leesstrategieën

leesstrategieën
1 / 41
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

leesstrategieën

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

details, voorbeelden en uitleg
belangrijkste zaken uit een tekst
verzameling zinnen die met elkaar samenhangen
eerste en laatste zin van de alinea lezen
Oriënterend lezen
Bijzaak
Hoofdzaak
Alinea
Globaal lezen
onderwerp vinden

Slide 6 - Drag question

Welke leesstrategie hoort erbij?
Oriënterend lezen
Globaal lezen
Intensief lezen
Zoekend lezen
Kritisch lezen
Je bladert de folder van de Albert Heijn door. 
Bij het leren onderstreep je de hoofdzaken.
Je zoekt in de bibliotheek naar een boek van de leeslijst.
Je leest de tekst door voordat je de vragen gaat lezen en maken.
Je wil weten of de tekst betrouwbaar is.

Slide 7 - Drag question

Als ik de deelonderwerpen van een tekst wil vinden, moet ik ...
A
Oriënterend lezen
B
Globaal lezen
C
Precies lezen
D
Zoekend lezen

Slide 8 - Quiz

Bij zoekend lezen . . .
A
lees je de 1e en laatste zin van elke alinea.
B
zoek je alleen het stuk tekst dat je nodig hebt.
C
bekijk je de tekst en lees je de 1e alinea.
D
lees je de eerste tot en met de laatste zin van de tekst.

Slide 9 - Quiz

Het doel van kritisch lezen is.
A
Belangrijke stof onthouden
B
Structuur onderscheiden
C
Klopt het wat ik lees?
D
Hoofdzaken/bijzaken onderscheiden

Slide 10 - Quiz

Waar let je op bij kritisch lezen?
A
De naam van de auteur.
B
Het jaartal van de tekst.
C
De afbeeldingen in de tekst.
D
Het lettertype.

Slide 11 - Quiz

Je kijkt naar het uiterlijk van de tekst
Je kijkt welke tekstsoort het is. 
Je leest de tekst precies
Je zoekt de betekenis van moeilijke woorden op.
Je denkt na over wat je al weet over het onderwerp
Je leest de inleiding
en de 1e en laatste zin van een alinea.
Globaal lezen
intensief lezen
verkennend lezen

Slide 12 - Drag question

Onderwerp vinden
Hoofdgedachte vinden
Deelonderwerpen vinden
Globaal lezen
Oriënterend lezen
Precies lezen

Slide 13 - Drag question

Lees je bij zoekend lezen de tekst helemaal?
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quiz

Bij welke vorm van lezen ga je de eerste en laatste alinea lezen?
A
grondig lezen
B
goed lezen
C
oriënterend lezen
D
globaal lezen

Slide 15 - Quiz

Iemand heeft een tekst geschreven met als doel jou te overtuigen. Het onderwerp is erg belangrijk voor je. Welke leesstrategie gebruik je dan?
A
Intensief lezen
B
Kritisch lezen
C
Lerend lezen
D
Zoekend lezen

Slide 16 - Quiz

Intensief lezen 
Verkennend lezen
Globaal lezen 
Zoekend lezen
Je leest niet de hele tekst maar je gaat direct op zoek naar de informatie die je nodig hebt
Voor je de tekst helemaal doorleest, bekijk je eerst de opmaak van de tekst. Je kijkt naar de titel en tussentitels, de algemene lay-out (opbouw van de tekst met alinea's, afbeeldingen...) en de cursief of vet gedrukte woorden en zinnen.
Je leest de tekst niet aandachtig door, maar bekijkt deze snel door naar titel, plaatjes, bronnen en tussenkopjes te kijken. Hierdoor krijg je een indruk van de tekst en kun je al nagaan wat je al weet van dit onderwerp.
Je leest de tekst heel aandachtig en grondig. 

Slide 17 - Drag question

Weet je het nog?
Wat is globaal lezen?
A
Bekijk de tekst, plaatjes en lees de eerste alinea
B
Lees de eerste en de laatste zin van de alinea's, bekijk plaatjes
C
Bekijk de tekst en zoek de info die je nodig hebt
D
Lees de tekst helemaal en nauwkeurig

Slide 18 - Quiz

Een kenmerk van zoekend lezen is:
A
Je bekijkt de tekst: titel, tussenkopjes en plaatjes.
B
Je kijkt de tekst snel door en zoekt het antwoord op een vraag.
C
Je leest de tekst grondig.

Slide 19 - Quiz

Globaal lezen is...
A
Alles doorlezen van begin tot eind
B
De titels en tussenkopjes + kernzinnen van een alinea lezen.
C
Op zoek gaan naar uitgebreide informatie
D
Bedenken of wat er in de tekst staat ook klopt

Slide 20 - Quiz

Wat is de leesstrategie om te bepalen wat het doel van de schrijver is?
A
Intensief lezen
B
Globaal lezen
C
Kritisch lezen
D
Zoekend lezen

Slide 21 - Quiz

Wat is de leesstrategie om belangrijke informatie te onthouden?
A
Kritisch lezen
B
Zoekend lezen
C
Lerend lezen
D
Globaal lezen

Slide 22 - Quiz

Wat is de leesstrategie voor begrip van de tekst?
A
Kritisch lezen
B
Globaal lezen
C
Zoekend lezen
D
Intensief lezen

Slide 23 - Quiz

Wat is de leesstrategie om antwoorden op vragen te vinden?
A
Intensief lezen
B
Globaal lezen
C
Zoekend lezen
D
Lerend lezen

Slide 24 - Quiz

Welke manier van lezen is dit?
Onderstreep woorden die je 
niet kent en probeer de betekenis 
van de woorden met een woordraadstrategie (of met een woordenboek) te vinden.
Schrijf per alinea in een paar woorden op waar deze alinea over gaat.
Noteer het tekstdoel.
Noteer de tekstsoort.





globaal lezen
oriënterend lezen
precies lezen

Slide 25 - Drag question

Welke leesmanier hoort bij de afbeelding?
A
zoekend lezen
B
verkennend lezen
C
kritisch lezen
D
studerend lezen

Slide 26 - Quiz

Welke leesstrategie kies je om het onderwerp van de tekst te vinden?
A
Orienterend lezen
B
Precies lezen
C
Globaal lezen
D
Alle drie.

Slide 27 - Quiz

Welke leessttrategie hoort waar bij?
Orienterend lezen
Globaal lezen 
Precies lezen
Zoekend lezen
Het vinden van het onderwerp
Het vinden van de hoofdgedachte
Het vinden van deelonderwerpen
Het vinden van specifieke/ gerichte informatie.

Slide 28 - Drag question

Lees onderstaande leessituaties. Welke leesstrategie pas je toe?
Situatie 1: 
Om 07.00 uur valt de krant door de brievenbus. Voordat je naar school gaat, wil je snel weten wat het belangrijkste nieuws is. 
Situatie 2: 
Voor biologie moet je een werkstuk maken over klimaatverandering. Je hebt op een internet een tekst gevonden over het klimaat. Je wilt weten of je de tekst kunt gebruiken.
Situatie 3: 
Je hebt morgen een toets over politieke besluitvormingen. Je leest de tekst in je boek maatschappijleer.
Situatie 4:
Je wilt een pretpark bezoeken en bent benieuwd naar de prijzen. Je bezoek de website van het pretpark.
Orienterend lezen
Globaal lezen
Precies lezen
Zoekend lezen

Slide 29 - Drag question

Welke leesmanier gebruik je bij de volgende vraag:

Wanneer is de finale van Wereld Kampioenschap voetbal?
A
zoekend lezen
B
grondig lezen
C
verkennend lezen

Slide 30 - Quiz

Je wil de hoofdzaken van een tekst weten. Welke leesmanier gebruik je?
A
Oriënterend lezen
B
Globaal lezen
C
Grondig lezen
D
Kritisch lezen

Slide 31 - Quiz

Je wil de tekst helemaal begrijpen. Welke leesmanier gebruik je?
A
Oriënterend lezen
B
Globaal lezen
C
Grondig lezen
D
Kritisch lezen

Slide 32 - Quiz

De juiste volgorde van toepassen van leesstrategieën is:
A
Zoekend lezen, oriënterend lezen, intensief lezen, globaal lezen
B
Intensief lezen, oriënterend lezen, globaal lezen, zoekend lezen
C
Oriënterend lezen, globaal lezen, intensief lezen, zoekend lezen
D
Globaal lezen, intensief lezen, zoekend lezen, oriënterend lezen

Slide 33 - Quiz

Wat is geen leesstrategie?
A
globaal lezen
B
plezierig lezen
C
intensief lezen
D
zoekend lezen

Slide 34 - Quiz

Wanneer gebruik je de leesstrategie zoekend lezen?
A
Als je moet zoeken naar de tekst
B
Als je geen zin hebt om de hele tekst te lezen
C
Als je een samenvatting wilt maken van de tekst
D
Als je een antwoord wilt vinden in de tekst op een vraag

Slide 35 - Quiz

Oriënterend lezen
Globaal lezen
Intensief/nauwkeurig lezen
Zoekend lezen
Kritisch lezen
Studerend lezen
Tekst bruikbaar?
Tekst betrouwbaar?
Hoofdzaken tekst?
Ik wil de tekst begrijpen.
Informatie onthouden
Waar staat de nodige informatie?

Slide 36 - Drag question

Je bladert aan het begin van de les de paragraaf door om te kijken waar de les over gaat.
Welke leesstrategie zet je in?
A
globaal lezen
B
oriënterend lezen
C
intensief/nauwkeurig lezen
D
kritisch lezen

Slide 37 - Quiz

Je leert woordjes voor Engels uit je hoofd, omdat je morgen een toets hebt.
Welke leesstrategie zet je in?
A
kritisch lezen
B
globaal lezen
C
studerend lezen
D
intensief/nauwkeurig lezen

Slide 38 - Quiz

Je leest een artikel in de krant (over een vulkaanuitbarsting) heel goed, omdat je precies wilt weten wat er is gebeurd.
Welke leesstrategie zet je in?
A
intensief/nauwkeurig lezen
B
oriënterend lezen
C
kritisch lezen
D
studerend lezen

Slide 39 - Quiz

Globaal lezen is...........
A
alles doorlezen van begin t/m eind
B
de titels en tussenkopjes + eerste zin van een alinea lezen
C
op zoek gaan naar de informatie die je zoekt
D
bedenken of wat er in de tekst staat ook klopt

Slide 40 - Quiz

Intensief lezen is...........
A
alles doorlezen van begin t/m eind
B
de titels en tussenkopjes + eerste zin van een alinea lezen
C
op zoek gaan naar de informatie die je zoekt
D
bedenken of wat er in de tekst staat ook klopt

Slide 41 - Quiz