Didactiek P3: Differentiëren

Bewegingsvormen deel 1:


Differentiëren


1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDidactiekMBOStudiejaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Bewegingsvormen deel 1:


Differentiëren


Wat versta jij onder differentiëren?

Differentiëren is:

Een oefening  makkelijker of moeilijker maken voor een (klein) deel van je groep.

Dit doe je om ervoor te zorgen dat iedereen zich op eigen niveau  kan verbeteren.

Waarom differentiëren we?

  • Iedereen kan blijven leren en ontwikkelen.

  • Zone van naaste ontwikkeling: daar gebeurt de magie!

  • Hulp van de juf/meester

  • Paniek/angst

Differentiëren hoe?

  • Basisoefening voor 80 % van deelnemers die dit net aankunnen

  • Makkelijker maken voor degenen die dit moeilijk vinden (zodat iedereen het kan) 

  • Moeilijker maken voor degenen die dit kunnen(voor meer uitdaging) 

  • Dit betekent vaak meerdere oefensituaties, of:

2 manieren van differentiëren

De organisatie(arrangement) aan passen (organisatorisch differentiatie)

 Andere bal

Pionnen verder of dichter bij elkaar

Trampoline gebruiken i.p.v. een reuterplank

Soms een extra oefensituatie

Bewegingsvormen aan te passen (inhoudelijk differentiatie)

Achteruit lopen op de balk bij turnen i.p.v. vooruit

Dubbele kong i.p.v. enkele kong

Kan vaak ook in dezelfde situatie

Verandering in organisatie:

Je verandert iets in de opstelling(arrangement):

Als je een drone erboven laat vliegen met camera zie je dat er iets verandert in opstelling.

  • afstand vergroten tussen 2 studenten met frisbee

  • een muurtje erbij bij vrije trap

  • De lat hoger voor aantal studenten

  • Verhoogd vlak weghalen voor de salto


Inhoudelijke differentiatie:

Een ander "leervoorstel"

Een andere opdracht geven zonder dat je organisatie aanpast.

  • Sneller overgooien voor aantal

  • Salto MET schroef voor aantal

  • Meer keer proberen hoog te houden

Voorbeeld van differentiëren is

A

De hele groep een moeilijkere oefening laten doen

B

De hele groep een makkelijkere oefening laten doen

C

Oefening makkelijker maken voor 3 van groep

D

Oefening moeilijker maken voor 2 van groep

Opdracht in tweetallen:

Benoem beiden een situatie/oefening in je BPV of eigen training waar de trainer differentiatie gebruikte. 

  • Wat was de oefening?

  • Wat was de differentiatie?

Bedenk twee bewegingsvormen waarbij je de oefening een stap moeilijker EN een stap makkelijker gaat maken. 

Noteer dus je basisoefening, moeilijker en makkelijker.

Bij oefening 1 ben je inhoudelijk aan het differentieren. Bij oefening 2 doe je dit in de organisatie

Opdracht in tweetallen.


Wat is verschil tussen methodiek en Differentiëren?

De helft van de groep gaat door naar de volgende methodische stap in je les, en de andere helft blijft nog bij de eerste oefening.


Dus is dit ook een juiste differentiatie?

tips voor je les (voorbereiding):

- Beginsituatie analyse wordt nog belangrijker, zeker bij het kopje "inidividu"

- Bereid je differentiatie ook voor: soms een extra oefensituatie (dus dit komt terug in je materialenlijst en plattegrond)

- Kies bewust voor inhoudelijke of organisatorische aanpassingen

- Denk na hoe je je tijd en aandacht gaat verdelen over deze oefensituaties

Hoe zou je hier kunnen differentiëren?


Kijk naar je laatste LVB.