MODULE 1: Getallen
MODULE 1: Getallen
Einde van de les:
Leerlingen begrijpen het verschil tussen cijfers en getallen.
Leerlingen kunnen getallen indelen in natuurlijke getallen, kommagetallen en negatieve getallen.
Leerlingen passen dit toe in oefeningen en dagelijkse voorbeelden.
Wat is volgens jou het grootste getal dat bestaat?
Verschil tussen Cijfers en Getallen
Cijfers zijn de symbolen (0-9) die we gebruiken om getallen te maken. Getallen zijn de hoeveelheden of waarden die we met cijfers uitdrukken.
Interactieve Slide: Cijfers of Getallen?
Kies of de afbeelding een cijfer of een getal toont. A: 5, B: 12, C: 7, D: 23
Wat is een cijfer?
Een symbool voor een getal
Een groot getal
0 tot 9
Een wiskundige formule
Wat is een getal?
Altijd groter dan nul
Een waarde die kan worden gemeten
Een enkel cijfer
Kan positief of negatief zijn
Natuurlijke Getallen
Natuurlijke getallen zijn positieve gehele getallen vanaf 0. Ze worden gebruikt om te tellen en ordenen.
Interactieve Slide: Herken Natuurlijke Getallen
Identificeer de natuurlijke getallen: A: -3, B: 4, C: 0, D: 2.5
Kommagetallen
Kommagetallen zijn getallen met een decimaal punt. Voorbeeld: 3.14, 0.5.
Negatieve Getallen
Negatieve getallen zijn getallen kleiner dan nul. Ze worden vaak gebruikt om verliezen of tekorten aan te duiden.
Interactieve Slide: Plaats op de Getallenlijn
Plaats de getallen op de juiste
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.