Campus 2B - Les 5: Non-fictie lezen, je mening geven bij een tekst

Campus 2B - Les 5: Non-fictie lezen, je mening geven bij een tekst

LWB p. 36-39



1 / 50
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijsB-stroomLeerjaar 2

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Campus 2B - Les 5: Non-fictie lezen, je mening geven bij een tekst

LWB p. 36-39



Wat hebben al deze boeken gemeenschappelijk?

Na deze les kan je

  • zeggen waarom iemand een tekst schrijft.

  • je mening geven bij een tekst.

  • uitleggen wat non-fictie is.

Markeer de lesdoelen in je boek op p. 36

Welk gevoel geeft deze quote jou? Waarom?

Waarom koos jij voor 2B?

Wat zeggen anderen over jouw keuze?

Wat vind jij tot nu toe van jouw keuze?

Enkele stellingen

Neem een groene markeerstift of balpen en een rode markeerstift of balpen vast.

Steek groen in de lucht als je het eens bent en rood als je het niet eens bent.

Stelling 1

'B-stroom' en 'arbeidsmarktfinaliteit' klinken negatief.

Stelling 2

Sommige richtingen krijgen minder respect.

Stelling 3

Je studierichting zegt niets over hoe slim je bent.

Stelling 4

De ene richting is niet beter dan de andere, gewoon anders.

Stelling 6

Een nieuwe naam voor de richting zou het imago kunnen verbeteren.

Hebben jullie een idee voor een nieuwe naam?

Tijd om een stukje te lezen!

Eerst wat begrippen opfrissen!

Wat is het onderwerp van de tekst? Hoe vind ik die?

Het onderwerp van een tekst

  • vertelt waar de tekst over gaat

  • wordt vaak duidelijk door de prenten en titel bij de tekst

  • is samen te vatten in een paar woorden

Wat is het onderwerp van deze tekst?

En wat is een hoofdgedachte nu ook alweer?

De hoofdgedachte van een tekst

  • vertelt het belangrijkste over het onderwerp

  • staat vaak in de inleiding of het slot

  • zegt wat de zender wil vertellen

Wat is het doel van deze tekst?

Wat is een tekstdoel?

Het doel van een tekst

  • zegt waarom de zender de tekst schrijft

  • is vaak één van deze vijf opties

    • een verhaal vertellen

    • informeren

    • activeren

    • mening of standpunt geven

    • instructies geven

Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?

Nu is het aan jou!

Kijk naar onderstaand stukje tekst.


Wat is het onderwerp van de tekst?

Wat is de hoofdgedachte van de tekst?

Wat is het doel van de tekst?

We lezen samen de tekst op p. 37

Is jouw mening veranderd na het lezen van de tekst?

Waarom wel/niet?

Welke drie vooroordelen over de B-stroom zie je in de tekst staan?

P. 38

Welke ideeën heb je om het imago te verbeteren?

Welke ideeën geven ze in de tekst om het imago te verbeteren?

Wat is nu een mening volgens jou?

Wat is een mening?

Mening = Wat jij vindt Als je jouw mening geeft, zeg je wat jij vindt van iets. Je gebruikt woorden zoals:

  • Ik vind...

  • Volgens mij...

  • Ik denk dat...

Groene kader p. 39

Wat is een argument?

Argument = Waarom je dat vindt Met een argument leg je uit waarom je iets vindt. Je probeert de ander te overtuigen. Je gebruikt woorden zoals:

  • want...

  • omdat...

Voorbeeld:

  • Mening: Ik vind het jammer dat jongeren niet vaak voor de zorg kiezen,

  • Argument: want zorgen voor anderen is heel belangrijk.

We lezen de reactie van Yassin bij oef 6. op p. 38

Slide tekst

Welke vooroordelen herken je?

Markeer de vooroordelen in het roze.

Markeer de argumenten in het groen.

Verbeter je werk en vervolledig wat je niet had.

Ga jij akkoord met Yassin? Waarom wel/niet?

Selecteer een woord om je eerste invulwoord te maken

Markeer de vooroordelen in het roze.

Markeer de argumenten in het groen.

Doe nu hetzelfde voor Samira.

Markeer de vooroordelen in het roze.

Markeer de argumenten in het groen.

Doe nu hetzelfde voor Samira.

Ga jij akkoord met Samira? Waarom wel/niet?

Selecteer een woord om je eerste invulwoord te maken

Hoe vond je de les gaan? Duid de smiley aan.