelement dat niet bij de woordgroep hoort 
Opsomming die bestaat uit drie delen 
Het herhalen van een begrip in andere woorden ('gratis en voor niks') 
Algemeen geldende uitspraak 
Opeenvolging van twee of meer tekstelementen binnen een zin die telkens door een nevenschikkend voegwoord (en, of) met elkaar verbonden zijn 

Slide 3 - Drag question

Sententia
Hyperbaton
Tautologie
ὅ σφιν ἐὺ φρονέων ἀγορήσατο καὶ μετέειπεν:
κρείσσων γὰρ βασιλεὺς ὅτε χώσεται ἀνδρὶ χέρηϊ:
νοῦσον ἀνὰ στρατὸν ὄρσε κακήν, ὀλέκοντο δὲ λαοί,

Slide 4 - Drag question

Dag stoel naast de tafel, dag brood op de tafel, dag viseerde-vis met de pijp.
A
alliteratie
B
anafoor
C
chiasme
D
assonantie

Slide 5 - Quiz

De vreselijke drempel van de ouderdom.
A
chiasme
B
metafoor
C
enallage
D
metonymia

Slide 6 - Quiz

Een antithese is: ...
A
Twee tegengestelde begrippen dicht bij elkaar geplaatst
B
De ontkenning van een begrip waardoor het tegendeel versterkt

Slide 7 - Quiz

Een pars pro toto is: ...
A
abstract ipv concreet begrip
B
deel ipv het geheel
C
materiaal ipv voorwerp
D
naam god ipv begrip uit invloedssfeer

Slide 8 - Quiz

'Vast en zeker' is een voorbeeld van: ...
A
afgebeelde
B
pleonasme
C
retorische vraag
D
tautologie

Slide 9 - Quiz

De weergave van een negatief geladen begrip door een verzachtende aanduiding noemen we:
A
hyperbaton
B
chiasme
C
climax
D
eufemisme

Slide 10 - Quiz

Geducht voor mijn vijanden,
voor mijn vrienden welgezind

A
chiasme
B
parallellisme
C
hyperbaton
D
personificatie

Slide 11 - Quiz

Wie weet waar Willem Wever woont, Willem Wever woont wijd weg
A
antithese
B
enallage
C
alliteratie
D
climax

Slide 12 - Quiz

De blozende jongen was rood als een kreeft.
De kreeft is in deze vergelijking: ...
A
afgebeelde
B
beeld
C
tertium comparationis

Slide 13 - Quiz

Een paradox is ...
A
Uiteenplaatsing van een grammaticale eenheid
B
Opeenvolging van tekstelementen zonder verbindingswoord
C
Een schijnbare tegenstrijdigheid

Slide 14 - Quiz

'Het licht begint te wandelen door het huis en raakt de dingen aan.'

A
paradox
B
personificatie
C
tautologie
D
metafoor

Slide 15 - Quiz

Γνωμη is een ander woord voor:
A
vergelijking
B
tautologie
C
sententia
D
retorische vraag

Slide 16 - Quiz

Een sententia is ...
A
een algemeen geldende uitspraak
B
een extreem korte uitspraak
C
een heel ingewikkelde uitspraak
D
een lachwekkende uitspraak

Slide 17 - Quiz

'Spreken is zilver, zwijgen is goud'
A
personificatie
B
paradox
C
litotes
D
parallellisme

Slide 18 - Quiz

Wat is vertellerscommentaar?
A
de alwetende verteller levert commentaar
B
personage levert commentaar op verteller

Slide 19 - Quiz