ZELFORGANISATIE · GENEXPRESSIE
Quiz
Terugblik: Genexpressie en celdifferentiatie
ZELFORGANISATIE · GENEXPRESSIE
Quiz
Terugblik: Genexpressie en celdifferentiatie
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Id711 / Wikimedia Commons, publiek domein
Vul in
Volgens de genetische code bepaalt de nucleotidenvolgorde van een gen welk eiwit er wordt gemaakt.
De nucleotidenvolgorde van het gen bepaalt via de genetische code het eiwit. Verwachte fout: genoom invullen.
Collageen geeft stevigheid aan huid en pezen. Wat voor eiwit is collageen?
Een enzym
Een receptor
Een structuureiwit
Een eiwithormoon
Een eiwit dat bouw en stevigheid geeft is een structuureiwit. Verwachte fout: enzym kiezen.
Welke taak heeft een transporteiwit?
Stoffen door het celmembraan vervoeren
Stoffen in de cel afbreken
Een signaal van buiten herkennen
Ziekteverwekkers onschadelijk maken
Een transporteiwit vervoert stoffen door het membraan. Afbreken is werk van een enzym, een signaal herkennen van een receptor, een ziekteverwekker binden van een antistof.
Zet op volgorde, van groot naar klein
Een orgaan bestaat uit weefsel, weefsel uit cellen en een cel bevat genen. Verwachte fout: cel en weefsel omdraaien.
Wat is een eigenschap van een stamcel?
Hij heeft een ander genoom dan andere cellen
Hij maakt alle eiwitten van het lichaam
Hij is al gespecialiseerd tot een celtype
Hij kan zich delen en differentiëren
Een stamcel kan zich delen en differentiëren en is nog niet gespecialiseerd. Verwachte fout: denken dat een stamcel een ander genoom heeft.
Een cel maakt veel myosine en geen insuline. Welk celtype is dit het meest waarschijnlijk?
Een cel van de alvleesklier
Een spiercel
Een huidcel
Een stamcel
Myosine hoort bij spiercellen, insuline bij cellen van de alvleesklier. Verwachte fout: de alvleesklier kiezen.
Wat is genexpressie?
Het gebruiken van een gen om een eiwit te maken. Verwachte fout: genexpressie verwarren met het hebben van een gen.
Wat is het genoom van een organisme?
Het geheel van alle genen van het organisme
Alle eiwitten van het organisme
Alleen het DNA dat codeert voor eiwitten
De genen die in één cel aan staan
Het genoom is het geheel van alle genen. Verwachte fout: de genen die tot expressie komen kiezen.
Noem een eiwit en zijn functie.
Bijvoorbeeld insuline (eiwithormoon), hemoglobine (vervoert zuurstof), collageen (structuureiwit) of een antistof. Verwachte fout: alleen een naam noemen zonder functie.
Insuline wordt door de alvleesklier gemaakt en geeft cellen een signaal. Welke functie heeft insuline?
Enzym
Receptor
Eiwithormoon
Structuureiwit
Insuline is een hormoon dat uit eiwit bestaat: een eiwithormoon. Verwachte fout: receptor kiezen omdat het met een signaal te maken heeft.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
ZELFORGANISATIE · GENEXPRESSIE
Goed gedaan!
Je kunt nu uitleggen hoe een gen via RNA een eiwit oplevert en hoe genexpressie en celdifferentiatie zorgen voor verschillende celtypen.
This item has no instructions