4.4 de opkomst van Christendom

1 / 18
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 18 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

De belangrijke afspraken/regels van klas 1D:


  • Heb respect voor elkaar. Wees aardig voor elkaar.
  • Ik ben stil als iemand anders praat, klasgenoot of docent.
  • Vinger opsteken als je wat wilt zeggen.
  • Niet aan iemand anders zijn spullen zitten.
  • Boeken op tafel (Chromebook wanneer docent aangeeft)
  • Telefoons in de hangmat!!! 

Slide 2 - Slide

4.4 de opkomst van Christendom

Slide 3 - Slide

Deze les:
  • Hoe joden in het hele Romeinse rijk terecht kwamen
  • Hoe het christendom vanuit het jodendom ontstond
  • Wat de belangrijkste kenmerken van het vroege christendom zijn
  • Waarom het christendom werd verspreid en bestreden

    Slide 4 - Slide

    Joden in het Romeinse Rijk
    De Romeinen hadden Judea (Israël/Palestina) onderworpen in 63 v.C.

     

    In 6 n.C. maakten de Romeinen van Judea een Romeinse provincie.

    Joodse bevolking moest hoge belastingen betalen en werd beledigd.

    Veel Joden hoopten op de Messias.

    Slide 5 - Slide

    Joodse opstanden
    In 66 n.C. brak in Jeruzalem een grote Joodse opstand uit.
     
    Na vier jaar, in 71 n.C. sloegen de Romeinen onder Titus de opstand neer.
    De Romeinen verwoestten de Joodse tempel.


    In 135 n.C. brak een tweede Joodse opstand uit.
    Jeruzalem werd een Romeinse stad waar joden niet meer mochten komen.

    Slide 6 - Slide

    Romeinen verjagen joden
    • Veel joden werden vermoord, weggejaagd of als slaaf afgevoerd.

    • Joden kwamen in het hele Romeinse rijk en daarbuiten terecht.


    • De joden bouwden overal synagogen.


    Slide 7 - Slide

    Slide 8 - Slide

    Het begin van het christendom
    Volgens overleveringen trok Jezus van Nazareth rond 30 n.C. door Judea.

    Verhalen over Jezus zijn na zijn dood door zijn aanhangers opgeschreven.

    Volgens de verhalen was Jezus een joodse prediker.
    Hij predikte over naastenliefde en zorgen voor zwakke medemensen. Hij zei dat hij de zoon van de enige ware god was.

    Volgens de Romeinen was Jezus een opstandeling. Jezus werd gearresteerd en gekruisigd.

    Slide 9 - Slide

    Het begin van het christendom
    De volgelingen van Jezus geloofden dat hij was gestorven om de mensen te verlossen van hun zonden.
    Na drie dagen uit de dood opgestaan (Pasen).
    Hemelvaart.


    Het aantal aanhangers groeide en er kwamen ook niet-joden bij.
    Christus (Griekse vertaling Messias) was de zoon van God.
    Christus zou alle mensen verlossen.

    Slide 10 - Slide

    Een verboden godsdienst
    Christelijke predikers reisden door het Romeinse rijk om mensen tot het christendom te bekeren.
     
    Het christendom werd een populaire godsdienst.
    - Het beloofde een beter leven na de dood
    - Voor God was iedereen gelijk

    De eerste aanhangers waren dan ook vooral armen, slaven en vrouwen!



    Slide 11 - Slide

    Een verboden godsdienst
    Joden en christenen weigerden de keizer en staatsgoden te vereren.
     
    De joden vormen een kleine groep en werden daarom niet als bedreiging van de staat gezien.

    De christenen wel! Die waren ook actief bezig met 'bekeren

    Slide 12 - Slide

    Een verboden godsdienst
    In de 3e eeuw n.C. had het Romeinse rijk veel last van oorlogen, honger en ziektes.
     
    Keizers geloofden dat de staatsgoden de staat niet meer beschermden:

    De christenen kregen de schuld van alle problemen.

    Het christendom werd verboden en duizenden christenen werden opgepakt, gemarteld en vermoord.

    Slide 13 - Slide

    0

    Slide 14 - Video

    Keizer Constantijn
    Keizer Constantijn krijgt bij een veldslag  een droom: 
    hij ziet een christelijk symbool  in de lucht en hoort de boodschap: 'in dit teken zult gij overwinnen' 
    Hij besluit dat alle manschappen het teken op een schild schilderen

    Slide 15 - Slide

    Van verboden godsdienst naar staatsgodsdienst
    In 313 gaf keizer Constantijn de christenen godsdienstvrijheid: Christenen mochten vanaf nu openlijk met hun godsdienst bezig zijn.


    In 380 benoemde keizer Theodosius het christendom tot staatsgodsdienst.

    In 391 werden alle andere godsdiensten verboden, behalve het jodendom: einde van de godsdienstige verdraagzaamheid.

    Slide 16 - Slide

    Een nieuwe staatsgodsdienst
    De rooms-katholieke kerk verdeelde het rijk in kerkprovincies, onder leiding van een bisschop.
     

    De paus, de bisschop van Rome, werd de leider van de kerk.

    De paus bepaald wie er als heilige mag worden vereerd.

    Slide 17 - Slide

    Lesdoelen:
    • Hoe joden in het hele Romeinse rijk terecht kwamen
    • Hoe het christendom vanuit het jodendom ontstond
    • Wat de belangrijkste kenmerken van het vroege christendom zijn
    • Waarom het christendom werd verspreid en bestreden

      Slide 18 - Slide