reporteros 2 unidad 1

reporteros 2 unidad 1
1 / 28
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

reporteros 2 unidad 1

Slide 1 - Slide

TB 1, p. 11
Bekijk de kaart en kijk naar de foto. Schrijf in het Spaans op wat je weet.
TB 3, p. 11
Welke foto hoort bij welke naam?
TB 4, p. 11
Bekijk het schild van Málaga, wat zie je?
TB 2, p. 11
Bekijk de video en schrijf drie dingen op die je wilt doen.
WB p. 5
Lees welke reporteros in deel 2 centraal staan en haal de volgende informatie uit de tekst:

1. nationaliteit
2. woonplaats
3. interesse

Welke reportero lijkt jou het meest interessant en waarom?


Slide 2 - Slide

Nakijken:
WB p. 5
Tariq: 1. Spaans, 2. Málaga, 3. kunst & foto's maken
Lucas: 1. Nederlands, 2. Zaragoza, 3. Bloggen
Dácil: 1. Spaanse, 2. Tenerife, 3. avontuurlijke sporten.
Marco Antonio: 1. Chileens, 2. Valparaíso, 3. strips en videogames
Ismael: 1. Spaans, 2. Ceuta, 3. ? 
TB 1: Málaga está en el sur de España, en la costa, al lado del mar. 
La playa de Málaga se llama Malagueta.
TB 2: 
- Ir de compras en la calle Larios
- comer en el Pimpi
- visitar el museo Picasso
TB 3: 1. Laura, 2. Óscar, 3. Lucía
TB 4: Veo un castillo, el mar, dos personas, los colores verde, rojo y violeta.

Slide 3 - Slide

TB 1, p. 12:
Bekijk het plaatje, wat doet het poppetje in het weekend?
Beschrijf in het Spaans en gebruik daarbij de volgende werkwoorden: estudiar-ver la tele-bailar-escuchar música

El viernes baila, el sábado ....


Vind je dat ze haar weekend goed organiseert?
(No) se organiza bien.

TB 2, p. 12
Beschrijf jouw weekend:
El viernes ...., el sábado ..., el domingo ..., 

(No) me organizo bien.

Slide 4 - Slide

TB 3, p. 12
Luister naar 4 jongeren die vertellen over hun plannen voor het weekend. 
Kies bij iedereen het juiste plaatje. 


Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

WB 1, p. 6
verbinden
WB 2, p. 6
zinnen maken, gebruik overal 
va a + een heel werkwoord
WB 3, p. 7
vervoeg hier het werkwoord ir, en doe verder hetzelfde.
WB 5, p. 7

Uitleg:
voy a quedar = ik ga afspreken.
vas a estudiar = jij gaat studeren.
va a ir a la bolera = hij/zij gaat bowlen.
vamos a visitar un museo = wij gaan een museum bezoeken.
vais a comer tapas = jullie gaan tapas eten.
van a ir de compras = zij gaan shoppen.

Slide 7 - Slide

Corregir los deberes

Slide 8 - Slide

TB 5, p. 13                
Luister naar ouders die plannen voorstellen aan hun kinderen. Verbind de gesprekjes aan de foto's.

TB 6, p. 13
Geef nu per plan aan of de jongeren het leuk vinden of niet.




WB 6, p. 8
WB 7, p. 8
WB 8, p. 9
ir a = gaan naar
quedar con = afspreken met
Bekijk ook TB 3, p. 12
WB 9, p. 9
Let op, gebruik de uitdrukkingen uit opdracht 6 (en niet 8)
WB 4, p. 7: maak c, d & e
ej. 5
timer
10:00

Slide 9 - Slide

TB 5
TB 6

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Doornemen blok A, TB p. 18
Uitleg:
voy a ir a dormir a casa de una amiga.
vas a ir a un parque de atracciones.
va a ir de excursión.
vamos a ir de compras.
vais a ir a la bolera.
van a ir de compras.



Doornemen blok C, TB p. 18




> wanneer gebruik je gusta, en wanneer gustan?

1. Ze houdt van churros.
2. Wij houden van chocolade.
3. Houden jullie van dansen?

(a mí) 
me 
gusta(n)
(a ti)
te 
gusta(n)
(a él/ella/usted)
 le
gusta(n)

Slide 12 - Slide

Verder oefenen in werkboek:

Met gustar:
WB 12, p. 10
WB 13, p. 11
Kies steeds één van de volgende woorden:
ir de excursión, los coches, viajar, ir de compras


met ir:
WB 10, p. 10 (vervoeging "ir" op TB 12.)

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Lección 2

TB 1, p. 14: in duo's (5 min)
Maak de acht quizvragen.

TB 2, p. 14: klassikaal (5 min)
controleer je antwoorden d.m.v. het fragment.

TB 3, p. 14: in duo's (2 min)
Welke reis hebben jullie gewonnen?


Check:

Hoe zeg je "de langste rivier van ...."
Hoe zeg je "Vier keer zo groot als ..."

Uitleg getallen op p. 21
Schrijf uit:
1982
2009
2012
Waarom deze getallen?

Slide 15 - Slide

WB 1, p. 12 (in duo's)
WB 3, p. 12
WB 4, p. 13
WB 5, p. 13: gebruik de woorden uit WB 4!
WB 6, p. 13


Hulp:
oeste = westen
este = oosten
norte = noorden
sur = zuiden
timer
10:00

Slide 16 - Slide

TB 5, p. 15
Lees de tekst en geef aan of het waar is (verdad) of niet waar (mentira).

HERHALING
(No) hay = er is, er zijn
tiene = het heeft
es =  het is (eigenschap)
está = het ligt

Getallen:
WB 7, p. 14
WB 8, p. 14

Een stad beschrijven:
WB 2, p. 12
WB 17, p. 17

Check of je bij bent in lección 2:
WB 1 t/m 9 is nu af.

Slide 17 - Slide

8a. montaña
8b. ciento veinte
8c. quinientos veinticinco mil seiscientos
8d. setenta y dos
8e. mil cuatrocientos cuarenta
8f. cincuenta
8g. ocho mil ochocientos cuarenta y ocho
8h. trescientos ochenta y cuatro mil cuatrocientos
8i. mil novecientos treinta y nueve
8j. mil cuatrocientos noventa y dos

Slide 18 - Slide

Doornemen Blok B op p. 18

 la montaña más alta de España es el Teide

( De berg meest hoog van Spanje in de Teide)

> Wat gebeurt er bij een mannelijk woord, zoals el río?
> Als ik juist wil zeggen "het minst ..." verander ik "más" in ....
> Hoe vertaal je het beste & het slechtste naar het Spaans?
> Hoe zeg je dan: Alcarraz is de beste tennisser ter wereld? 
(tenista/ mundo)
> Hoe vertaal je jongste en oudste?
> Hoe kun je zeggen dat Frankrijk 12 keer zo groot is als Nederland?


Slide 19 - Slide

WB 12, p. 15
Let op: que = dan/ de = van
WB 13, p. 15
Drie zinnen is genoeg ;)
WB 14, p. 16
WB 15, p. 16
antiguo = oud
WB 16, p. 17
"más ..... que ...." betekent "meer ... dan ....
Ben je bij?
Lección 1: alles behalve WB 4 d & e
Lección 2: alles behalve 10 & 11

Slide 20 - Slide

Huiswerk nakijken!
Lección 3

TB 1, p. 16
Bekijk het formulier en geef antwoord:
a: wat wordt er aangekondigt?
b: aan wie is het gericht?
c: wat gaat er gebeuren?

Slide 21 - Slide

WB 1, p. 18
Je hoeft alleen deze vragen in te vullen:
¿Qué vais a hacer?
¿Necesitáis música o qualquier otra cosa? (= hebben jullie muziek nodig of nog iets anders?
WB 2, p. 18
Bekijk voor hulp "vraagzinnen" op p. 96
WB 3, p. 19
WB 5, p. 19
plato = gerecht
Schrijf bij "más información" uit welk land het gerecht komt, dat is genoeg.
WB 6. p. 20
Gebruik de woordenlijst als je er niet uitkomt.
WB 8, p. 20

Slide 22 - Slide

TB 4, p. 17
Uitleg:
Noem twee manieren om te reageren op het volgende zinnetje:

1. "A mí me gusta el tenis" 

2. "A mí no me gusta el hockey"


3. Welke reacties gebruik je als je het eens bent met iemand?

4. Welke reacties gebruik je als je het oneens bent?

Doe nu de opdracht in duo's. Lees omstebeurt een zin voor uit een rood tekstballonetje, en de ander reageert met een geel tekstballonetje.
boquerones = ansjovisjes
1
1. A mí también<div>2. A mí no</div>
2
A mí sí<div>A mí tampoco</div>
3
A mí también/ A mí tampoco
4
A mí no/ A mí sí

Slide 23 - Slide

Vorige les:
WB 1, p. 18
WB 2, p. 18
Bekijk voor hulp "vraagzinnen" op p. 96
WB 3, p. 19
WB 5, p. 19
WB 6. p. 20
Gebruik de woordenlijst als je er niet uitkomt.
WB 8, p. 20
Deze les:
WB 11, p. 22
WB 12, p. 22

Maak opdracht 1 t/m 4 van de "preparación a la evaluación" op p. 25



Slide 24 - Slide

TB 22 & 23 Cultura

> Picasso is in Málaga geboren, tot welke leeftijd woonde hij daar?
1. Welke drie dingen deed Picasso in Málaga tijdens de vakantie?
2. Deze twee schilderijen heten allebei "de visser", welke heeft hij in 1895 geschilderd, en welke in 1946?
Welke vind je mooier?


3. Wat zijn "boquerones", en waarom worden de inwoners van Málaga zo genoemd?  
4. Wat doen de inwoners van Málaga tijdens de "San Juan" feesten?
Wordt San Juan op meer plekken gevierd? 


> Maak nu de cuestionario cultural, p. 23


Slide 25 - Slide

La ventana p. 22/23
> Picasso woont tot zijn 9e in Málaga.
1. familiebijeenkomsten, picknicks op het strand of op het platteland, afspraakjes met zijn jeugdliefde Carmen Blasco.
2. De bovenste in 1895, de onderste in 1946.
3. Boquerones zijn ansovisjes. Ze worden in Málaga in azijn gegeten als tapa. Het is hét meest beroemde gerecht uit Málaga, daarom worden de mensen uit Málaga ook zo genoemd.
4. Ze gaan naar het strand om de komst van de zomer te vieren, ze maken vuren, eten sardientjes en verbranden "juás" (poppen). In heel Spanje wordt het Sint Jansfeest gevierd, zoals ook in Alicante met vuur en rituelen op het strand.



Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide