april

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken blz. 103, opdracht  33 en 34.
  • Vervolg Opdrachten












 
1 / 16
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken blz. 103, opdracht  33 en 34.
  • Vervolg Opdrachten












 

Slide 1 - Slide

Vragen Grammatica?

Slide 2 - Open question

Geen vragen (meer)?
  • Pak maar een blaadje...

Slide 3 - Slide


Blz. 154.

Erga 8, 9 en 10. 





Slide 4 - Slide

Ergon 8

Slide 5 - Slide



De afrekening



Blz. 103, 
opdrachten 33 en 34

Slide 6 - Slide

Opdracht 33

  • a. Zij zien de man in bed liggen
  • b. Zij zien de man (naakt op bed) staan
  • c. Geeft hem klappen, werkt hem naar de grond met de handen achter de rug.
  • d. Hij biedt geld

Slide 7 - Slide

Opdracht 34a

  • a. 1. r. 4 καταβάλλω
  • 2. r. 3 ἑστηκότα
  • 3. r. 5 ἠρώτων / r. 6 ὡμολόγει / r. 6 ἠντεβολει / r. 6 ἱκετευε
  • 4. r. 1 Ὤσαντες / r. 2 εἴδομεν / r. 3 πατάξας / r. 4 περιαγαγὼν / r. 5 δήσας / r. 7 ἀποκτεῖναι / r. 7 πράξασθαι
  • 5. r. 8 ἀποκτενῶ

Slide 8 - Slide

Opdracht 34b

  • b. aan de gebruikte stam / aan de uitgangen die bij het aspect passen
  • c. Hij vertelt een levendig verhaal (prs. hist.), hij beschrijft zowel actie (aor) als herhaalde gebeurtenissen (ipf) en verwijst ook nog naar de toekomst (fut).

Slide 9 - Slide



De afrekening



Blz. 104, 
opdrachten 36 t/m 38

Slide 10 - Slide

Opdracht 36

  • a. Geeft hem klappen, werkt hem naar de grond met de handen achter de rug.
  • b. πατάξας (nadat ik hem klappen had gegeven) περιαγαγὼν (nadat ik naar achteren had gebracht) δήσας (nadat ik hem had vastgebonden)
  • c. καταβάλλω (ik gooi op de grond) ἠρώτων (ik vroeg)
  • d. De participia staan in de aoristus en zijn dus voortijdig aan het hoofdwerkwoord.

Slide 11 - Slide

Opdracht 37

  • a. ben (het)
  • b. Zo kun je, zelfs op schrift, de nadruk op ‘ik’ goed voor het voetlicht krijgen. Wanneer ‘ik’ geen nadruk krijgt, lijkt het een ‘gewone’ mededeling.
  • c. deze
  • d. als persoonsvorm: ‘jij overtreedt’

Slide 12 - Slide

Opdracht 38

  • Eigen verwerking.

Slide 13 - Slide

Opdracht 7

  • a.De

Slide 14 - Slide

Opdracht 7

  • a.De

Slide 15 - Slide

Aan het werk.
  • Leer de grammatica t/m Thema 3 
  • Vertaal opdracht 35, t/m 7.                               

Dit is ook huiswerk!


Slide 16 - Slide