VWO 5 13.1 Rekenen aan zwakke zuren

13.1 Rekenen aan zwakke zuren
Leerdoelen:
Je leert de evenwichtsconstante van zwakke zuren berekenen.
Je leert de pH van een oplossing van een zwak zuur berekenen met behulp van de zuurconstante.
Je leert over het ionisatiepercentage van een zwak zuur.
1 / 8
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 8 slides, with text slides.

Items in this lesson

13.1 Rekenen aan zwakke zuren
Leerdoelen:
Je leert de evenwichtsconstante van zwakke zuren berekenen.
Je leert de pH van een oplossing van een zwak zuur berekenen met behulp van de zuurconstante.
Je leert over het ionisatiepercentage van een zwak zuur.

Slide 1 - Slide

Zuren in je lichaam
Er is maar een plek in de lichaam waar een sterk zuur actief is: de maag. Het zuur is hoofdzakelijk H3O+ en Cl-, pH van 1 tot 3.
Uit binas blijkt dat er andere vloeistoffen in de lichaam een pH lager dan 7 mogelijk is, urine en zweet bijv. 
In urine komt een heel scala aan verschillende zuren voor. De samenstelling van deze zuren verandert tijdens ziekte, daarom wordt in het ziekenhuis de urine ook onderzocht. 

Slide 2 - Slide

Binas tabel 49 en de zuurconstante
Of een zuur sterk is of niet kan je vinden in tabel 49, links zuren en rechts basen. Boven H3O+ is het sterk, eronder zwak. Verder omlaag worden de zuren steeds zwakker. 1 mol zuur levert steeds minder ionen op. 
Melkzuur is een voorbeeld van een zwak zuur waarvan je de concentratie kan berekenen. 

Slide 3 - Slide

Zuurconstante
In tabel 49 staat melkzuur als CH3CHOHCOOH, kortom HM.
Er ontstaat het volgende evenwicht:
Met de volgende evenwichtconstante:

De H2O is zowel oplosmiddel, beginstof als reactant. Ook is de concentratie heel groot en verandert nauwelijks door de instelling van het evenwicht.

Slide 4 - Slide

Zuurconstante
Doordat [H2O] zo groot is kunnen we deze als een constante zien. Het is gebruikelijk om deze constante op te nemen in de evenwichtsconstante.                              -->
Kz is de zuurconstante, in tabel 49.
Melkzuur heeft een Kz van 1.4* 10-4. Hoe lager de Kz waarde hoe zwakker het zuur. 
Temp heeft ook een invloed.

Slide 5 - Slide

Rekenen met Kz
Rekenen met sterke zuren is makkelijk, alle zuren splitsen in ionen. Los je 0.20 mol HCl op in 1,0L water, is de pH 0.7 (-log0.2).
Bij zwakke zuren weet je niet hoeveel ionen er precies afsplitsen. Dit hangt af van het evenwicht en dus Kz waarde. 
Het berekenen gaat als volgt:

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Nabespreken
Je leert de evenwichtsconstante van zwakke zuren berekenen.
Je leert de pH van een oplossing van een zwak zuur berekenen met behulp van de zuurconstante.
Je leert over het ionisatiepercentage van een zwak zuur.

Slide 8 - Slide