H4 par. 4.4 Nederland in 1848

Memo havo 2
H4 Tijd van burgers en stoommachines
De industriële revolutie
par. 4.4 Nederland in 1848
1 / 14
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Memo havo 2
H4 Tijd van burgers en stoommachines
De industriële revolutie
par. 4.4 Nederland in 1848

Slide 1 - Slide

Belangrijkste vragen
- Welke oorzaken heeft de Industriële revolutie?
-Welke gevolgen heeft de Industriële revolutie?
- Wat is het verschil tussen nijverheid en industrialisatie?
- Wat is het verschil tussen een standensamenleving en klassenmaatschappij?
- hoe werd Nederland tussen 1815 en 1848 bestuurd?
- wat zijn de belangen van de liberalen?
- wat is kapitalisme?
- waarom werd de grondwet van 1848 ingevoerd?
- wat stond er in deze grondwet?

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Hoofdvraag: Welke veranderingen deden zich voor in Nederland rond 1850?
  • Je kunt uitleggen hoe Nederland tussen 1815 en 1848 bestuurd werd.
  • Je kunt uitleggen waarom er in 1848 een nieuwe grondwet kwam.
  • Je kunt uitleggen wat er in 1848 in het bestuur veranderde.
  • Je kent de begrippen en jaartallen van deze paragraaf.

Slide 3 - Slide

Koninkrijk der Nederlanden
Verschillende Nederlandse staten:

  • 1588-1795 Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
  • 1795-1806 Bataafse Republiek
  • 1806-1810 Koninkrijk Holland
  • 1810-1813 Onderdeel van Frankrijk
  • 1813-1815 Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden
  • 1815-heden Koninkrijk der Nederlanden

Slide 4 - Slide

Koninkrijk der Nederlanden
1815 Slag bij Waterloo > Napoleon verslagen. 

1814-15 Congres van Wenen
Overwinnaars maakten nieuwe grenzen.
 
Waren conservatief. Tegen nieuwe revolutionaire ideeën over vrijheid, gelijkheid en broederschrap.

Wilden een sterke staat ten noorden van Frankrijk.

Slide 5 - Slide

Koninkrijk der Nederlanden
1795 Stadhouder Willem V vlucht naar Engeland.
1813 Willem VI keert terug.

1815 Koninkrijk der Nederlanden, met koning Willem I van Oranje-Nassau aan het hoofd.
Bestond uit Nederland, België en Luxemburg.

1830 Belgische Opstand. België wordt onafhankelijk.

Slide 6 - Slide

Koninkrijk der Nederlanden
Nederlandse economie in de eerste helft van de 19e eeuw
  • landbouw
  • handel
  • andere niet-industriële activiteiten
Geen grootschalige industrie. Geen grote klasse van fabrieksarbeiders, maar veel armoede.
Armen waren afhankelijk van liefdadigheid (kerken en deel v/d rijke burgers). Overheid bood geen hulp.

Slide 7 - Slide

Koninkrijk der Nederlanden
Koning Willem I wilde de economie nieuw leven inblazen.
Infrastructuur werd verbeterd. 
  • kanalen
  • wegen
  • spoorwegen
1839 eerste stoomtrein Haarlem-Amsterdam.

Tweede helft van de 19e eeuw moderniseerde Nederland. Eerste fabrieken, stoommachines en betere infrastructuur.

Slide 8 - Slide

De liberalen
1815 Koninkrijk der Nederlanden werd een constitutionele monarchie
Koning is gebonden aan de regels van de grondwet.

Koning Willem I (1815-1840) regeerde als een autocraat. Hij was conservatief. Tegen politieke verandering (ideeën over inspraak en vrijheid).

Het koninkrijk was geen democratie.

Slide 9 - Slide

De liberalen
De regering van koning Willem I 
  • benoemde en ontsloeg ministers
  • nam beslissingen over wetten zonder overleg met het parlement (Eerste en Tweede Kamer) 
  • benoemde leden van de Eerste Kamer
  • leden van de Tweede Kamer werden niet gekozen, maar door proviciale bestuurders benoemd.
Veel parlementsleden waren ook conservatief. Wilden geen inspraak voor het gewone volk.

Slide 10 - Slide

De liberalen
Op basis van de denkbeelden van de Verlichting en Franse Revolutie onstond een nieuwe politieke beweging:  liberalisme
  • Vertegenwoordigden de bougeoisie (rijke burgerij)
  • Fundamentale rechten (vrijheid van meningsuiting en inspraak in bestuur)
  • Economische vrijheid (kapitalisme), zo min mogelijk regels
  • Overheid moest alleen zorgen voor veiligheid, verder nergens mee bemoeien.

Slide 11 - Slide

Grondwet van 1848
Koning Willem II (1840-1849) was minder conservatief dan Willem I. In 1848 brak in Frankrijk een nieuwe revolutie uit. In andere Europese landen was er ook onrust in de hoofdsteden.

Koning Willem II was bang voor geweld en revolutie. Gaf Thorbecke opdracht voor nieuwe grondwet. Vernieuwing van bestuur. Koning bleef op de troon, maar kreeg veel minder macht.

Slide 12 - Slide

Grondwet van 1848
Veranderingen in herziene grondwet van 1848
  • Plannen voor nieuwe wetten of uitgaven voor belangrijke zaken moesten door parlement goedgekeurd worden.
  • Besturen werd de taak van ministers en de minister was verantwoordelijk (ministeriële verantwoordelijkheid), niet de koning.
  • Niet de koning, maar het parlement (Eerste en Tweede Kamer) controleerden ministers.
  • Leden Eerste Kamer werden niet langer benoemd door de koning. 
  • Leden Tweede Kamer werden voortaan elke vier jaar gekozen door een kleine groep van rijke mannen. Zij kregen stemrecht.

Slide 13 - Slide

Aan de slag
Wat? Zie whiteboard.
Hoe? Alleen 
Hulp? Bij je buurman/buurvrouw. Kom je er samen niet uit? Dan bij je docent. 
Tijd? Tot het einde van de les. 
Klaar? Leer begrippen en jaartallen. Vraag docent. 

Slide 14 - Slide