Tijd

Meten & Meetkunde 
Tijd
1 / 28
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOMiddelbare schoolLeerjaar 1Studiejaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Meten & Meetkunde 
Tijd

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

1 week hoeveel minuten zijn dat?
A
7
B
7 x 24
C
7 x 24 x 60
D
7 x 24 x 60 x 60

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

TIJD
  • In 1 uur loop je ongeveer    ? kilometer.
  • In 1 uur fiets je ongeveer  ?   kilometer.
  • In 1 uur rijd je met de auto op de snelweg ?   kilometer.
  • Een zachtgekookt ei leg je ongeveer ?  minuten in kokend water. Een hardgekookt ei kook je ongeveer ?  minuten.
  • Een reguliere les duurt 1,5 uur
  • Een seconde duurt ongeveer net zo lang als het uitspreken van het woord ‘eenentwintig’.
  • Je hartslag is in rust tussen de 60 en 100 slagen per minuut.

Slide 5 - Slide

In 1 uur loop je ongeveer 5 kilometer.
In 1 uur fiets je ongeveer 15 tot 20 kilometer.
In 1 uur rijd je met de auto op de snelweg 100 tot 130 kilometer.
Een zachtgekookt ei leg je ongeveer 4 minuten in kokend water. Een hardgekookt ei kook je ongeveer 10 minuten.
Een gerecht met bladerdeeg bak je in ongeveer 15 tot 20 minuten in de oven.
Een reguliere les duurt ongeveer 50 minuten tot een uur.
Een seconde duurt ongeveer net zo lang als het uitspreken van het woord ‘eenentwintig’.
Je hartslag is in rust tussen de 60 en 100 slagen per minuut.
TIJD (groene kaart)
1 minuut =                          60 seconden
1 uur  =                                 60 minuten
1 half uur =                         30 minuten
1 kwartier=                         15 minuten
1 dag / 1 etmaal =            24 uur
1 week =                               7 dagen
1 maand =                           28/29/30/31 dagen
1 kwartaal =                        3 maanden    ( 12 maanden / 4 )
1 jaar =                                  365 dagen
1 jaar =                                  52 weken
1 decennium =                 10 jaar








Slide 6 - Slide

This item has no instructions

1 uur, hoeveel seconden zijn dat?
A
60
B
3600
C
600
D
24

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

85 seconden is....
A
1 minuut
B
0,85 minuut
C
1 minuut en 25 seconden
D
8,5 minuut

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Een 'gewoon' jaar telt ... dagen
A
350
B
360
C
366
D
365

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

De serie die ik volg begint om 19:50 uur en duurt tot 20:25 uur, met 3 reclameblokken van 3 minuten.
Hoeveel minuten duurt mijn serie?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Bij welke digitale tijd is het 8 uur 's avonds?
A
8:00 uur
B
8:00 AM
C
20:00 uur
D
24:00 uur

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel weken zitten er in een kwartaal?
A
52 : 3 = 17
B
52 : 4 = 13
C
3 x 4 = 12
D
15

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

1:25 minuut is 85 seconden?
A
waar
B
niet waar?

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

1,25 minuut is 75 seconden?
A
waar
B
niet waar?

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Let dus op!
Verschil tussen komma en "dubbele punt"
Na komma: decimale gedeelte van minuut, uur, dag
bijvoorbeeld: 1,4 minuut = 
1 minuut en 4/10 van een minuut =24 seconden
Na dubbele punt: kleinere eenheid van tijd
1:40 minuut = 
1 minuut en 40 seconden

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

1,25 uur hoeveel uur en hoeveel minuten is dat?
A
1 uur en 15 minuten
B
1 uur en 25 minuten
C
anderhalf uur
D
125 minuten

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Een jaar telt 42 weken?
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Een etmaal telt .. uur
A
10
B
24
C
12
D
6

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Hoe laat komt de trein aan in Rotterdam Centraal?

Slide 19 - Open question

This item has no instructions

6 weken en 4 dagen = ???? dagen
A
45
B
47
C
46
D
48

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

AM - PM
Een dag is verdeeld in twee delen.

Meridiem: het midden van de dag (= 12.00 uur middag)
AM (Ante Meridiem) betekent: vóór de middag; van middernacht tot 12 uur ’s middags.
PM (Post Meridiem) betekent: na de middag; van 12 uur ’s middags tot middernacht.


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Rekenen met tijdzones

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Video

This item has no instructions

Voorbeeld
Ik ga op vakantie naar Marokko. Het is in Marokko 1 uur vroeger dan in Nederland.
De vlucht duurt 3 uur en 30 minuten. Ik vertrek om 14.00 uit Nederland.

Hoe laat kom ik in Marokko aan?

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Stap 1
Stap 1
Reken eerst uit hoe laat je in Marokko aankomt op Nederlandse tijd.

Ik vertrek om 14.00 uit Nederland. De vlucht duurt 3 uur en 30 minuten. Op Nederlandse tijd kom ik om 17.30 aan.


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Stap 2
Stap 2:
Bereken de tijdzone.

In Marokko is het 1 uur vroeger dan in Nederland. Je moet dus nog een uur van de aankomsttijd afhalen.
Je komt om 16.30 uur in Marokko aan.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Wist je dat:
  • Tijd sneller bij je hoofd gaat dan bij je voeten?
  • Er maar één klok op de hele wereld is die echt goed loopt?!
  • Iedere dag steeds iets korter wordt ?!
  • Er eigenlijk geen nu is ?!


https://timemanagement.nl/tijd-weetjes/

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions