Kadobon in de winkel

Kadobon in de winkel

1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomiePraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Kadobon in de winkel

Open eenvoudig en herkenbaar: veel leerlingen kennen een kadobon al van verjaardagen of feestdagen. Houd de introductie kort en praktisch.

Dit kan ik straks

Ik kan uitleggen wat een kadobon is, waarvoor je hem gebruikt en welke eenvoudige begrippen daarbij horen, zoals waarde, inleveren, geldig, restbedrag en betalen.

This item has no instructions

Welk woord past bij kadobon?

Gebruik deze woordwolk om voorkennis op te halen. Verwachte woorden: cadeau, winkel, betalen, geld, bon, kaart.

Begrippenlijst

kadobon - bon met een geldwaarde om mee te betalen

waarde - het bedrag dat op de kadobon staat

inleveren - de kadobon geven bij het betalen

geldig - de kadobon mag nog gebruikt worden

restbedrag - geld dat overblijft op de kadobon of nog betaald moet worden

betalen - afrekenen in de winkel

De gebruiker vroeg om de begrippenlijst aan het begin. Geef leerlingen kort tijd om de woorden over te schrijven.

Wat is een kadobon?

  • Een kadobon is een bon om mee te betalen

  • Op de bon staat een geldwaarde

  • Je gebruikt de bon bij een aankoop

Gebruik steeds dezelfde term: kadobon. Leg uit dat het geen gewoon geld is, maar wel als betaalmiddel kan werken in bepaalde winkels of voor bepaalde producten.

Waarvoor gebruik je een kadobon?

  • Om iets te kopen in een winkel

  • Om een deel van de aankoop te betalen

  • Soms alleen in één winkel of van één merk

Benadruk dat een kadobon niet overal gebruikt kan worden. Koppel dit aan het begrip geldig en aan de winkel of aanbieder die op de bon staat.

Waar koop of gebruik je hem?

  • Bij de kassa of servicebalie

  • In de winkel die op de bon staat

  • Soms ook in een webshop

Houd het algemeen en eenvoudig. Noem geen ingewikkelde uitzonderingen, maar laat wel zien dat de plek van gebruik belangrijk is.

Wanneer is een kadobon geldig?

  • Als je hem nog mag gebruiken

  • Kijk naar datum, winkel of merk

  • Een niet geldige kadobon kun je niet inleveren

Leg het woord geldig heel concreet uit: de bon werkt nog. Vermijd juridisch detail; het doel is herkenning van het begrip.

Wat is een kadobon?

A

een betaalbon

B

een kassabon

C

een prijskaart

D

een spaarkaart

Toetst het basisbegrip. De afleiders lijken op winkelwoorden die leerlingen kennen.

Wanneer is een kadobon geldig?

A

als hij leeg is

B

als hij kapot is

C

als je hem mag gebruiken

D

als hij duur is

Sluit aan op de uitleg van geldig: de bon werkt nog en mag gebruikt worden.

Waar kun je een kadobon soms gebruiken?

1

bij de kassa

2

in de tuin

3

op straat

4

in de bus

This item has no instructions

Hoe lever je een kadobon in?

  • Kies een product

  • Ga naar de kassa

  • Geef de kadobon bij het betalen

Gebruik hier een vast stappenplan. Sluit aan bij praktijksituaties in een winkel.

Betalen met een kadobon

De winkel kijkt naar de waarde van de kadobon en naar de prijs van het product. Daarna weet je of de bon genoeg is of dat je nog iets moet betalen.

Dit is de kern van het rekenidee, maar houd het taalniveau laag. Bereid hiermee de twee praktijksituaties op de volgende slides voor.

Product duurder dan de kadobon

  • Kadobon: €10

  • Product: €14

  • Je betaalt nog €4 bij

Noem dit restbedrag als bedrag dat nog betaald moet worden. Gebruik eenvoudige bedragen en spreek het stap voor stap uit.

Product goedkoper dan de kadobon

  • Kadobon: €20

  • Product: €12

  • Er blijft €8 over als restbedrag

Leg uit dat restbedrag hier het bedrag is dat overblijft. Zeg erbij dat dit soms op de kadobon kan blijven staan, afhankelijk van de bon.

Praktische situatie in de winkel

  • Klant kiest een product

  • Klant geeft de kadobon aan de kassamedewerker

  • De kassamedewerker rekent het bedrag af

Laat de rollen duidelijk zijn: klant en kassamedewerker. Dit ondersteunt de praktische opdracht die later volgt.

Wat moet je controleren?

  • Is de kadobon geldig?

  • Wat is de waarde?

  • Is het product duurder of goedkoper?

Deze slide bundelt de kernbegrippen als voorbereiding op herkennen en toepassen.

Begrippen herkennen

  • waarde: het bedrag op de kadobon

  • inleveren: de bon geven bij de kassa

  • geldig: de bon mag nog gebruikt worden

  • restbedrag: wat overblijft of nog betaald moet worden

De gebruiker vroeg om een kort activerend spel, maar volgens de opdracht maken we alleen contentslides. Deze slide biedt de inhoudelijke basis voor zo'n herkenactiviteit in een latere pass.

Wat doe je met de kadobon bij betalen?

A

weggooien

B

inleveren

C

bewaren

D

scheuren

Controleert het begrip inleveren in een winkelsituatie.

Kadobon €10, product €14. Wat gebeurt er?

A

€4 terug

B

niks extra

C

€10 over

D

€4 bijbetalen

Toetst toepassing van waarde en prijs. Laat leerlingen het verschil benoemen.

Welk woord past bij: geld dat over is of nog moet?

1

geldig

2

restbedrag

3

waarde

4

betalen

This item has no instructions

Wat heb jij vandaag geleerd?

Laat leerlingen kort delen wat zij uit de les meenemen. Mogelijke elementen: wat een kadobon is, waar je hem gebruikt, geldig, waarde, restbedrag.

Wat hielp jou het meest?

Reflectie op het leren. Mogelijke antwoorden: voorbeeld met bedragen, stappenplan bij de kassa, begrippenlijst.

Belangrijke woorden

kadobon - bon met een geldwaarde om mee te betalen

waarde - het bedrag op de kadobon

inleveren - de kadobon geven bij het afrekenen

geldig - nog te gebruiken

restbedrag - bedrag dat over is of nog betaald moet worden

betalen - geld of kadobon gebruiken om af te rekenen

This item has no instructions