Lesinstap H1 Lettervormen (2A3)



Zomervakantie

1 / 30
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWiskundeSecundair onderwijs

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson



Zomervakantie



€3 per persoon

We gaan zwemmen met alle 17 meisjes van de klas. Hoeveel betalen we?


€3 . 17 = €51


We betalen €51.

We gaan zwemmen met de 4 jongens van de klas. Hoeveel betalen we?


€3 . 4 = €12


We betalen €12.

We gaan zwemmen met alle 150 leerlingen van het tweede jaar. Hoeveel betalen we?


€3 . 150 = €450


We betalen €450.

We gaan zwemmen met alle 300 leerlingen van de school. Hoeveel betalen we?


€3 . 300 = €900


We betalen €900.

Hoe kunnen we de prijs berekenen die we zullen moeten betalen als we het aantal zwemmers nog niet kennen?


Stel dat het aantal zwemmers x is, dan zullen we €3 . x betalen.

Duid alle lettervormen aan

A

3x + 6y

B

2ab - 6b

C

5xy

D

47

Noteer hier zelf een lettervorm

Welke lettervorm(en) is/zijn correct genoteerd?

A

4x + 2y

B

9x³y

C

6.a

D

6b + 3a

Noteer een eenterm

Noteer een veelterm


Voeg hier je vraag