This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Report this lesson
Items in this lesson
H3.4 Atoombouw
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Leerdoelen
Je kunt nu:
Het atoommodel van Dalton, Rutherford en Bohr toelichten.
M.b.v. het atoomnummer de bouw van een atoom weergeven.
Uitleggen wat het massagetal is en wat isotopen zijn.
Uitleggen waarom je met gemiddelde atoommassa’s werkt.
Slide 3 - Slide
Stil lezen
10 Min Stil lezen H3.4 en/of opdrachten maken
Maken opdracht:
HAVO: 50 + 51 + 55 + 57 of 58 (M) + 60 of 61(N) + 62(N) of 63(M)
VWO: 43 + 45 + 46 + 49(M) of 51 + 53(N) of 54(M)
timer
10:00
Slide 4 - Slide
Instructie:
We gaan kijken naar de verschillende atoommodellen gedurende de geschiedenis.
Uitwerken van een voorbeeld van het atoommodel van Bohr.
Atoomnummer - Massagetal - Isotopen
Slide 5 - Slide
Het atoom
Dalton (1803)
Een atoom is een massief balletje.
Ieder atoom heeft volgens Dalton een verschillende diameter en is daardoor uniek voor een bepaalde atoomsoort.
Slide 6 - Slide
Rutherford
Atoommodel Rutherford (1911):
Een atoom bestaat uit:
Protonen (kern => +)
Neutronen (kern => neutraal)
Elektronen (wolk => -)
Slide 7 - Slide
Bohr (1913)
Elektronen bevinden zich in specifieke banen rond de atoomkern.
Slide 8 - Slide
Atoomnummer
Het atoomnummer is gelijk aan het aantal protonen in de kern van het atoom. Alle atomen van dezelfde soort hebben hetzelfde atoomnummer.
atoomnummer = aantal protonen
aantal elektronen = aantal protonen (geen lading)
massagetal = aantal protonen + aantal neutronen
Het atoomnummer van Fluor is 9 => 9 protonen (+) in de kern.<div>De relatieve atoommassa van Fluor is 19,00 => 19 - 9 = 10 neutronen in de kern (geen lading).</div><div><br></div><div>Omdat er 9 + deeltjes in de kern zitten, zijn er dus ook 9 negatieve deeltjes aanwezig in de schillen daarom heen => 9 elektronen (-). </div><div>Op die manier is een atoom elektrisch neutraal (geen lading).</div>
Slide 9 - Slide
Atoombouw
Dus:
Aantal protonen = het atoomnummer
Aantal elektronen = het atoomnummer
Aantal neutronen = het massagetal - het atoomnummer
Slide 10 - Slide
atoomnummer en massagetal
een atoom heeft evenveel protonen (+) als elektronen (-)
atoomnummer = aantal protonen
massagetal = protonen + neutronen
elektronen = atoomnummer - lading
Zuurstof ion = oxide
Slide 11 - Slide
Isotopen
Meesteelementen hebben meerdere isotopen.
Isotopen zijn atomen met hetzelfde aantal protonen in de kern, maar een verschillend aantal neutronen.
Isotopen hebben dus hetzelfde atoomnummer, maar een andere massa.
Slide 12 - Slide
Isotopen
Wordt ook we lgeschreven als <div>Li-6 </div><div>Li-7 </div><div>Li-8</div>
Slide 13 - Slide
Isotopen
Slide 14 - Slide
Atoomnummer, massagetal en isotopen
Slide 15 - Slide
Leerdoelen
Je kunt nu:
Het atoommodel van Dalton, Rutherford en Bohr toelichten.
M.b.v. het atoomnummer de bouw van een atoom weergeven.
Uitleggen wat het massagetal is en wat isotopen zijn.
Uitleggen waarom je met gemiddelde atoommassa’s werkt.
Succes met de opgaven.<div>Heb je vragen neem contact met mij op via Magister bericht.</div>
Slide 16 - Slide
Huiswerk:
Maken HAVO: 50, 51, 55, 57 of 58(M), 60 of 61(N), 62(N) of 63(M)
Maken VWO: 43, 45, 46, 50(M) of 51(N), 53(N) of 54(M)
Slide 17 - Slide
Zoek op: Het atoomnummer van koolstof
A
6
B
8
C
12
D
16
Slide 18 - Quiz
Welk getal is het atoomnummer?
A
2
B
63,546
C
29
D
18
Slide 19 - Quiz
Geef het atoomnummer en het massagetal van dit atoom.
A
6 6
B
6 12
C
12 12
D
12 18
Slide 20 - Quiz
Wat is het atoomnummer van deze stof?
A
2 (Helium)
B
4 (Beryllium)
C
6 (Koolstof)
D
8 (Zuurstof)
Slide 21 - Quiz
Het element met atoomnummer 11 is natrium
A
ja
B
nee
Slide 22 - Quiz
Natrium heeft atoomnummer 11 en massagetal 24. Hoeveel protonen heeft natrium?
A
11
B
12
C
23
D
34
Slide 23 - Quiz
Natrium heeft atoomnummer 11 en massagetal 24. Hoeveel elektronen heeft natrium?
A
11
B
12
C
23
D
34
Slide 24 - Quiz
Natrium heeft atoomnummer 11 en massagetal 24. Hoeveel neutronen heeft natrium?
A
11
B
12
C
13
D
24
Slide 25 - Quiz
Waar vind je de neutronen en waar zijn ze gelijk aan?
A
Rond de kern, gelijk aan de massa
B
In de kern, gelijk aan de massa
C
Rond de kern, gelijk aan (massa - atoomnummer)
D
In de kern, gelijk aan
(massa - atoomnummer)
Slide 26 - Quiz
Het atoomnummer is het aantal...
A
protonen van een atoom
B
neutronen van een atoom
C
elektronen van een atoom
D
protonen + elektronen van een atoom
Slide 27 - Quiz
Welk element stelt dit Bohmodel voor?
A
Koolstof
B
Silicium
C
Aluminium
D
Kobalt
Slide 28 - Quiz
Als er een neutron bij komt dan
A
Wordt het atoom nummer hoger
B
Wordt het atoomnummer lager
C
Wordt het massagetal hoger
D
Wordt het massagetal lager
Slide 29 - Quiz
Hebben isotopen verschillende chemische eigenschappen?
A
Ja
B
Nee
Slide 30 - Quiz
Wat is een isotoop?
A
Zelfde atoom,
andere massa
B
Ander atoom,
zelfde massa
C
Zelfde atoom,
ander atoomnummer
D
Ander atoom,
zelfde atoomnummer
Slide 31 - Quiz
Isotopen verschillen van elkaar in ...
A
Aantal protonen
B
Aantal elektronen
C
Aantal protonen en elektronen
D
Aantal neutronen
Slide 32 - Quiz
N-14 heeft 7 protonen en 7 neutronen. C-14 heeft 6 protonen en 8 neutronen. N-14 en C-14 zijn isotopen
A
ja
B
nee
C
soms
Slide 33 - Quiz
Geef de massagetallen van de drie koolstof isotopen.