Bezittelijk voornaamwoord

1 / 20
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsISK

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Enkelvoud

Ik heb een fiets. => Het is mijn fiets.


Jij hebt een rugzak. => Het is jouw rugzak.


Zij heeft een auto => Het is haar auto.


Hij heeft een pen. => Het is zijn pen.


U heeft een boek. => Het is uw boek.

Meervoud

Wij hebben een sjaal. => Het is onze sjaal. (de sjaal)

Wij hebben een boek. => Het is ons boek. (het boek)


Jullie hebben een glas. => Het is jullie glas.


Zij hebben een tafel. => Het is hun tafel.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord bij ik?

A

mijn

B

ik

C

mijn

D

me

Wat is het bezittelijk voornaamwoord bij jij?

A

je

B

jouw

C

jij

D

jou

Hoe zeg je het dat de pen van een meisje is?

A

zij pen

B

haar pen

C

zijn pen

D

hij pen

Hoe zeg je dat de pen van een jongen is?

A

zijn pen

B

hij pen

C

haar pen

D

zij pen

Wat is het bezittelijk voornaamwoord van u?

Is dat ___ huis? (jij)

A

mijn

B

jouw

C

hun

D

zijn

Dit is ___ idee. (u)

A

uw

B

mijn

C

jouw

D

haar

Zij is ___ jas vergeten.

A

haar

B

mijn

C

zijn

D

jouw

Waar is ___ schrift? (hij)

A

jouw

B

zijn

C

mijn

D

haar

Dit is ___ boek. (ik)

A

jouw

B

mijn

C

haar

D

zijn

Dit zijn ___ boeken op de tafel. (jullie)

A

hun

B

ons

C

onze

D

jullie

Zij hebben ___ fietsen in de schuur.

A

haar

B

mijn

C

hun

D

zijn

We hebben ___ huisdieren meegenomen.

A

onze

B

hun

C

jouw

D

zijn

Samenvatting

Learning objective

Bezittelijk voornaamwoord

Iedere persoon in het Nederlands heeft een eigen bezittelijk voornaamwoord.

Een bezittelijk voornaamwoord vertelt van wie iets is.


Het woord wij heeft twee vormen: ons en onze.

Ons is voor het-woorden, onze is voor de-woorden.

Oefenen op papier

Vul het goede bezittelijk voornaamwoord in.

Oefening 1 = enkelvoud

Oefening 2 = meervoud

Oefening 3 = enkelvoud en meervoud

Wat vond je van de les?