2B2: ALS HET KRIEBELT

Het mannelijke geslachtsorgaan
Wat weet je nog van de vorige les? 
1 / 34
next
Slide 1: Slide
PAVSecundair onderwijs

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Het mannelijke geslachtsorgaan
Wat weet je nog van de vorige les? 

Slide 1 - Slide

Lange, smalle buis naar de top van de penis. Wat ben ik?
A
Zaadleider
B
Urinebuis

Slide 2 - Quiz

De klier net onder de blaas. Wat ben ik?
A
de prostaat
B
de urineblaas
C
de teelbal
D
de bijbal

Slide 3 - Quiz

Het orgaan dat zaadcellen produceert. Wat ben ik?

Slide 4 - Open question

Wat beschermt de teelballen?

Slide 5 - Mind map

Wat zijn de lesdoelen? 
  1. Begrijpen wat het verschil is tussen inwendige en uitwendige organen. 
  2. Onthouden wat de inwendige en uitwendige organen van het mannelijke geslachtsorgaan zijn. 
  3. De verschillende organen situeren en herkennen.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Kunnen we alle delen van het geslachtsorgaan waarnemen met het blote oog?  

Slide 8 - Slide

Er is sprake van inwendige en uitwendige organen. 

Wat is nu het verschil? 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Wat hebben die drie afbeeldingen gemeen? 

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Wat hebben die drie afbeeldingen gemeen? 

Slide 17 - Slide

Wat is nu het verschil? 
Inwendig betekent dat iets binnen in het lichaam zit.
Uitwendig betekent dat iets aan de buitenkant van het lichaam. 

Slide 18 - Slide

Wat is de belangrijke functie van de penis?

Slide 19 - Open question

WAT BEDEKT de VOORHUID?

Slide 20 - Open question

Welk hormoon wordt door de teelballen geproduceerd?

Slide 21 - Open question

Het orgaan dat ervoor zorgt dat de zaadcellen bij de prostaatklier geraken.
A
de urinebuis
B
de zaadleider

Slide 22 - Quiz

Komen sperma en urine tegelijk in de urinebuis terecht?
A
Ja
B
Nee

Slide 23 - Quiz

Sperma bestaat alleen maar uit zaadcellen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Slide

Nu is het aan jullie. 

Taak 16: situeer de organen op de juiste plek. 

Slide 26 - Slide

Wat ben ik? 
  • Vier afbeeldingen per groepje: twee afbeeldingen per leerling. 

  • Raden wat je bent: door vragen te stellen en dat je medeleerling het je zo goed mogelijk beschrijft. 

Slide 27 - Slide

Nu is het aan jullie. 

Taak 17: situeer de organen op de juiste plek. 

Slide 28 - Slide

Het vrouwelijk geslachtsorgaan
Wat weet je daarover? 

Slide 29 - Slide

Wat zijn de lesdoelen? 
  1. Begrijpen wat het verschil is tussen inwendige en uitwendige organen. 
  2. Onthouden wat de inwendige en uitwendige organen van het vrouwelijke geslachtsorgaan zijn. 
  3. De verschillende organen situeren en herkennen. 

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video

Wat waren inwendige en uitwendige organen?

Slide 32 - Open question

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide