Motiverende gespreksvoering- Regio College

Regio College - 17-3-2022

MOTIVERENDE GESPREKSVOERING
1 / 43
next
Slide 1: Slide
docent naar coachMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Regio College - 17-3-2022

MOTIVERENDE GESPREKSVOERING

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat verwacht je van deze training?

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

Voorstellen
  • Met deze sheet kan je je even voorstellen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Ingrediënten 

  • Theorie (een beetje) over motivatie
  • Introductie Motiverende gespreksvoering
  • Oefenen met open vragen en reflectief luisteren
  • Start praktijkopdracht

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions





Ken je iemand die goed kan...





  • oplossen
  • overtuigen
  • oordelen
  • confronteren
  • moraliseren

Slide 7 - Slide

This item has no instructions







Ik zou eigenlijk wel willen veranderen, maar... 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Waar loop je tegenaan rondom de motivatie van leerlingen

Slide 9 - Open question

This item has no instructions






Motivatie 

  • Waar lopen jullie tegenaan rondom de motivatie van studenten?
  • Wat is jouw visie op motivatie 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Motivatie

Extrinsieke motivatie
Intrinsieke motivatie
Autonome motivatie

drie vormen

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Straf of belonen
Nut ervan inzien
Leuk vinden
Intrinsieke motivatie
Extrinsieke motivatie
Autonome motivatie

Slide 12 - Drag question

This item has no instructions

Motivatie

  • Extrinsieke motivatie - straffen en belonen
  • Intrinsieke motivatie - leuk vinden
  • Autonome motivatie - nut ervan inzien

drie vormen

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Oefening in tweetallen (1)
  • A vertelt B over iets waarover hij/zij nadenkt om te veranderen, maar nog geen beslissing over heeft gemaakt en nog twijfelt.

  • B overtuigt A dat hij/zij moet veranderen.
  1. Leg uit waarom de persoon zou moeten veranderen
  2. Geef 3 voordelen voor deze verandering
  3. Vertel hoe deze persoon moet veranderen
  4. Benadruk hoe belangrijk het is om te veranderen
  5. Overtuig de persoon dit ook daadwerkelijk te doen

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Oefening in tweetallen (2)
  • A vertelt B over iets waarover hij/zij nadenkt om te veranderen, maar nog geen beslissing over heeft gemaakt en nog twijfelt.

  • B luistert aandachtig en stelt vragen.
  1. Waarom wil jij deze verandering maken?
  2. Als je zou beslissen om te veranderen, hoe zou je dat dan aanpakken?
  3. Wat zijn voor jou de 3 beste redenen om te veranderen?
  4. Hoe belangrijk is het voor jou om te veranderen op een schaal van 0-10?

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Definitie

  • Motiverende Gespreksvoering is een benadering die mensen helpt hun gedrag van binnenuitte veranderen

  • Motiverende gespreksvoering is een op samenwerking gerichte gespreksstijl die iemands eigen motivatie en bereidheid tot verandering versterkt. Daarbij speelt het verkennen en oplossen van ambivalentie een belangrijke rol.
Motiverende gespreksvoering

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Definitie

  • Motiverende Gespreksvoering is een benadering die mensen helpt hun gedrag ‘van binnenuit’ te veranderen. 

  • Motiverende gespreksvoering is een op samenwerking gerichte gespreksstijl die iemands eigen motivatie en bereidheid tot verandering versterkt. Daarbij speelt het verkennen en oplossen van ambivalentie een belangrijke rol.
Motiverende gespreksvoering

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Verandertaal
Behoudtaal
Ambivalentie

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Taal
Verandertaal
Taalgebruik waarmee je gesprekspartner bereidheid tot verandering aangeeft.

Behoudtaal
Taalgebruik waarmee je gesprekspartner aangeeft niet te willen veranderen.



  




Slide 20 - Slide

Je vraagt niet rechtstreeks naar verandertaal. 

Als professional weet je vaak wat beter zou zijn voor de leerling. Bijvoorbeeld in hoe hij kan leren. 
Maar zodra je zegt: zou je het niet eens zo doen. Dan ontstaat er meestal weerstand. 

Voorbeeld - Flip. 

Je kan uiteindelijk wel een tip geven. Maar het is altijd met toestemming van de leerling. De leerling houdt de regie. 
Verandertaal
Voorbereidende verandertaal
- Redenen
- Wensen / verwachtingen
- Mogelijkheden (feitelijk en vertrouwen)
- Belang / noodzaak



  




Slide 21 - Slide

Je vraagt niet rechtstreeks naar verandertaal. 

Als professional weet je vaak wat beter zou zijn voor de leerling. Bijvoorbeeld in hoe hij kan leren. 
Maar zodra je zegt: zou je het niet eens zo doen. Dan ontstaat er meestal weerstand. 

Voorbeeld - Flip. 

Je kan uiteindelijk wel een tip geven. Maar het is altijd met toestemming van de leerling. De leerling houdt de regie. 
Opdracht. Bekijk het filmpje en schrijf op wat deze mensen denken.
Verandertaal
Behoudtaal
Ambivalentie
Beslissingsbalans

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Video

This item has no instructions

Eigenlijk zou ik... maar...
Aan de ene kant wil ik... maar...
Ik wil het wel, maar ik kan het niet.
Verandertaal
Behoudtaal
Ambivalentie

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Ambivalentie-matrix

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Zonder de spirit is MGV een trucje
Eigen maken door doen
SPIRIT VAN MVG

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

SOCA
Samenwerking
Ontlokken
Compassie
Acceptatie

Wees "oprecht nieuwsgierig"!

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

TECHNIEK
Open vragen stellen
Reflectief luisteren
Bevestigen
Samenvatten
Informatie geven

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Soorten vragen
Gesloten vragen 
  • Beginnen met werkwoord
Open vragen
  • Beginnen met vragend voornaamwoord: Wie, welke, hoe, wat, wanneer, waarom 
Doorvragen
  • Uitdiepen standpunt of verhaal dat gezegd is (=analytisch luisteren en denken)

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Open vragen stellen - opdracht in drietallen
A noemt een sleutelwoord dat belangrijk voor hem/haar is. 
B, de vragensteller stelt alleen maar open vragen. Doel is om meer te weten te komen over wat het woord voor A betekent.
Als C een gesloten vraag hoort, drukt hij op de 'virtuele buzzer' en wordt de vraag door B open gemaakt.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Valkuilen bij het stellen van open vragen
  • Na een open vraag meteen een gesloten vraag
  • Te kort wachten op een antwoord
  • Zelf antwoord geven
  • Een stapelvraag stellen
  • Wollige vragen
  • Vragen ‘de verkeerde kant’ op
  • Teveel vragen voelt als een assessment



  




Slide 31 - Slide

This item has no instructions

REFLECTIEF LUISTEREN

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

REFLECTIE
Statement waarmee je teruggeeft wat je denkt dat de ander bedoelt of ervaart.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Toegevoegde waarde
  • Leerling aanzetten tot denken
  • Begrip tonen
  • Motivatie vergroten
  • Afwisseling in een gesprek
  • Reageren op emoties

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Boven de waterspiegel: uitspraak (eenvoudige reflectie)
Onder de waterspiegel: emotie, twijfel, verlangen, bedoeling, waarden (complexe reflectie)
IJSBERG

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

KENMERKEN VAN REFLECTIE
  • Begint met "Je...."
  • Stellend (geen vraag, maar ook niet stellig)
  • Kort (to the point)
  • Neutraal (jouw mening doet er niet toe)
  • Beredeneerd gidsen naar bedoeling of emotie

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

WAT DOE JE NA REFLECTIE?
  • Stilte (geef de ander de tijd om te reageren, voeg er dus niet meteen een nieuwe vraag aan toe).

  • Opnieuw reflecteren: als de ander zaken toevoegt of corrigeert, blijf je reflecteren tot je zeker weet dat jij en de ander elkaar begrijpen.

  • Doorvragen: na een bevestiging kun je verder gaan met een nieuwe vraag of met een nieuwe reflectie waarmee je een ander aspect benoemt.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Reflecties herkennen in een gesprek
1. Ik: “Hoe gaat het thuis met het maken van huiswerk?”
Zij: “Als ik eenmaal begonnen ben dan gaat het wel goed, dan maak ik het wel af.”

2. Ik: “Je vindt het nog lastig om te beginnen.”
Zij: “Ja, ik stel het de hele tijd uit.”

3. Ik: “En daardoor ben je veel langer met je huiswerk bezig.”
Zij: “Ja, klopt. Gisteren wilden we thuis ’s avonds nog een serie kijken. Dat doen we dan samen. Nu moesten ze op mij wachten.”

4. Ik: “Hoe was dat voor jou?”
Zij: “Niet zo leuk, ze gaan dan op me mopperen. En ik baal er dan ook van dat ik nog ’s avonds huiswerk moet maken.”

5. Ik: “Je zou het liever ’s middags uit school doen.”

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Welke reflectie kun je hierop geven?
Leerling: “Mijn ouders zeuren de hele tijd dat ik meer tijd moet besteden aan mijn huiswerk. Daardoor heb ik er helemaal geen zin meer in.”

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Reflectief luisteren oefenen - drietallen
  • A vertelt over iets wat hij/zij wil veranderen. 
  • B reageert zoveel mogelijk met reflecties. Deze reflecties zijn erop gericht de ander te laten ervaren dat je hem/haar begrijpt.
  • C luistert en vertelt daarna welke reflecties hij/zij gehoord heeft.

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

De eindopdracht van de eerste module MGV, deel 1:

Ga bewust en actief oefenen met de gesprekstechnieken. Dit doe je door een aantal keer een gesprek met een student voor te bereiden en dit toe te passen.
 
Doe dit adhv een persoonlijk gesteld doel, gericht op gesprekstechnieken. Bijv; "Ik gebruik complexe reflecties om gevoel bespreekbaar te maken".
 

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

De eindopdracht van de eerste module MGV, deel 2:
 
Schrijf een korte reflectie op de bovenstaande opdracht. 

Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de volgende hulpvragen:
· Hoe reageerde de studenten?
· Had het gesprek het gewenste resultaat?
· Wat zou je een volgende keer anders doen?
· Wat zou je nog graag willen leren?
· Waar was je trots op? Of wat verraste je positief?
 
Bereid je voor op de feedbacksessie. Welke feedbackvraag heb je? Waar wil je nog even extra aandacht aan besteden?

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

of klik hier
Evaluatie training

Slide 43 - Slide

This item has no instructions