13.1: bijvoeglijk naamwoord, herhaling

Cours du 25 mars
bijvoeglijk naamwoord, toetsvoorbereiding

VIFE : Fenna Visser
1 / 19
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 19 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Cours du 25 mars
bijvoeglijk naamwoord, toetsvoorbereiding

VIFE : Fenna Visser

Slide 1 - Slide

Planning
  • Magister
  • Questions
  • Bijvoeglijk naamwoord
  • Écrire

Slide 2 - Slide

Wat ga ik deze les leren?
  1. Ik leer hoe ik een (onregelmatig) bijvoeglijk naamwoord gebruik.
  2. Ik herhaal grammatica- en schrijfoefeningen voor de toets.
  3. (Ik schrijf een tekst over mijn broer/zus/neef/nicht.)

Slide 3 - Slide

Magister
  • Aanwezig
  • Op tijd
  • Boeken mee: cahier B
  • Huiswerk gemaakt: ex. 30de, 31

Slide 4 - Slide

Proefwerk (PW) chapitre 5
Dinsdag 2 april
  • Vocabulaire N-F én F-N (incl. zinnen)
  • Grammaire: passé composé, bijvoeglijk 
       naamwoord
  • Écrire: zinnen vertalen
  • Lire: tekstje met meerkeuzevragen

Slide 5 - Slide

Questions
Réponds en français
  1. Tu as un frère ou une soeur ?
  2. Il/elle est comment ?

--> Aide: voca EF, phrases-clés G
timer
3:00

Slide 6 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord (p. 36-39)
Waarom zijn deze bijvoeglijk naamwoorden verschillend?
  1. un portable noir                       
  2. une robe noire
  3. les cheveux noirs                           
  4. les lunettes noires                           

Slide 7 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord (p. 36-39)
Contrôle: ex. 30e
  • Manon a les cheveux (m mv) (1) blonds
  • Elle porte des lunettes (v mv) (2) noires
  • avec un sac à dos (3) gris
  • Hugo a les yeux (m mv) (4) verts













Slide 8 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord (p. 36-39)
Contrôle: ex. 30e
  • Il porte un jean (5) bleu
  • Il porte aussi un T-shirt (6) noir
  • Il a deux chiens (7) blancs            













Slide 9 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord (p. 36-39)
Let op: 
  • staat er al een 's' of 'e' aan het eind?
  • dan komt die er niet extra bij!
Exemple (ex. 31b):
  • (1) Jules est drôle. Juliette est drôle. 
  • (4) Alexandre est calme. Alexandra est calme.













Slide 10 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord (p. 38)
Niet alle bijvoeglijk naamwoorden zijn regelmatig
  • Il est beau. / Elle est belle.
  • Kijk dus goed in de grammaire op p. 38!
  • Ma grand-mère est: vieux/vieille/vieux/vieilles
  • Ma grand-mère est vieille. (v. ev.)

Slide 11 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord (p. 36-39)
Nu probeer je het zelf!
  • Faire: ex. 32ab, 34a
  • Aide: grammaire p. 38
  • Fini? ex. 32c, apprendre voca F
timer
5:00

Slide 12 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord (p. 36-39)
Bespreken 32b:
  1. Sa sœur est belle.
  2. Les portables sont nouveaux.
  3. Ma grand-mère est vieille.
  4. Les chiens sont beaux.
  5. Sophie est nouvelle dans la classe.

















Slide 13 - Slide

Oefeningen
Je maakt oefeningen die vergelijkbaar zijn met de toets
  • grammaire
  • écrire

Slide 14 - Slide

Écrire
Tekstje over jouw broer/zus/neef/nicht
  • C'est ma soeur.
  • Elle s'appelle Like.
  • Elle a vingt-deux ans.
  • Son anniversaire, c'est le deux août.
  • Elle est grande (comme moi) et sympa.

Slide 15 - Slide

Écrire
Tekstje over jouw broer/zus/neef/nicht
  • C'est qui ? [ma soeur/mon frère/ma cousine/mon cousin]
  • Comment (= hoe) il/elle s'appelle ?
  • Il/elle a quel âge ?
  • C'est quand son anniversaire ? (voca B)
  • Il/elle est comment ? (voca EF)
timer
10:00

Slide 16 - Slide

Wat heb ik geleerd?
  1. Ik weet hoe ik een (onregelmatig) bijvoeglijk naamwoord gebruik.
  2. Ik herhaal grammatica- en schrijfoefeningen voor de toets.
  3. (Ik heb een tekst geschreven over mijn broer/zus/neef/nicht.)

Slide 17 - Slide

Devoirs
  • Faire: zelf nakijken oefeningen (studiewijzers)
  • Apprendre : grammaire H, bijvoeglijk naamwoord (p. 43)
  • Apporter : cahier B !

Oefentoets? Gebruik de online methode! (leermiddelen op Magister)

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video