Straling c3a herhaling

Herhaling van straling
Module van atoombom tot zoutkoepel
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Herhaling van straling
Module van atoombom tot zoutkoepel

Slide 1 - Slide

Wat is GEEN ioniserende straling
A
infrarood
B
alpha-straling
C
gamma-straling
D
beta-straling

Slide 2 - Quiz

Deze les
  • Voorkennis activeren en er achter komen wat nog lastig is met behulp van vragen.
  • Herhalen uitleg halfwaardetijd. 

Slide 3 - Slide

Welke straling heeft het meeste doordringend vermogen
A
Alfa
B
Beta
C
Gamma

Slide 4 - Quiz

Alfa- en betastraling bestaan uit ...
A
elektromagnetische golven
B
kerndeeltjes of elektronen
C
atomen
D
moleculen

Slide 5 - Quiz

Isotopen hebben allemaal hetzelfde atoomnummer
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 6 - Quiz

Om welke soort straling gaat het bij dit verval?
A
alfa straling
B
beta straling
C
gamma straling

Slide 7 - Quiz

Een atoom heeft 78 protonen en 112 neutronen. Wat is het atoomnummer en wat is het massa getal van dit atoom?
A
atoomnummer = 78 massagetal = 156
B
atoomnummer = 156 massagetal = 78
C
atoomnummer = 190 massagetal = 156
D
atoomnummer = 78 massagetal = 190

Slide 8 - Quiz

Er is aluminium met atoomnummer 27 en met atoomnummer 28.
De atoomsoorten verschillen in het aantal.......................................
in de kern.
A
Protonen
B
Neutronen
C
Elektronen
D
Atoomnummer

Slide 9 - Quiz

Als er een neutron bij komt dan...
A
Wordt het atoomnummer hoger
B
Wordt het atoomnummer lager
C
Wordt het massagetal hoger
D
Wordt het massagetal lager

Slide 10 - Quiz

Geef de vervalreactie van
waarbij betastraling en gammastraling wordt uitgezonden.
88228Ra

Slide 11 - Open question

Halveringstijd (halfwaardetijd)
halveringstijd is T
Na de halveringstijd:
- is de helft van de instabiele atoomkernen verdwenen (zij zijn vervallen en een ander soort atoom geworden)
- is de hoeveelheid straling ook met de helft verminderd (er blijven steeds minder instabiele kernen over)

Slide 12 - Slide

Voorbeeld 1
Een bron heeft een halfwaardetijd van 20 seconden. Hoeveel procent is er over na 60 seconden? 

na 0 s      -->    100%
na 20 s   -->     50%
na 40 s   -->     25 %
na 60 s   -->    12,5 %

Slide 13 - Slide

Voorbeeld 2

Bijvoorbeeld: Radon-222 vervalt in Polonium-218 en een alfa-deeltje, de halveringstijd is 3,8 dagen.
Dus, iedere 3,8 dag vervalt de helft van de Radon-222.
86222Rn84218Po+24He

Slide 14 - Slide

Halfwaardetijd

Slide 15 - Slide

Activiteit
De activiteit van een radioactieve bron hangt af van:
  • de hoeveelheid radioactieve stof;
  • de halfwaardetijd. 

Slide 16 - Slide