Getallen Ontdekken: Van Cijfers tot Negatieven

MODULE 1: Getallen

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorPAVWiskundeSecundair onderwijs

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

MODULE 1: Getallen

Einde van de les:

  • Leerlingen begrijpen het verschil tussen cijfers en getallen.

  • Leerlingen kunnen getallen indelen in natuurlijke getallen, kommagetallen en negatieve getallen.

  • Leerlingen passen dit toe in oefeningen en dagelijkse voorbeelden.

Wat is volgens jou het grootste getal dat bestaat?

Verschil tussen Cijfers en Getallen

Cijfers zijn de symbolen (0-9) die we gebruiken om getallen te maken. Getallen zijn de hoeveelheden of waarden die we met cijfers uitdrukken.

Interactieve Slide: Cijfers of Getallen?

Kies of de afbeelding een cijfer of een getal toont. A: 5, B: 12, C: 7, D: 23

Wat is een cijfer?

A

Een symbool voor een getal

B

Een groot getal

C

0 tot 9

D

Een wiskundige formule

Wat is een getal?

A

Altijd groter dan nul

B

Een waarde die kan worden gemeten

C

Een enkel cijfer

D

Kan positief of negatief zijn

Natuurlijke Getallen

Natuurlijke getallen zijn positieve gehele getallen vanaf 0. Ze worden gebruikt om te tellen en ordenen.

Interactieve Slide: Herken Natuurlijke Getallen

Identificeer de natuurlijke getallen: A: -3, B: 4, C: 0, D: 2.5

Kommagetallen

Kommagetallen zijn getallen met een decimaal punt. Voorbeeld: 3.14, 0.5.

Negatieve Getallen

Negatieve getallen zijn getallen kleiner dan nul. Ze worden vaak gebruikt om verliezen of tekorten aan te duiden.

Interactieve Slide: Plaats op de Getallenlijn

Plaats de getallen op de juiste

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.