station lezen zakelijke teksten perron 2

Lezen, zakelijke teksten BA4, perron 2
De Rooi Pannen
1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Lezen, zakelijke teksten BA4, perron 2
De Rooi Pannen

Slide 1 - Slide

Hoe noem je de eerste alinea van een tekst?
A
de titel
B
de samenvatting
C
de inleiding
D
de conclusie

Slide 2 - Quiz

Welke leesstrategie gebruik je als je snel een antwoord op een vraag wilt vinden?
A
zoekend
B
intensief
C
verkennend
D
globaal

Slide 3 - Quiz

Welke leesstrategie gebruik je om het onderwerp van een tekst te voorspellen?
A
globaal
B
verkennend
C
zoekend
D
studerend

Slide 4 - Quiz

Wat is het tekstdoel van een nieuwsbericht?
A
amuseren
B
overtuigen
C
instructie geven
D
informeren

Slide 5 - Quiz

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord echter?
A
opsomming
B
tegenstelling
C
reden
D
conclusie

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

opdrachten uit het boek
maken: blz. 17, 18, 19
                 opdr. 2, 3, 4

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

opdrachten uit het boek
lezen: uitleg op blz. 20
maken: blz. 20 - 22
opdr. 6, 7, 8

Slide 11 - Slide

Open vragen beantwoorden
Bij veel open vragen moet je een reden of argument uit de tekst geven. 
Tips:
- maak in gedachten of op een kladpapiertje met het belangrijkste uit de opgave een zin met want.
Bijv. De overheid zal geen strengere regels opstellen, want...
- zoek in de tekst de zin die, of het zinsgedeelte dat daar het best bij past en gebruik die/dat voor je antwoord.

Slide 12 - Slide

Open vragen beantwoorden
Stap 1: lees de vraag goed en kijk wat je moet doen. bijv.  
- Noem twee ... / Welke twee ... : schrijf twee dingen op, niet meer en niet minder
- Leg uit/Verklaar/Licht toe         : Geef een uitleg in je eigen woorden. Schrijf geen zinnen over.
- Citeer een zin                                  : -Kies één zin uit de tekst van hoofdletter tot punt, uitroepteken                                                                        of vraagteken. 
                                                                    -Schrijf de hele zin over óf noteer het eerste en laatste woorden                                                                         van de zin (de regelnummers zijn niet verplicht).
- Citeer een zinsgedeelte             : -Kies een stukje van een zin, dus niet de hele zin.
                                                                    -Schrijf alle woorden over óf noteer alleen het eerste en laatste                                                                         woord (de regelnummers zijn niet verplicht).
- Gebruik maximaal/niet meer dan ... woorden: bij meer woorden kost je dat een punt.

Slide 13 - Slide

opdrachten uit het boek
maken: blz. 22 - 27
opdr. 9, 10, 11, 

lees de uitleg op blz. 26
maken: blz. 25 - 27
opdr. 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18

Slide 14 - Slide

Fijne dag!
Tot de volgende les!

Slide 15 - Slide