Netjes schrijven in Word

Hoofdletters aan het begin

  • De eerste zin begint altijd met een hoofdletter.

  • Ook een nieuwe zin begint met een hoofdletter.

  • Een naam van een persoon of plaats krijgt vaak ook een hoofdletter



Amsterdam

Mohammed Abdal

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeBasisschoolMiddelbare schoolSpeciaal OnderwijsVoortgezet speciaal onderwijsISKLeerroute 3Leerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdletters aan het begin

  • De eerste zin begint altijd met een hoofdletter.

  • Ook een nieuwe zin begint met een hoofdletter.

  • Een naam van een persoon of plaats krijgt vaak ook een hoofdletter



Amsterdam

Mohammed Abdal

Houd het eenvoudig voor ISK-leerlingen: focus eerst op zinnen en eigennamen. Je kunt mondeling voorbeelden geven zoals Amsterdam, Fatima of Ahmed.

Voorbeeld van hoofdletters

Niet goed:

`ik woon in rotterdam. mijn school is groot.`


Goed:

`Ik woon in Rotterdam. Mijn school is groot.`

Lees beide voorbeelden hardop voor en laat zien dat de inhoud hetzelfde is, maar dat de tweede versie beter leesbaar en correct is.

Hoofdletters typen in Word

  • Druk op voor één hoofdletter.

  • Druk op Caps Lock voor meer hoofdletters achter elkaar.


Maak eventueel het verschil zichtbaar op een toetsenbordafbeelding of op het digibord. Benadruk dat HELE WOORDEN in hoofdletters vaak schreeuwerig ogen.

Wanneer gebruik je een hoofdletter?

  • Aan het begin van een zin

  • Bij namen: Sara, Nederland

  • Soms in een titel of kop

  • Plaats namen

  • Amsterdam- Rotterdam

Deze slide onderscheidt de regel van de techniek. Eerst weten leerlingen wanneer een hoofdletter nodig is, daarna kunnen ze die gericht typen.

Wanneer gebruik je Shift?

A

Voor één hoofdletter

B

Voor een nieuwe alinea

C

Voor midden uitlijnen

D

Voor een spatie

Controleert het verschil tussen typen met Shift en andere Word-functies zoals Enter of uitlijnen.

Titel in het midden

  • Een titel staat vaak bovenaan de tekst.

  • Je kunt de titel midden uitlijnen.

This item has no instructions

Midden uitlijnen in Word

  • Typ eerst de titel.

  • Selecteer de titel.

  • Kies centreren / midden uitlijnen.

  • De titel komt dan in het midden van de regel.

Gebruik de woorden die leerlingen op hun versie van Word zien: 'Centreren' of het uitlijn-icoon. Een korte demonstratie op het bord helpt hier veel.

Voorbeeld van een titel

Midden uitgelijnde titel:


Mijn School is heel mooi.



Leg uit dat alleen de titel in het midden hoeft te staan. De gewone tekst staat meestal links uitgelijnd.

Leestekens: : en ;

  • Een dubbele punt (:) gebruik je vaak voor een uitleg, lijst of voorbeeld.

  • Een puntkomma (;) verbindt twee delen van een zin.

  • A team spelers:

    • Mehmet

    • Ali

    • Veli

    • Cenk


  • Ik zal morgen naar school; een daarna naar zwemles.

Voor beginners is de dubbele punt meestal makkelijker dan de puntkomma. Noem de puntkomma als extra mogelijkheid, maar houd de uitleg simpel en functioneel.

Voorbeelden met : en ;

Dubbele punt:

`Ik neem mee: een boek, een pen en een schrift.`


Puntkomma:

`Ik leer graag; ik oefen elke dag.`

Wijs expliciet op de spatie ná het leesteken. Dat is een veelgemaakte fout bij beginnende schrijvers.

Spaties goed gebruiken

  • Zet één spatie tussen woorden.

  • Zet een spatie na een punt, komma, dubbele punt of puntkomma.

This item has no instructions

Alinea gebruiken

  • Een alinea is een stukje tekst over één onderwerp.

  • Bij een nieuw onderwerp begin je een nieuwe alinea.

  • In Word maak je een nieuwe alinea met Enter.


Vermijd een te taalkundige uitleg. Het doel is vooral dat leerlingen zien dat tekst niet één lang blok hoeft te zijn.

Voorbeeld van alinea's

`Ik woon in Utrecht. Ik ga elke dag naar school.`


`Op school leer ik Nederlands. Ik werk vaak in Word.`


Twee onderwerpen → twee alineas.

Benadruk dat een nieuwe alinea niet na elke zin nodig is, maar wanneer de inhoud verandert.

Welke zin heeft de spaties goed?

A

Ik leer graag ;ik oefen elke dag.

B

Ik leer graag; ik oefen elke dag.

C

Ik leer graag ; ik oefen elke dag.

D

Ik leer graag;ik oefen elke dag.

De juiste regel is: geen spatie vóór ; en wel een spatie erna. Deze fout komt ook voor bij de dubbele punt.

Voorbeeldtekst

`Mijn familie`


`Ik woon met mijn ouders en mijn broer in Zwolle. Wij hebben een klein huis.`


`In mijn familie spreekt iedereen meer talen: Nederlands, Arabisch en Engels. Dat vind ik mooi; ik leer elke dag nieuwe woorden.`

Wijs in deze voorbeeldtekst aan: de titel, hoofdletters, de dubbele punt, de puntkomma, spaties en de twee alineas.

Vul de voorbeeldtekst aan

familie Ik woon met mijn ouders en mijn broer in Zwolle. Wij hebben een klein huis. In mijn familie spreekt iedereen meer talen: Nederlands, Arabisch en Engels. Dat vind ik mooi; ik leer elke dag nieuwe woorden.

:
;
Mijns
.
,
Enter

Correct: Mijn, :, ;. Deze oefening laat leerlingen de voorbeeldtekst herkennen en de titel en leestekens terugplaatsen.

Woordenlijst

hoofdletter - grote letter, bijvoorbeeld A, B of C

Shift - toets voor één hoofdletter

Caps Lock - toets voor meerdere hoofdletters

titel - naam van de tekst

midden uitlijnen - tekst in het midden van de regel zetten

dubbele punt - leesteken :

puntkomma - leesteken ;

This item has no instructions

Woordenlijst

spatie - open ruimte tussen woorden

leesteken - teken in een zin, zoals . , : ;

alinea - stukje tekst over één onderwerp

Enter - toets voor een nieuwe regel of alinea

zin - woorden met samen een betekenis

voorbeeld - iets dat laat zien hoe het moet

This item has no instructions