Herhalen Taalcompleet A1 thema 5

Herhalen thema 5 Taalcompleet A1
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Herhalen thema 5 Taalcompleet A1

Slide 1 - Slide

Hoe voel jij je vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

woordestafette



Woorden over het lichaam. Woordestafette: 2 teams. Ieder woord mag maximaal 2 spelfouten hebben en ik moet het woord begrijpen. Dubbele woorden tellen niet mee.
timer
3:00

Slide 3 - Slide

meervoud van huis

Slide 4 - Open question

meervoud van neef

Slide 5 - Open question

meervoud van
klas

Slide 6 - Open question

meervoud van mes

Slide 7 - Open question

meervoud van afspraak

Slide 8 - Open question

Wat zie je op het plaatje? 4 ...

Slide 9 - Open question

Wat zie je op het plaatje? 3 ...

Slide 10 - Open question

Wat zie je op het plaatje? 5 ...

Slide 11 - Open question

laatste opdracht: Wat zie je op het plaatje? 3 ...

Slide 12 - Open question

Maak goede zinnen met de woorden 

Slide 13 - Slide

hoofdpijn/ heb/ Ik/ .

Slide 14 - Open question

van de dokter/ krijgt/ een recept/ De man/ .

Slide 15 - Open question

Ali/ Wanneer/ naar de dokter/ gaat/ ?

Slide 16 - Open question

Je zegt jij of je tegen:
  • kinderen
  • mensen die jong zijn
  • mensen die je goed kent
  • Je zegt dan ook de voornaam
Je zegt U tegen :
  • mensen die oud zijn
  • mensen die je een beetje kent, bijvoorbeeld de doketer, de tandarts, de docent
  • mensen die je niet kent
  • Je zegt dan ook meneer, mevrouw met de achternaam.

Slide 17 - Slide

Zeg je jij of U?
de tandarts
A
jij
B
U

Slide 18 - Quiz

Zeg je jij of U?
je oma
A
jij
B
u

Slide 19 - Quiz

Zeg je jij of U?
de buurvrouw
A

Slide 20 - Quiz

vraagwoorden
Wie?
Wat?
Waar?
Wanneer?
Hoeveel?
Waarom?

Slide 21 - Slide

Vul in...
.........is je huisarts? Mijn huisarts is dokter Jansen.
A
wie
B
wat
C
wanneer
D
waarom

Slide 22 - Quiz

Vul in.
....eten we vanavond? We eten vanavond soep.
A
wie
B
wat
C
waarom
D
hoeveel

Slide 23 - Quiz

Vul in.
....zeg je beterschap? Mijn zus is ziek.
A
wie
B
waarom
C
wat
D
hoeveel

Slide 24 - Quiz

Schrijf zoveel mogelijk woorden over de tandarts

Slide 25 - Open question