Lidwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord

Planning
5 min opstarten

10 min instructie

10 min zelfstandig werken

5 min afronden


  • Log in via LessonUp

  • uitleg lidwoord
  • uitleg zelfstandig naamwoord
  • uitleg bijvoeglijk naamwoord

  • opdrachtenformulier (opdrachten in schrift)

  • exit tickets

Inhoud
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Planning
5 min opstarten

10 min instructie

10 min zelfstandig werken

5 min afronden


  • Log in via LessonUp

  • uitleg lidwoord
  • uitleg zelfstandig naamwoord
  • uitleg bijvoeglijk naamwoord

  • opdrachtenformulier (opdrachten in schrift)

  • exit tickets

Inhoud

Slide 1 - Slide

Lidwoord en zelfstandig naamwoord
Uitleg lidwoord (lw)
Er zijn 3 lidwoorden: de, het, een
Het staat altijd voor een zelfstandig naamwoord

Voorbeelden: 
de laptop, het meisje, een huis


Slide 2 - Slide

Lidwoord en zelfstandig naamwoord
Uitleg zelfstandig naamwoord (znw)
Mensen, dieren, dingen of planten. 
Er staat vaak een lidwoord voor, niet altijd. 

Voorbeelden:
De boot, het gebouw, een boom

Slide 3 - Slide

Lidwoord en zelfstandig naamwoord
Uitleg bijvoeglijk naamwoord (bvn)

Zegt iets over een zelfstandig naamwoord, zoals een eigenschap, kenmerk of toestand. 
Staat vaak direct voor het zelfstandig naamwoord. 

Voorbeelden:
Een boze meneer, de roze tafel, het geschrokken gezicht

Slide 4 - Slide

Lidwoord en zelfstandig naamwoord
Hoe schrijf je dat op?
Voorbeeld:
Mijn lieve oma brengt de koekjes. 


1. lw = de
2. znw = oma, koekjes
3. bnw = lieve

Slide 5 - Slide

Lidwoord en zelfstandig naamwoord
Leren maar! 
Wat: het opdrachtenformulier
Hoe: in je schrift (schrijf alle zinnen over)
Hulp: Mevrouw Rondhuis + theorieboekje
Tijd: 10 min 
Uitkomst: je beslist voor jezelf wat je geleerd hebt. 
Klaar? Maak de extra oefening

Slide 6 - Slide

Ik heb deze les geleerd.
Ja
Nee
Ik zou nog meer kunnen leren
Ik weet het niet

Slide 7 - Poll

Schrijf de lidwoorden uit deze zin op.

Slide 8 - Open question

Geef drie voorbeelden van zelfstandige naamwoorden

Slide 9 - Open question

De zwarte stoel stond naast de tafel.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord?
A
De
B
Zwarte
C
Stoel
D
Naast

Slide 10 - Quiz

Lidwoord en zelfstandig naamwoord
Volgende les
Uitleg over:
- werkwoorden
- voorzetsels

Huiswerk: opdrachtenformulier af. 

Slide 11 - Slide