Les 40

Telefoon
  • De leerlingen hebben hun telefoon thuis, in de kluis of in het Zakkie
  • Wanneer de leerling toch de telefoon erbij pakt, volgt een eerste waarschuwing
  • De leerling wordt in de gelegenheid gesteld zich te corrigeren en zijn/haar telefoon alsnog in het Zakkie te doen. 
  • Wanneer een leerling geen Zakkie bij zich heeft, dan dient de leerling deze thuis op te halen of een nieuwe te kopen bij de balie (5 euro). 
  • Wanneer een leerling weigert volgt de procedure van “eruit gestuurd”.  
Welkom WBE!
Startklaar?
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Telefoon
  • De leerlingen hebben hun telefoon thuis, in de kluis of in het Zakkie
  • Wanneer de leerling toch de telefoon erbij pakt, volgt een eerste waarschuwing
  • De leerling wordt in de gelegenheid gesteld zich te corrigeren en zijn/haar telefoon alsnog in het Zakkie te doen. 
  • Wanneer een leerling geen Zakkie bij zich heeft, dan dient de leerling deze thuis op te halen of een nieuwe te kopen bij de balie (5 euro). 
  • Wanneer een leerling weigert volgt de procedure van “eruit gestuurd”.  
Welkom WBE!
Startklaar?

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je schrijft 5 zinnen over eten en drinken.
  • Je leest een tekst over eten en drinken.
  • Je beantwoord vragen over de tekst. 

Slide 2 - Slide

Woordenslang wedstrijd!
  • Begin met de letter .....
  •  Schrijf zoveel mogelijk woorden achter elkaar. De woorden moeten gaan over eten en drinken!!

Bijvoorbeeld 
FrieT TomaaT TheE EteN NooT TostI 
De woorden tellen alleen als ze goed zijn geschreven!!

Slide 3 - Slide

timer
5:00

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

  • Er staat een schaaltje op tafel.
  • Naast het schaaltje ligt een lepel.
  • Onder de tafel liggen het mes en de vork, ze zijn gevallen.
  • Er staat een kopje met thee boven de kom.
  • In het kopje zit een kleine lepel.

Slide 7 - Slide

Tekst lezen!
  • Samen lezen.

  • Makkelijk? Kleur alle werkwoorden.


Slide 8 - Slide

Leesvraag.
Wat ligt er naast het bord?
timer
0:30

Slide 9 - Open question

Leesvraag.
Hoe kookt Mohamed een ei?
timer
0:30

Slide 10 - Open question

Leesvraag.
Wat roert Mohamed door de thee?
timer
0:30

Slide 11 - Open question

Leesvraag.
Hoe laat gaat Mohamed naar school?
timer
0:30

Slide 12 - Open question

Wat is het?
1. Is het groente?                                      9. Is het hard?
2. Is het fruit?                                           10. Heeft het een schil? 
3.Is het rond?                                            11. Is het zoet? 
4. Is het lang?                                            12. Is het zuur? 
5. Is het groot?                                          13. Is het zout?
6. Is het klein?                                            14. Is het bitter?
7. Is het rood/blauw/geel....?               15. Is het duur? 
8. Is het zacht?                                          16. Kun je het rauw eten?

Slide 13 - Slide

Wat proef je?
Waar smaakt het naar?

  • Zoet
  • Zuur
  • Zout
  • Bitter

Slide 14 - Slide

Zinnen maken!

Is dit bitter?

Is dit zoet?

Is dit zout?

Is dit zuur?




Ja, dit is bitter. /Nee, dit is niet bitter.

Ja, dit is zoet. / Nee, dit is niet zoet.

Ja, dit is zout. / Nee, dit is niet zout.

Ja, dit is zuur. / Nee, dit is niet zuur.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Link