221013_leesvaardigheid oefentekst

Oefening leesvaardigheid

  • Je krijgt een fragment uit de Amerikaanse comedyserie Friends te zien. Wat valt hieraan op?
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Oefening leesvaardigheid

  • Je krijgt een fragment uit de Amerikaanse comedyserie Friends te zien. Wat valt hieraan op?

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Tekst 'Maakt een lachband comedyseries leuker?'
  • Je krijgt een artikel uit de Volkskrant.
  • Lees de tekst. Noteer kernzinnen en andere belangrijke tekstgedeelten.
  • Welke signaalwoorden herken je?
  • Welke woorden ken je nog niet?
  • Tijd: 10-15 minuten
  • Daarna een korte quiz.

Slide 3 - Slide

Wat is het onderwerp van deze tekst?
A
lachen
B
lachband bij comedyseries
C
humoristische internetfilmpjes
D
de sociale functie van lachen

Slide 4 - Quiz

Uit welke alinea('s) bestaat de inleiding van deze tekst?
A
alinea 1
B
alinea 1 en 2
C
alinea 1, 2 en 3
D
alinea 1, 2, 3 en 4

Slide 5 - Quiz

Welk type aandachttrekker herken je in alinea 1?
A
anekdote
B
belang voor de lezer
C
voorbeeld
D
aanleiding

Slide 6 - Quiz

Met welke uitdrukking zou je een deel van de informatie uit alinea 1 en 2 kunnen samenvatten?
A
Douglas moest een oogje in het zeil houden
B
Douglas wilde dat de lachband flink aan de prijs zou zijn.
C
Douglas vond dat we geen bakzeil moesten halen.
D
Douglas stond aan het roer van de lachband.

Slide 7 - Quiz

Uit welke alinea('s) bestaat het slot van deze tekst?
A
alinea 6, 7, 8 en 9
B
alinea 7, 8 en 9
C
alinea 8 en 9
D
alinea 9

Slide 8 - Quiz

Welk tekstverband geeft het signaalwoord 'dus' (alinea 6) aan?
A
tegenstellend
B
opsommend
C
verklarend
D
concluderend

Slide 9 - Quiz

Welk tekstverband geeft het signaalwoord 'ook' (alinea 8) aan?
A
oorzakelijk
B
redengevend
C
opsommend
D
tegenstellend

Slide 10 - Quiz

Lachen is volgens psycholoog Doosje een sociale activiteit. Wat wordt daarmee bedoeld?
A
Lachen is iets wat je leert tijdens je vroege jeugd.
B
Lachen is iets wat aanstekelijk werkt.
C
Lachen is iets wat je samen doet.
D
Lachen is iets wat in een reflex gebeurt.

Slide 11 - Quiz

Welke bewering(en) over de lachband is/zijn volgens de tekst correct?
A
De lachband werkt lang niet voor iedereen aanstekelijk.
B
Comedyseries mét lachband worden beter gewaardeerd dan series zonder lachband.
C
Alleen al het horen van een lachband kan aanstekelijk werken.
D
Een lachband is vooral functioneel bij niet heel grappige scènes.

Slide 12 - Quiz

Zorgt een 'schreeuwband' ervoor dat kijkers banger worden van enge filmpjes?
A
Ja, de schreeuwgeluiden zorgen ervoor dat kijkers banger worden.
B
Ja, maar vooral als de filmpjes niet heel eng zijn.
C
Nee, kijkers vinden de filmpjes niet enger als ze schreeuwgeluiden horen.
D
Dat is onbekend; onderzoek levert tegenstrijdige resultaten op.

Slide 13 - Quiz

De boodschap in alinea 8 zou vervangen kunnen worden door de volgende uitdrukking...
A
De lachband moet over de brug komen met meer gelach
B
De lachband ligt niet meer goed in de markt.
C
Ik zou nooit met een lachband in zee gaan.
D
De lachband is behoorlijk aan de prijs.

Slide 14 - Quiz

Waarom ligt het voor de hand dat nieuwe comedyseries niet kiezen voor het gebruiken van een lachband?
A
Een lachband past niet bij de huidige generatie tv-kijkers.
B
Een lachband wordt gezien als iets ouderwets.
C
Uit diverse onderzoeken blijkt dat een lachband niet werkt.
D
Een lachband wordt tegenwoordig als ongemakkelijk ervaren.

Slide 15 - Quiz

Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?
A
Een lachband werkt aanstekelijk en zou door iedere comedyserie gebruikt moeten worden.
B
Een lachband kan aanstekelijk werken, maar wordt tegenwoordig steeds minder vaak gebruikt.
C
Het effect van een lachband is jarenlang zwaar overschat.
D
Comedyseries met lachband zijn minder grappig dan comedyseries zonder lachband.

Slide 16 - Quiz