reporteros 2 unidad 2

TB p. 24: En Marcha

1. En Zaragoza hay...... 

2. a. Wat vind het meisje leuk aan haar wijk?
b. Wat maakt la basílica del Pilar interessant?
c. Hoe was de stad in de Romeinse tijd?
3a. Hebben Lucas en Maialen zin om weer naar school te gaan?
3b. Hoe lang duurt de zomervakantie in Spanje? En Allerheiligen?


1 / 48
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 48 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

TB p. 24: En Marcha

1. En Zaragoza hay...... 

2. a. Wat vind het meisje leuk aan haar wijk?
b. Wat maakt la basílica del Pilar interessant?
c. Hoe was de stad in de Romeinse tijd?
3a. Hebben Lucas en Maialen zin om weer naar school te gaan?
3b. Hoe lang duurt de zomervakantie in Spanje? En Allerheiligen?


Slide 1 - Slide

TB 1, p. 26:
Lees de blog van Lucas. Wat zijn zijn goede en slechte eigenschappen?
TB 2, p. 27:
Welke dikgedrukte bijvoeglijk naamwoorden worden gebruikt met het werkwoord ser, en welke met estar? Wat is het verschil?
TB 3, p. 26
Welke gemoedstoestand hoort bij welke persoon, zet het eronder.
WB 5, p. 28
WB 6, p. 28
WB 7, p. 28
WB 13, p. 30

Slide 2 - Slide

TB 6, p. 27
Lees de tekst en geef aan hoe de gemoedstoestand van Santiago is en van Lucía.  
TB 7, p. 27
Wat is je gemoedstoestand in deze situaties? Omcirkel het juiste antwoord. 
Maak van zin 2: "saco un 6.0 en español".
Uitleg: 
Kies het juiste antwoord voor jou:

Estoy muy/ bastante/un poco/ demasiado cansado/a
Of: no estoy nada cansado/a.

cansado/a is een bijvoeglijk naamwoord. De dikgedrukte opties horen daarbij, ze passen zich niet aan!

Slide 3 - Slide

Uitleg "hoeveelheden" Blok B, p.
bij een bijvoeglijk nw of werkwoord:
bastante = behoorlijk
un poco = een beetje
no ... nada = helemaal niet
demasiado = te

veel/heel/erg:
> muy + bijvoeglijk naamwoord
> werkwoord + mucho, dat verandert niet: Juana estudia mucho.

bij een zelfstandig nw:
muchos/as
bastante(s), 
poco/a(s)
demasiado/a(s)

Hier past het zich aan aan het zelfstandig naamwoord erachter:
muchos chicos/ pocas chicas

Slide 4 - Slide

SOLUCIÓN DE LA ACTIVIDAD
Santiago está nervioso (línea 7) cuando ve a Lucía porque, seguramente, le gusta. 
Lucía, a su vez, está un poquito nerviosa (l. 8-9) porque es su primer día de clase y, a lo mejor, también le gusta Santiago.

Slide 5 - Slide

Vul in met muy-mucho:

Hoy estoy ___1___ cansada, tengo ____2___ estrés porque tengo _____3_____ deberes. Es que estudio ____4___.

(Vandaag ben ik heel moe, ik heb veel stress omdat ik veel huiswerk
heb. Het is zo dat ik veel studeer)


Vul in met demasiado(s):

Hoy estoy ___1___ cansada, tengo ____2___ estrés porque tengo _____3_____ deberes. Es que estudio ____4___.

(Vandaag ben ik te moe, ik heb te veel stress omdat ik te veel huiswerk
heb. Het is zo dat ik te veel studeer)

Slide 6 - Slide

antwoorden:
Vul in met muy-mucho (=heel, veel, erg) en daarna met demasiado/a(s) (=te), en daarna met bastante(s) (= behoorlijk)

Hoy estoy ___muy/ demasiado/ bastante___ cansada, tengo ___mucho/demasiado/bastante____ estrés porque tengo ___muchos/ demasiados/bastantes_______ deberes. Es que estudio ___mucho/demasiado/bastante____.


Slide 7 - Slide

Vul in met (un) poco(s):


Hoy estoy mejor. Todavía estoy ___1___ cansada, pero hoy tengo ___2___ estrés. Tengo _____3_____ deberes y estudio ____4____

(Vandaag gaat het beter. Ik ben nog steeds een beetje moe, maar ik heb weinig stress. Ik heb weinig huiswerk en ik studeer weinig)

Maak deze zinnen ontkennnend met no – nada:


Hoy estoy cansada y estudio.

(Vandaag ben ik helemaal niet moe en studeer ik helemaal niet)

Slide 8 - Slide

antwoorden
Vul in met (un) poco(s): (= een beetje/ weinig)

Hoy estoy mejor. Todavía estoy  _un poco_ cansada, pero hoy tengo ___poco___ estrés. Tengo ____pocos______ deberes y estudio ___poco_____

Hoy no estoy nada cansada y no estudio nada. > Dus om het werkwoord heen!


Slide 9 - Slide

WB 8, p. 29  
Gebruik TB 3, p. 26
WB 9, p. 29 
Gebruik TB 6, p. 27
WB 10, p. 29
WB 11, p. 30
WB 12, p. 30
WB 14, p. 30
WB 15, p. 31
timer
10:00

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

TB 1, p. 28
a. Wat doen ze, waar gaan ze heen?
b. Wat vindt Diana het leukste aan haar school?
c. Wat verrast Lucas het meest aan zijn nieuwe school?




TB 3, p. 28
Vergelijk het Vitus met IES Élaios.
Es igual, también tenemos = het is hetzelfde, wij hebben ook ....
Es diferente, no tenemos.... = het is anders, wij hebben niet ... 

TB 4, p. 28
Welke beweringen gelden voor scholen in Spanje en welke voor scholen in Nederland?




TB 1

Slide 12 - Slide

TB 3, p. 28
Vergelijk het Vitus met IES Élaios.
Es igual, también tenemos = het is hetzelfde, wij hebben ook ....
Es diferente, no tenemos.... = het is anders, wij hebben niet ... 

TB 4, p. 28
Welke beweringen gelden voor scholen in Spanje en welke voor scholen in Nederland?

Slide 13 - Slide

WB 1, p. 32
Noteer nu de namen die bij de nummers horen.

Kies uit: gimnasio, aula de música, lavabos, secretaría, comedor, patio,
el despacho de la directora.
WB 2, p. 32
Beperk je tot de benedenverdieping van het artgebouw, en doe alsof lokaal 73 het Spaans lokaal is. 
WB 3, p. 33
Vul in op de juiste plek:
el patio/ la sala de profesores/ el pasillo/ el aula de néerlandés/  

WB 5, p. 33
WB 6, p. 33
timer
10:00

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

¿Demasiados deberes?

TB 6, p. 29: samen lezen en vraag a-b-c in schrift

TB 7, p. 29: Schrijf in je schrift zinnen met demasiados/ muchos/ bastantes/ pocos
voorbeeld: "En matemáticas tenemos demasiados deberes"

TB 8, p. 29: Maak de zinnen af met más/ menos que of tanto/a(s) como.


En Holanda hay casi ______ deberes ____ en España.
En Finlandia hay ______ deberes ____ en Holanda.
En España hay _____ deberes _____ en Holanda.

Slide 17 - Slide

ANTWOORDEN
TB 6

A: Es un chico de 10 años que cursa 5º de primaria.
B: Está estresado porque tiene muchos deberes.
C: Su madre piensa que tiene demasiados deberes y quiere cambiarlo con una petición de firmas.

TB 8, p. 29: Maak de zinnen af met más/ menos que of tanto/a(s) como.

En Holanda hay casi ___tantos___ deberes __como__ en España.
En Finlandia hay __menos____ deberes __que__ en Holanda.
En España hay __más___ deberes ___que___ en Holanda.

Slide 18 - Slide

WB 3, p. 33
Vul in op de juiste plek:
el patio/ la sala de profesores/ el pasillo/ el aula de néerlandés/
WB 5, p. 33
WB 6, p. 33

timer
10:00

Slide 19 - Slide

El programa de hoy
>> Huiswerk nakijken en bespreken 
>> Doornemen blok C vergelijkingen TB p. 33
>> Doornemen blok D lo + bijv. nw TB p. 33

Maak in WB 10 t/m 18.

Slide 20 - Slide

Blok C p. 33
Er zijn verschillende manieren om "evenveel/ net zoveel als" te zeggen in het Spaans. De basismanier is:
tan + bijvoeglijk naamwoord + como: Soy tan inteligente como el señor Pandal. (ik ben net zo slim als meneer Pandal)
tanto/a(s) + zelfstandig naamwoord + como: Tengo tantos alumnos como el señor Pandal (ik heb evenveel leerlingen als meneer Pandal)
werkwoord + tanto como:  Trabajo tanto como el señor Pandal.  (ik werk net ze veel als meneer Pandal).
>>>>>>>>>>>>>>>> bij basismanier gebruik je altijd como


Slide 21 - Slide

Bij bijvoeglijke nw en bijwoorden
Basismanier: Soy tan inteligente como tú (ik ben even intelligent als jij)
Variatie: Soy igual de inteligente que tú. (ik ben net zo intelligent als jij)




Slide 22 - Slide

Bij zelfstandige naamwoorden
Basismanier: Tengo tantos deberes como tú. (Ik heb evenveel huiswerk als jij)
Variatie: Tengo los mismos deberes que tú. (= ik heb hetzelfde huiswerk als jij)

Let op: el mismo horario = hetzelfde rooster, la misma gente = dezelfde mensen etc.


Slide 23 - Slide

uitleg begrepen?
Schrijf op een andere manier:

Estudio tantas horas como tú  = 

Mis compañeros están tan nerviosos como yo  =

Slide 24 - Slide

antwoord
Estudio tantas horas como tú  = 
Estudio las mismas horas que tú.

Mis compañeros están tan nerviosos como yo =
Mis compañeros están igual de nerviosos que yo.

Slide 25 - Slide

Blok D, p. 33
Simpel, lees het blok goed door.

Hoe zeg je dan: 
Het slechtste van school is het huiswerk.
slechtste = peor

Slide 26 - Slide

antwoord
Lo peor del instituto son los deberes.

Slide 27 - Slide

Oefenen in WB lección 2:

WB 9, p. 34 (gebruik TB 8, p. 29)
WB 10, p. 34: hacer deberes = huiswerk maken/ significar = betekenen. Je mag kort antwoorden!
a, c, d, e = aantal uur, b = dag, f/g = schoolvak.
WB 11, p. 35
WB 13, p. 35
WB 14, p. 36

WB 15, p. 36 b-2 = mucho más

WB 16, p. 16: levantarme temprano = vroeg opstaan/ cómo lo cuenta = hoe hij het vertelt.

WB 18, p. 37: los/las mismos/as = dezelde/ igual de = even
timer
10:00

Slide 28 - Slide

El programa de hoy
>> Start lección 3 TB 1 + 2, p. 30
>> WB 3, p. 39 + WB 4, p. 40 (klassikaal)
>> WB 1,2,5 & 6

Lesdoel: praten over wat je in je vrije tijd in een stad kan doen en afspraakjes maken.

Slide 29 - Slide

TB 1, p. 30
Waar kun je de volgende dingen doen?


1. ver músicos callejeros
2. comprar ropa
3. ir en bicicleta
4. ir a un mercado de comida
5. visitar talleres de pintura
6. comer perritos calientes
7. ir a una tienda de antiguëdades.
8. ir a un mercadillo
9. visitar un monumento.

Slide 30 - Slide

Antwoorden TB 1

Slide 31 - Slide

TB 2, p. 30
a) welke activiteiten stelt Pablo voor aan Lucas?
b) Wat stelt Lucas aan Pablo voor?
c) Accepteert Pablo het voorstel? Wat besluiten ze te doen?
TB 3, p. 30: mondeling

TB 4, p. 30:
Doe met je klasgenoot een korte dialoog waarin persoon A een activiteit voorstelt uit de Zaragenda en persoon B hierop reageert.
TB 2

Slide 32 - Slide

Klassikaal in WB:
WB 3 p. 39

WB 4, p. 40
Gebruik de tekst + de woorden uit het TB op p. 35 (= quedar con alguien)
Zie ook vertalingen hiernaast




pedir consejo = advies vragen
proponer planes =  voorstellen (om iets te gaan doen)
aceptar planes = een voorstel accepteren
rechazar planes = een voorstel weigeren
excusarse = 
zich verontschuldigen
WB 3

Slide 33 - Slide

Verder oefenen in WB
WB 2, p. 39:  compañero de mesa = tafelgenoot (school)
vecino/a = buurman/ buurvrouw (thuis)
WB 5: zie hiernaast.
WB 6: twee adviezen voor Lucas is genoeg ;)

WB 5, p. 40.
vertaal deze zinnen: 
> sorry, ik kan niet. (Het is zo dat) ik ga hockeyen.
> Oké, top. Gaan we de basiliek bezoeken?
> Sorry, vandaag kan ik niet, ik heb veel huiswerk.
> Akkoord, ik hou erg van hotdogs.


timer
10:00

Slide 34 - Slide

TB 4, p. 30

Je gaat oefenen met het voorstellen van plannen en het reageren daarop. Stel je voor dat je in Zaragoza bent, gebruik de Zaragenda uit TB 1!

persoon A: Stel een activiteit voor en een dag om dit te doen.
Persoon B: Zeg dat je niet kan en waarom en doe een nieuw voorstel (andere activiteit + dag)
persoon A: Stemt in met het voorstel. 

Wissel nu van rol, en houd een tweede gesprek met andere activiteiten & dagen

Slide 35 - Slide

Verder oefenen in WB
WB 1, p. 38
WB 2, p. 39:  compañero de mesa = tafelgenoot (school)
vecino/a = buurman/ buurvrouw (thuis)
WB 5: zie hiernaast.
WB 6: twee adviezen voor Lucas is genoeg ;)

WB 5, p. 40.
vertaal deze zinnen: 
> sorry, ik kan niet. (Het is zo dat) ik ga hockeyen.
> Oké, top. Gaan we de basiliek bezoeken?
> Sorry, vandaag kan ik niet, ik heb veel huiswerk.
> Akkoord, ik hou erg van hotdogs.


timer
10:00

Slide 36 - Slide

El programa de hoy
> Huiswerk nakijken
> Afmaken lección 3 van unidad 2
> Doornemen La ventana pp. 36 & 37
TB 5, 6 & 7 p. 31
WB 7, 8, 10, 11 & 12

Slide 37 - Slide

TB 5, p. 31
Lees de vragen over het gebruik van jij en u in alledaagse situaties en beantwoord de vragen vanuit jezelf.
siempre = altijd
depende de = dat hangt af van



TB 6, p. 31
Bekijk nu de uitkomst van een Spaans onderzoekje. Welke verschillen zie je?

TB 7, p. 31
Lees de dialoog tussen Lucas en een oudere vrouw en kijk naar de gearceerde woorden. Welke vormen zijn u-vormen.


Slide 38 - Slide

Resutados de la encuesta

Slide 39 - Slide

TB pp. 36 & 37: GELE BLOK

Lees de tekst.
1: verbind de foto's van de gebouwen van Zaragoza aan de juiste tijdsperiode.
2: In welk gebouw zit het regionale parlement?
3: Welk gebouw zou je willen bezoeken & waarom?
TB p. 37: BLAUWE BAND

Maak de vragen.

Bij de plaatjes bij "las actividades de ocio" moet je de activiteit noemen.

Bij de laatste vragen antwoord je met een gebouw uit de tekst.

Slide 40 - Slide

Uitleg bij pp. 36 & 37
Zaragoza is gesticht door de Romeinen (época romana).
In de achtste eeuw hebben de arabieren Zaragoza ingenomen (época árabe). Zaragoza is in 1118 heroverd.
In de 18e eeuw bouwt men in barokstijl, dat is een uitbundige, overdadige bouwstijl met veel versieringen. (=época barroca).
In Zaragoza is ook moderne architectuur te vinden (= actualidad).  

Slide 41 - Slide

Francisco de Goya (1746-1828)

Slide 42 - Slide

TB pp. 36 & 37: GELE BLOK

opdracht 1:
1: teatro de Caesaragusta = época romana (S.III)
2: el pabellón puente = actualidad (S. XXI)
3: La aljafería = época árabe (S. XI)
4: La basílica del Pilar = época barroca (S. XVII)

opdracht 2:
In "La Aljafería" zit het regionale parlement.
In "la basílica del Pilar" kun je een werk van Goya bewonderen.

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

WB 7, p. 41
WB 9, p. 42
WB 10, p. 42
WB 11, p. 42
Let op: 
poder = o-ue
querer = e-ie
WB 12, p. 43
tutuyeren = de jij-vorm gebruiken
vousvoyeren = de u-vorm gebruiken


timer
1:00

Slide 45 - Slide

El programa de hoy
> Doornemen cultuurpagina's pp. 22 & 23
> Maken "preparación a la evaluación" op p. 45

Slide 46 - Slide

Maak "preparación a la evaluación" WB p. 45
Ej. 1: De vervoeging van SER & ESTAR vergeten? Check op TB p. 104-105 (presente)
Ej. 2: Check "quedar con alguien" op TB p. 35
Ej. 3: Check "el centro escolar" op TB p. 35
Ej. 4: Check blok B op TB p. 32
timer
10:00

Slide 47 - Slide

TP 1
Vanmiddag ga ik jullie werkhouding invullen. Je mag mij daar nog wat input op geven. Huiswerk heb ik bijgehouden, maar hier nog wat extra vragen.
Graag op je toetsblaadje invullen of je het eens bent met de stellingen.
1. Ik heb een duidelijk schrift met daarin de opdrachten uit het TB en overige aantekeningen.
2. Ik let goed op in de les.
3. Ik ben taakgericht bezig in de les. 
4. Ik stel vragen. 
5. Ik heb de toets goed voorbereid

Slide 48 - Slide