In dit boek zijn 47 dierenverhalen op rijm gezet. Ze vormen een humoristische kruising tussen biologie en taal. Zo komt de Vlaamse gaai uit Gent, en haalt de koe "oude koeien uit de sloot".
Slide 2 - Slide
Leesdoel sessie 1
Ik weet wat voor soort tekst dit is en ik weet wie er allemaal voorkomen in het verhaal, waar het verhaal zich allemaal afspeelt en wat er allemaal in het verhaal gebeurt.
Slide 3 - Slide
In een gedicht wordt een alinea een <span style="color: rgb(236, 72, 77)"><b>strofe </b></span>genoemd.<br>
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
MAAK EEN TEKENING
Alles van de WIE, WAT en WAAR vragen moet in de tekening zitten.
Dus let op alle details.
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Slide
WEET JE NOG!
WIE WAAR WAT
Slide 11 - Slide
Leesdoel sessie 2
Ik kan vertellen welke woorden op elkaar rijmen
en
ik kan uitleggen wat de vissen doen en wat het gevolg daarvan is.
Dit is een boerensloot
Slide 12 - Slide
Waarom hebben sommige woorden een andere kleur of een ander lettertype?
Hoorn
Indonesië
waardevolle
standbeeld
geweld
slachtpartij
schouderklopjes
Slide 13 - Slide
Opdracht 1
Gebruik je kleurpotloden.
Onderstreep de woorden die op elkaar rijmen met dezelfde kleur.
VOORBEELD
timer
1:00
Slide 14 - Slide
Waarom hebben sommige woorden een andere kleur of een ander lettertype?
Hoorn
Indonesië
waardevolle
standbeeld
geweld
slachtpartij
schouderklopjes
Slide 15 - Slide
OPDRACHT 2
Ik kan uitleggen wat de vissen doen en wat het gevolg is.
Van sessie 1 weet ik nog dat de vissen de vissers gaan plagen.
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Slide
Weet je nog!
Wat doen de vissen en wat is daarvan het gevolg?
Slide 18 - Slide
Schooltje vissen
De meester van een schooltje vissen zei op een waterige dag: 'Dit wordt een dag om niet te missen, een dag die niemand missen mag.
Wat bedoelt de schrijfster met een schooltje vissen ?
Slide 19 - Slide
Leesdoel sessie 3
Ik kan beeldspraak in het gedicht herkennen en ik kan uitleggen wat de schrijfster daarmee bedoeld en ik kan uitleggen wat de schrijfster wil vertellen met dit gedicht.
Ik kan beeldspraak in het gedicht herkennen en ik kan uitleggen wat de schrijfster daarmee bedoeld en ik kan uitleggen wat de schrijfster wil vertellen met dit gedicht.