Plurals Unit 2.2 All Right Max 1H/V

Plurals
Make notes
1 / 26
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Plurals
Make notes

Slide 1 - Slide

Weet je al hoe je woorden in het Engels in meervoud moet zetten? (Heb je een voorbeeld voor me?)

Slide 2 - Mind map

2.2 Meervoud in het Engels:
Als je in het Nederlands een meervoud maakt, dan doe je dat vaak met 's: cavia's, opa's, etc.

Dat is anders in het Engels. De regels zijn best ingewikkeld, dus let goed op! (blz. 84 in je boek)

Slide 3 - Slide

Basisregel: woord +s

Slide 4 - Slide

"sisklank"
Woorden die op een sisklank eindigen (-sh, -ch, -s,  -x, -z) krijgen +es

bush - bushes
church - churches
kiss - kisses
box - boxes
quiz - quizzes


Slide 5 - Slide

Woorden met - y
Woorden die op een medeklinker gevolgd door -y eindigen,
 krijgen -ies

lady - ladies
hobby - hobbies
Let op: toy - toys (basisregel) 

Slide 6 - Slide

Woorden met -f(e)
Woorden die op -f of -fe eindigen, krijgen -ves

thief - thieves
wolf - wolves
life - lives

Slide 7 - Slide

Woorden met -ff
Woorden die eindigen op -ff, krijgen
-s

cliff - cliffs
handcuff - handcuffs

Slide 8 - Slide

Woorden met -o
Woorden die op een -o eindigen, krijgen meestal +es

hero - heroes
tomato - tomatoes
potato - potatoes
! Let op: photo - photos

Slide 9 - Slide


Onregelmatige woorden

Sommige woorden hebben een onregelmatig meervoud. Leer ze uit je hoofd!

man - men
woman - women
child - children
tooth - teeth
foot - feet
goose - geese
mouse - mice
fish - fish

Slide 10 - Slide

Alleen meervoud
Sommige woorden gebruik je in het Engels alleen in het meervoud:

trousers (broek)
glasses (bril)
pyjamas (pyjama)

Slide 11 - Slide

Now let's practise!
Nu volgen er een aantal vragen. Je mag bladzijde 84 in je boek erbij houden.

Slide 12 - Slide

Plural of :
pizza
A
pizza's
B
pizzas
C
pizza'z
D
pizzaz

Slide 13 - Quiz

Plural of :
apple
A
apples
B
apple's
C
applez
D
apple'z

Slide 14 - Quiz


Plural of brush
A
brushes
B
brush's
C
brushs
D
brushies

Slide 15 - Quiz

Plural of tomato:
A
tomatos
B
tomaten
C
tomato's
D
tomatoes

Slide 16 - Quiz

Plural of knife:
A
knife's
B
knifes
C
knives
D
kniffies

Slide 17 - Quiz

What is the plural of
'elf'?
A
elfs
B
elvs
C
elfes
D
elves

Slide 18 - Quiz

What is the plural of
'baby'?
A
babys
B
baby's
C
babies
D
babyes

Slide 19 - Quiz

Plural of puppy:
A
puppies
B
puppy's
C
puppys
D
puppen

Slide 20 - Quiz

Plural of 'child'?
A
childs
B
childrens
C
children
D
childes

Slide 21 - Quiz

1 'watch'
2 ….

Slide 22 - Open question

1 potato
2 ….

Slide 23 - Open question

1 lady
2 ….

Slide 24 - Open question

1 car
2 ….

Slide 25 - Open question

Ik snap de grammatica over de plurals en kan dit ook toepassen.
Ja
Nee
Een beetje

Slide 26 - Poll