Les 1 24 maart Huis

Wat gaan we vandaag doen?
Opwarmer
Woorden oefenen proefles
Hoor jij verschil?
Dagen van de week
Thema: huis
Kleuren

1 / 67
next
Slide 1: Slide
NT2Enseignement Secondaire

This lesson contains 67 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Wat gaan we vandaag doen?
Opwarmer
Woorden oefenen proefles
Hoor jij verschil?
Dagen van de week
Thema: huis
Kleuren

Slide 1 - Slide

Woorden oefenen
Noem het woord
Type het woord

Slide 2 - Slide


Slide 3 - Open question


Slide 4 - Open question


Slide 5 - Open question


Slide 6 - Open question


Slide 7 - Open question

Hoor jij verschil?
B/P

Slide 8 - Slide

dagen van de week 

Slide 9 - Slide

welke dag is het vandaag?

Slide 10 - Open question

Vandaag is het dinsdag, morgen is het....
A
vrijdag
B
dinsdag
C
zaterdag
D
woensdag

Slide 11 - Quiz

welke dag is het morgen
A
dinsdag
B
maandag
C
woensdag
D
vrijdag

Slide 12 - Quiz

welke dag was het gisteren?

Slide 13 - Open question

De eerste dag van de week is ...
A
dinsdag
B
maandag
C
vrijdag
D
zaterdag

Slide 14 - Quiz

De laatste dag van de werkweek is:

Slide 15 - Open question

Op welke dagen is het weekend?
A
maandag & dinsdag
B
zondag & maandag
C
zaterdag & zondag
D
woensdag & donderdag

Slide 16 - Quiz

Het huis
Woordenschat: het huis - de flat - de garage - de schuur - de tuin

Slide 17 - Slide

Het huis
Woordenschat: het raam - de deur - de muur - het dak - het balkon

Slide 18 - Slide

Praat samen

Spreekopdracht 
Woon je in een huis of in een flat?
Heb je een tuin of een balkon?
Heb je een schuur?
Heb je een garage?
Hoeveel deuren heeft je huis?
Hoeveel ramen heeft de klas?
timer
2:00

Slide 19 - Slide


A
de schuur
B
de garaasje
C
de garage
D
het auto

Slide 20 - Quiz


A
de tuin
B
het groen
C
het huis
D
de trap

Slide 21 - Quiz

Hierdoor kan je in een huis
naar buiten kijken.

A
de deur
B
de muur
C
de gang
D
het raam

Slide 22 - Quiz

De kamers
Lezen:
Hallo, ik ben Marloes. Dit is mijn huis.
Mijn huis heeft veel kamers.
Ik heb drie slaapkamers.
De woonkamer en de keuken zijn beneden.
De badkamer en twee slaapkamers zijn boven.
Eén slaapkamer is op de zolder.
De wc is beneden in de gang.

Slide 23 - Slide

 De kamers
WAAR
NIET WAAR
Marloes heeft 2 slaapkamers.
Het huis heeft een badkamer.
De keuken is boven.
De wc is in de gang.
De woonkamer is beneden.
Het huis heeft een zolder.
2 slaapkamers zijn op de zolder.

Slide 24 - Drag question


A
de keuken
B
de woonkamer
C
de slaapkamer
D
de badkamer

Slide 25 - Quiz


A
de keuken
B
de badkamer
C
de woonkamer
D
de slaapkamer

Slide 26 - Quiz


A
de trap
B
de zolder
C
het huis
D
de keuken

Slide 27 - Quiz


A
de kueken
B
de keuken
C
de koken
D
de kuiken

Slide 28 - Quiz


A
het dak
B
de trap
C
de boven
D
de zolder

Slide 29 - Quiz

Het dak zit boven de zolder.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quiz

Hier poets je je tanden.

A
badkamer
B
slaapkamer
C
keuken
D
woonkamer

Slide 31 - Quiz

Hier kook je het eten.

A
de garage
B
de schuur
C
de keuken
D
de gang

Slide 32 - Quiz

wonen 1

Slide 33 - Slide

Wat is dit?
A
slot
B
keuken
C
slaapkamer
D
garage

Slide 34 - Quiz

Wat is dit?
A
slot
B
raam
C
slaapkamer
D
garage

Slide 35 - Quiz

Wat is dit?
A
slot
B
raam
C
slaapkamer
D
voordeur

Slide 36 - Quiz

slot
voordeur
raam

Slide 37 - Drag question

Wat is dit?
A
slot
B
huis
C
slaapkamer
D
voordeur

Slide 38 - Quiz

Wat is dit?
A
slot
B
huis
C
slaapkamer
D
keuken

Slide 39 - Quiz

Wat is dit?
A
slot
B
sleutel
C
slaapkamer
D
keuken

Slide 40 - Quiz

sleutel
huis
keuken

Slide 41 - Drag question

Wat is dit?
A
slot
B
sleutel
C
slaapkamer
D
schuur

Slide 42 - Quiz

Wat is dit?
A
slot
B
woonkamer
C
slaapkamer
D
schuur

Slide 43 - Quiz

Wat is dit?
A
flat
B
woonkamer
C
slaapkamer
D
schuur

Slide 44 - Quiz

schuur
woonkamer
flat

Slide 45 - Drag question

Wat is dit?
A
flat
B
woonkamer
C
badkamer
D
schuur

Slide 46 - Quiz

Wat is dit?
A
flat
B
dak
C
badkamer
D
schuur

Slide 47 - Quiz

Wat is dit?
A
garage
B
dak
C
badkamer
D
schuur

Slide 48 - Quiz

garage
dak
badkamer

Slide 49 - Drag question

Wat is dit?
A
muur
B
dak
C
badkamer
D
schuur

Slide 50 - Quiz

Wat is dit?
A
muur
B
deurbel
C
badkamer
D
schuur

Slide 51 - Quiz

Wat is dit?
A
muur
B
deurbel
C
zolder
D
schuur

Slide 52 - Quiz

muur
zolder
deurbel

Slide 53 - Drag question

dak

Slide 54 - Slide

Schrijf

Slide 55 - Open question

slot

Slide 56 - Slide

Schrijf

Slide 57 - Open question

muur

Slide 58 - Slide

Schrijf

Slide 59 - Open question

huis

Slide 60 - Slide

Schrijf

Slide 61 - Open question

raam

Slide 62 - Slide

Schrijf

Slide 63 - Open question

 De kleuren
oranje  paars  zwart  grijs  groen  geel  roze  rood  bruin  wit  blauw

Slide 64 - Slide

Sleep de Nederlandse woorden naar de juiste kleuren.
geel
blauw
zwart
grijs
rood
groen
wit
oranje
roze
bruin

Slide 65 - Drag question

Sleep de Nederlandse woorden naar de juiste kleuren.
geel
blauw
zwart
grijs
rood
groen
wit
oranje
roze
bruin

Slide 66 - Drag question

Les 1 24 maart Huis

Slide 67 - Slide